Europa preekt maar kan beter met Assad praten

Nikolaos van Dam

Syriëkenner en oud-Syriëgezant Nikolaos van Dam spreekt vrijuit en hekelt de ‘ethische’ opstelling van Europa. „We moeten onderhandelen met Assad. Voor een vreedzame oplossing. Een ‘rechtvaardige oplossing’ krijgen we niet.”

Nikolaos (Koos) van Dam: "Assad zit er. Hij gaat niet weg als wij verder niets doen." Foto Akin Celiktas

“Europa moet een andere politiek gaan voeren in Syrië. Vanaf het begin van de oorlog in 2011 hebben we gezegd: ‘President Assad moet weg.’ Met die ethische, idealistische keuze hebben we de Syrische oppositie hoop gegeven. Maar we hebben weinig gedaan om hen te helpen Assad weg te krijgen.” Behoedzaam maar kernachtig formulerend zit Nikolaos (Koos) van Dam op de bank in zijn appartement in Istanbul. Achttien maanden geleden benoemde minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) hem tot speciaal Nederlands gezant voor Syrië. „Syrië is één bloedbad. Er is geen zicht op een oplossing. Assad staat sterk. Onze ethische politiek is, kortom, nogal onethisch gebleken. We moeten pragmatischer worden.”

De rapportages en analyses van de 71-jarige Van Dam, arabist en Syriëkenner van wereldfaam, waren alleen voor een kleine kring beleidsmakers. Nu zijn missie is afgelopen, kan de oud-ambassadeur in Irak, Egypte, Turkije, Duitsland en Indonesië weer in het openbaar zeggen wat hij denkt. Zijn oordeel is vernietigend.

Van Dam legt de bijl aan de wortel van de Europese Syriëpolitiek: „Door een principieel-ethisch standpunt in te nemen dragen wij Europeanen medeverantwoordelijkheid voor een oorlog die al zeker 300.000 levens heeft geëist.”

Vond u dat vanaf het begin, of concludeert u dat nu, achteraf?

„Vanaf het begin. Weinig mensen kennen Syrië goed. Ik volg het land al vijftig jaar tot in het kleinste detail. Ik lees Syrische publicaties in allerlei media en ik pluis redevoeringen van de machthebbers uit. Ik weet precies wat dit regime doet om aan de macht te blijven. Toen een paar generaals in 2012 overliepen naar de oppositie, dacht men op veel Europese ministeries dat Assads dagen geteld waren. Ik heb dat nooit gedacht. Syrische overheidsinstellingen zijn door de jaren heen loyaal gemaakt aan Assad.

Het idee dat er ‘stromingen’ zijn binnen het leger, die het kunnen overnemen, is ongegrond. Toen de Arabische Lente in Syrië begon, gingen de Franse en de Amerikaanse ambassadeur naar de stad Hama om de demonstranten te steunen. Die putten daar hoop uit, natuurlijk. Ze durfden daardoor meer te doen tegen het regime. Velen werden vermoord. Wij deden weinig meer dan morele steun geven. We sloten onze ambassades in Damascus en wilden geen contact meer met het regime. We nemen sindsdien resoluties aan in de Veiligheidsraad, maar voeren ze niet uit. Dit is het fundamentele probleem: als je wilt dat die nobele ethische politiek wordt uitgevoerd, moet je óf interveniëren óf de oppositie zo steunen dat ze kunnen winnen. Dat doen we niet.”

Moet Europa militair ingrijpen?

„Militaire interventie maakt dingen bijna altijd erger. Westers ingrijpen in Irak en Libië was een fiasco. Ik kon er als diplomaat destijds weinig over zeggen, maar ik ben er altijd tegen geweest. Ik hoorde laatst een Irakees op de radio. Onder Saddam waren twaalf van zijn familieleden vermoord. Hij had in 2003 het standbeeld van Saddam in Bagdad helpen neerhalen. Nu zegt zelfs hij: ‘Ik wou dat ik dat nooit gedaan had.’”

Conclusie: gij zult geen ethische standpunten innemen?

„Wij denken puur ethisch, in termen van rechtvaardige oplossingen. Maar als het in zo’n land maar om één ding draait, namelijk macht, kom je daar niet ver mee. We prediken de moral high ground, maar nemen geen verantwoordelijkheid. Dat is verwerpelijk.”

Heeft u ooit geloofd dat de Arabische Lente in Syrië zou slagen?

„Nee. Het verbaasde me dat Syriërs in opstand durfden te komen. Zij kenden het regime. Ze wisten wat er zou gebeuren.”

Hoe had Europa moeten reageren?

„We hadden contact moeten houden met het regime, zodat we eerder hadden kunnen werken aan een vreedzame oplossing. Ik zeg niet ‘rechtvaardige oplossing’, want die krijgen we niet. Maar voor een vreedzame oplossing heb je contact nodig met alle partijen. Dat hebben we niet.”

Assad denkt: barsten jullie maar in Europa.

„Pijnlijk. We vertellen de Syrische oppositie dat het vechten moet stoppen en dat ze moeten onderhandelen met het regime. Wij verwachten dat zíj doen wat wij zelf om ethische redenen niet doen. VN-gezant Staffan de Mistura probeert gesprekken te organiseren in Genève. Maar Assad heeft geen zin om te onderhandelen over zijn eigen vertrek. Boris Johnson, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, heeft gezegd dat ‘het lijden van het Syrische volk niet kan eindigen zolang Assad aan de macht is’. Hij heeft gelijk. Alleen, Assad zít er. Hij gaat niet weg als wij verder niets doen. Dus óf je helpt de oppositie om hem ten val te brengen, óf je stopt met dit soort dingen zeggen.”

Oftewel: we zijn naïef.

