De goals van Geoff Hurst veranderden hun leven

Engels voetbal Precies vijftig jaar geleden won Engeland het WK. In de vijf succesloze decennia die volgden werden de winnaars van 1966 steeds grotere helden.

Aanvoerder Bobby Moore krijgt van koningin Elizabeth de wereldbeker uitgereikt. Naast haar staat prins Charles.

Prachtige anekdote, waargebeurd. In het trainingskamp van Engeland in de voorbereiding op het WK van 1966, roept bondscoach Alf Ramsey zijn middenvelders Nobby Stiles en Alan Ball bij zich. Ramsey heeft een vriend op bezoek die zijn hond heeft meegebracht. Als de spelers naderbij zijn gekomen, wrikt Ramsey met enige moeite een balletje uit de mond van het beest en werpt die vervolgens ver weg.

„Zien jullie wat de hond doet?”, vraagt Ramsey.

„Natuurlijk”, zegt Stiles.

„Wat dan?”, zegt Ramsey.

„Hij rent naar de bal en brengt ’m meteen terug”, antwoordt Ball.

„Juist”, zegt Ramsey. „En dat is nu precies wat ik wil dat jullie op het veld doen. Verover de bal en lever ’m dan zo snel mogelijk in bij Bobby Charlton.”

Zo begon het. En dit is hoe het – precies vijftig jaar geleden – eindigde op 30 juli 1966: bij een 2-2 stand in de verlenging van de WK-finale tussen Engeland en West-Duitsland op Wembley, schiet Geoff Hurst de bal tegen de onderkant van de lat. Hoewel het er verdacht veel van weg heeft dat de bal voor de lijn terug het veld in stuitert, kent de Zwitserse scheidsrechter Gottfried Dienst op advies van grensrechter Tofik Bahramov uit Azerbeidzjan een doelpunt toe: 3-2 voor Engeland.

Vlak voor tijd is het opnieuw Hurst die aan alle onzekerheid een eind maakt: 4-2 en Engeland is wereldkampioen. De spelers zijn uitzinnig van vreugde, net als het publiek en alle Engelsen voor de tv. Nobby Stiles zwaait op het veld met zijn kunstgebit, dat tijdens de wedstrijd is bewaard door reservespeler Ian Callaghan. De spelers en manager Alf Ramsey bestijgen vervolgens de 39 treden op weg naar de koninklijke loge, waar de veertigjarige koningin Elizabeth de wereldbeker uitreikt aan aanvoerder Bobby Moore. Het is de meest memorabele dag in de Engelse voetbalgeschiedenis: het land waar het voetbal is uitgevonden, pakt eindelijk de wereldtitel, in het eigen voetbalwalhalla Wembley.

Buiten de onvermijdelijke geluksfactor is het succes van Engeland grotendeels toe te schrijven aan Alf Ramsey, die vanaf het moment dat hij werd aangesteld als bondscoach – in 1963 – geloofde dat zijn ploeg wereldkampioen kon worden. Ramsey, die Ipswich Town in 1962 naar de landstitel had geleid, had lak aan de reputatie van spelers. In de aanloop naar het WK selecteerde hij een aantal voetballers die niet bepaald bekend stonden om hun verfijnde techniek: de eerder genoemde Nobby Stiles van Manchester United en Alan Ball van Blackpool bijvoorbeeld, de slungelachtige Jack Charlton van Leeds United, vleugelverdediger George Cohen van Fulham en aanvaller Geoff Hurst van West Ham United.

In feite had Engeland maar vier echte toppers in de selectie: doelman Gordon Banks van Leicester City, Bobby Moore van West Ham United, Jimmy Greaves van Tottenham Hotspur en Bobby Charlton van Manchester United, die in 1958 nog de vliegtuigcrash had overleefd waarbij acht van zijn ploeggenoten en vijftien anderen omkwamen.

Ramsey sleutelde en schaafde tijdens het toernooi aan zijn ploeg, had het geluk dat Geoff Hurst het plotselinge wegvallen van de geblesseerde topspits Jimmy Greaves uitstekend opving en koos voor de finale de elf spelers die in zijn ogen het beste team vormden. Dat hield in dat de inmiddels herstelde Greaves op de tribune moest plaatsnemen: wisselspelers waren in die jaren nog niet toegestaan. Het missen van de finale leverde Greaves een levenslang trauma op, terwijl zijn vervanger Hurst juist wereldfaam verwierf door zijn hattrick tegen de West-Duitsers.

Ziekte van Alzheimer

De vijftig succesloze jaren die voor Engeland volgden ná de wereldtitel, maakt dat de helden van ’66 steeds groter worden. Sam Allardyce is de volgende bondscoach die the impossible job heeft gekregen, maar uitzicht op een nieuwe Route 66 is er nog niet. En zolang die uitblijft, wordt er als het even kan stilgestaan bij de triomf van weleer. Wrang is dat vier van de elf basisspelers uit de finale inmiddels lijden aan geheugenverlies. Bij zowel Martin Peters (72), Nobby Stiles (74) als Ray Wilson (81) is de ziekte van Alzheimer geconstateerd, waardoor zij niets meer weten van de glorietocht van vijftig jaar geleden. Ook Jack Charlton heeft problemen met zijn geheugen. Twee leden van de ploeg zijn, evenals manager Alf Ramsey, overleden: Alan Ball en Bobby Moore. Verder is oud-doelman Gordon Banks (78) onder behandeling van artsen omdat bij hem kanker is geconstateerd.

Bobby Charlton werd onlangs emotioneel toen hem door de BBC werd gevraagd wat het succes van vijftig jaar geleden heeft betekend. „We wisten het toen nog niet”, zei de inmiddels 78-jarige Charlton met tranen in zijn ogen. „Maar het heeft heel ons leven totaal veranderd.”

Zeker gezien de gezondheidsproblemen waarmee vele van zijn ex-ploeggenoten kampen, weet ook Bobby Charlton dat zelfs het winnen van een wereldbeker voetbal een bijzaak is in het leven.

Behalve in Engeland dan.