Ferschtman geeft Delft lef en eigen gezicht

Kamermuziek Het kamermuziekfestival in Delft bestaat twintig jaar. De kracht van artistiek leider Liza Ferschtman bleek ook gisteren tijdens de opening: intelligent programmeren én intelligent spelen.

Liza Ferschtman, donderdagavond op haar festival in Delft. Foto Ronald Knapp

In de overvloed aan leuke kleine klassieke festivals is het even verleidelijk als onterecht het eerste écht interessante klassieke zomerfestival dat er was, dit jaar toe aan de 20ste editie, af te doen als „een van de vele”.

Meesterzet

Violiste Isabelle van Keulen deed in 2007 na het eerste festivaldecennium een meesterzet door collega Liza Ferschtman te vragen als opvolgend artistiek leider. Het Kamermuziekfestival in Delft staat onder Ferschtmans artistieke leiding sindsdien – en dus ook alweer tien jaar – voor programma’s die buiten de gebaande kamermuzikale paden treden. Programma’s waarin vocale en nieuwe muziek ook een rol spelen. En, wezenlijkst, programma’s waarin het festivalthema meer is dan zo’n slappe snelbinder (‘natuur’, ‘avontuur’) waaronder je vrijwel alle abstracte muziek kunt vatten. Een bijkomend voordeel: Ferschtman heeft voorlopig géén plannen om te stoppen.

Deze twintigste editie is ‘DNA’ de thematische rode draad – op het openingsconcert gisteravond en later in programma’s die kamermuziek combineren met onder andere scenische opera (Weills Sieben Todessünden) en een gastoptreden van de Tallis Scholars.

Sowieso is het jubileumfestival wat royaler opgetuigd dan doorgaans: het duurt elf dagen in plaats van tien, er zijn twintig extra musici en de begroting is (dus) ruimer.

Reflectie op het eigen DNA

Het openingsconcert was er gisteravond voor reflectie op het eigen DNA. Wat typeert het kamermuziekfestival in Delft? De geplande opzet – iets ouds, iets nieuws, iets vocaals, iets ongekends – liep een deukje op: het nieuwe Octet van de Amsterdamse componiste Mathilde Wantenaar (22) was simpelweg nog niet af. Mendelssohns verrukkelijke Octet klonk dus zonder eigentijds complement, maar met Ferschtman. De uitvoering deed minder onbevangen, maar meer op het scherp van de snede aan dan eind juni tijdens het slotconcert van het festival van Janine Jansen. Cruciaal was daarin de rol van cellist Antoine Lederlin uit het Belcea Kwartet, die lekker stuwend speelde. Ook een memorabele, in eigenheid, lef en toon eruit springende musicus toonde zich violist Itamar Zorman (1985), wiens spel ook in Caplets curieus-fraaie Septet voor strijkkwartet en drie woordloze vrouwenstemmen dat van primarius Elina Vähälä overschaduwde – overigens totaal zonder dat hij daarnaar op zoek was.

Een ander hoogtepunt bleek Rachmaninovs Suite nr. 2 voor twee piano’s – hier met een innemende en meeslepende mix van virtuositeit, testosteron en beheersing vertolkt door Inon Barnatan en Boris Giltburg, in 2013 de winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel.

Het festival vervolgt vanavond, op de markt, met een variétéprogramma door vocaal mannenensemble Frommermann. Ook die luchtige keuze illustreert Ferschtmans intelligente hand van programmeren; zaterdag dan weer Brahms en Dvorak, zondag Bach en Ligeti.