De videorecorder verdwijnt nooit

Treurig nieuws van het videofront. Deze week rolde de laatste VHS-recorder van de band bij Funai, het laatste bedrijf dat nog videorecorders maakte. Het bericht roept een golf aan technostalgie op. Net als de meeste gebruikers vervloekte ik de moeilijk te programmeren apparaten en de logge banden die je moest terugspoelen voordat ze naar de videotheek teruggingen.

Nu overheerst even de weemoed, want VHS en ik zijn bijna even oud. Ik herinner me mijn favoriete oom Henk; hij was goedlachs én had als eigenaar van een elektronicawinkel steevast de nieuwste gadgets in huis. Al vroeg in de jaren zeventig demonstreerde hij een magische kast waarmee je tv-beelden kon stilzetten en terugspoelen.

Deze notenhouten tijdmachine maakte een onuitwisbare indruk op mijn verwarde kinderbrein, in die jaren stevig verpakt in oranje peenhaar. Ik vond de videorecorder nog wonderlijker dan het Atari-lichtpistool waarmee oom Henk ons op zijn televisie liet schieten. Pjiew!

Waarschijnlijk was niet mijn oom maar Johan Cruijff de eerste Nederlander met een videorecorder in huis. In 1972 gebruikte hij al de gigantische Philips N1501, in een (door Philips gesponsorde) documentaire over zijn leven.

Cruijff met een videorecorder, dat was een mooi staaltje product placement, in de tijd dat Philips nog de moed had om zich op consumentenelektronica te storten. Het liep niet goed af, maar ze probeerden het in ieder geval.

betagraph

De opkomst van de videorecorder is een klassiek voorbeeld van een standaardenoorlog. Verschillende technologieën (Betamax, VHS en later Video 2000) streden om marktmacht. VHS, ontwikkeld door JVC, won glansrijk. Waarom? Al jaren gaat het verhaal dat VHS de voorkeur genoot van pornoproducenten, omdat ze bij Sony (van Betamax) geen blote billen in beeld bliefden.

Dat ligt toch iets genuanceerder: het aandeel van pornofilms was te beperkt om de hele filmindustrie overstag te laten gaan. VHS’ grootste voordeel was dat het aanvankelijk een langere speelduur bood dan Betamax. Je hoefde de band niet om te draaien om een hele film op te nemen. VHS werd massaal geproduceerd en was daardoor goedkoper. Dat is de belangrijkste les van deze standaardenoorlog: prijs en beschikbaarheid gaven de doorslag, niet kwaliteit. Ook Video 2000 van Philips faalde. Technisch superieur, maar te duur en te laat in een markt die al door VHS gedomineerd werd.

VHS werd verdreven door de dvd-speler en de harddiskrecorder. Zelfs die zijn nu overbodig: anderhalf miljoen Nederlandse huishoudens kijken Netflix en moderne televisiediensten bewaren programma’s gewoon buitenshuis, in de cloud.

Leven in een videorecorder

We leven met z’n allen middenin een grote videorecorder. Animated gifs waar je ook kijkt, op YouTube wordt 400 uur video per minuut geüpload en Facebook geeft 1,7 miljard mensen de optie om alles wat binnen bereik van hun telefoons gebeurt door te spelen naar de rest van de wereld. Elke persoonlijke herinnering is met één druk op de knop een gedeelde herinnering, voor altijd te herhalen.

Funai mag er dan mee stoppen, ik bewaar mijn VHS-recorder nog. Niet om op te nemen maar om het handjevol persoonlijke videobanden dat alle verhuizingen overleefde ooit weer af te kunnen spelen. Zoals mijn eerste, slaapverwekkende, tv-interview op de School voor de Journalistiek. Of de opname van een musical waarin ik als twintiger meespeelde, de vroegwijkende haargrens vergeefs maskerend met een woeste kleurspoeling. De kleur heette mahonie-acajou, weet ik nog. Sommige herinneringen zijn zo onuitwisbaar dat je er geen videobanden voor nodig hebt.

Marc Hijink is technologieredacteur. Hij vervangt Marike Stellinga.