„Wij zitten hier gemakkelijk, hè. Wij worden zo niet doodgeslagen. Wij vinden: het Kwaad moet weg. Maar zorg dan dat het Goede wint! Anderen sterven doordat wij onze kop in het zand steken.”

Hoe kun je onderhandelen met zulke regimes?

„Dat is niet eenvoudig. Maar nu zijn Rusland en Iran de enige landen met invloed op Assad. De Europeanen zijn hun invloed in de regio kwijt. Europa heeft altijd tegen Arabische landen gezegd: bestudeer Israël, leer Hebreeuws, ontdek wat hen beweegt. Ze hebben dat niet gedaan. Wij maken dezelfde fout met Syrië.”

Hoe reageert het ministerie als u dit zegt?

„Toen minister Koenders me vroeg gezant te worden, kende hij mijn standpunten. Hij luistert altijd en staat open voor dialoog. Maar als diplomaat moet je accepteren dat je rapportages en analyses niet meteen leiden tot een ander politiek beleid. Regeringsbeleid verander je niet zomaar, zeker niet als het niet past binnen het Europese beleid. Toch is een van de redenen dat ik ja heb gezegd, dat ik hoopte dat ik een beetje voor andere inzichten kon zorgen. Dat zie ik als belangrijke taak.”

Ziet u elders in Europa een politieke kentering?

„Nee. EU-buitenlandvertegenwoordiger Federica Mogherini heeft in Genève de onderhandelaar van het Syrische regime ontmoet, ambassadeur Al-Jaafari. Ik vond dat een goede zaak. Anderen zeiden: dat mag niet!”

Hoe gaat u te werk?

„Ik reis veel. In Turkije zitten bijna drie miljoen Syriërs. De oppositie zit deels in Istanbul. Ik ben naar Teheran, Amman, Beiroet, Kairo en Riad geweest. Naar veel Europese hoofdsteden. Naar Moskou. Ik volg het vredesproces dat De Mistura probeert op te zetten. Er wordt nog niet echt onderhandeld, maar er zijn besprekingen tussen Syriërs onderling. Technische werkgroepen ontmoeten elkaar. Daar ga ik naartoe.

„President Assad hield op 7 juli een speech. Die spel ik dan. Je haalt er altijd iets uit. Verder heb ik zes collega’s op kantoor in Istanbul en Amman, die projecten doen om Syriërs buiten het regime te steunen: beurzen voor studenten in Gaziantep, niet-dodelijke hulp, dus geen wapens, voor gematigde militaire oppositiegroepen, subsidies voor moedige ‘withelmen’ die mensen van onder het puin vandaan halen, training voor onderhandelaars van de oppositie. Het is werk waar je weinig over hoort, maar dat enorm nuttig is.”

Van uw boek The Struggle for Power in Syria, uit 1979, is in 2011 een vierde editie verschenen. U bent zeker honderd keer in Syrië geweest. Zijn andere Europese Syriëgezanten ook bevlogen arabisten?

„De meesten niet. Weinigen kennen het land echt goed. Het aantal dat goed Arabisch spreekt, is nog kleiner. Veel oppositieleden kennen de Arabische editie van mijn boek, waardoor ik ook een voorsprong heb.”

Bent u emotioneler dan andere gezanten?

„Gek genoeg niet. Syrië is altijd mijn hobby geweest, ook toen ik in Duitsland of Indonesië woonde. Toch ben ík degene die zegt: we moeten pragmatisch blijven en ook met het regime spreken.”

Krijgt u weleens het verwijt dat u pro-regime bent?

„Jawel, volstrekt ten onrechte. Als je destijds voorspelde dat Assad nog lang aan de macht zou blijven, kreeg je meteen dat stempel opgedrukt. Een journalist vroeg eens: ‘Hoe kúnt u pleiten voor onderhandelen met een regime dat al honderden doden heeft gemaakt?’ Intussen zijn er 300.000 doden. Wat helpen de red lines van president Obama? Assad overschrijdt ze en Amerika doet niets. Hieruit concludeert het regime dat het zijn gang kan gaan. Pragmatisch beleid is soms ethischer dan puur ethisch beleid.”

Moeten we ook met IS en Jabhat al-Nusra onderhandelen?

„Zeker niet. Zij willen ook niet met ons praten, alleen oorlogvoeren. De Amerikanen hebben hun focus nu vooral op ISIS [terreurgroep Islamitische Staat, red.] gericht.”

Sturen de VS wél hun beleid bij?

„Washington draait een beetje, ja. Het beseft dat Iran en Rusland Syrië niet zullen opgeven. Dat ISIS misschien een groter gevaar is dan het regime. En dat een eventuele opvolger van Assad erger kan zijn dan Assad. Ook Turkije lijkt zijn koers bij te stellen. ISIS verliest terrein. De Koerden in Syrië profiteren ervan. Dat maakt Turkije zenuwachtig. Turkije deed eerst alles om Assad te ondermijnen. Nu hebben Damascus en Ankara één doel: ze willen geen Koerdische autonomie. De Turken zouden liefst toenadering zoeken tot Syrië om dit te voorkomen, voorlopig wel zonder Assad. Heel interessant.”

Iedereen doet aan geopolitiek, behalve Europa?

„Europa blijft bij het oude standpunt. Dat verwondert mij. In het begin raakte deze oorlog Europa nauwelijks. Nu steeds meer. We krijgen Syrische vluchtelingen. ISIS-sympathisanten plegen aanslagen in Europa, al zijn de meesten geen Syriërs. We moeten dringend onze koers bijstellen. Gelijk hebben is mooi, maar is niet hetzelfde als gelijk krijgen. Het wordt tijd dat we dit beseffen.”