Britse regering stelt besluit over omstreden kernreactors uit

Energie

Regering-May wil mogelijk een lagere prijs afdwingen van Franse bouwer EDF.

De Britse regering heeft donderdagavond onverwacht een besluit over de bouw van twee nieuwe kernreactors in het Verenigd Koninkrijk uitgesteld.

Eerder op de dag had de raad van bestuur van de Franse elektriciteitsgigant EDF juist ingestemd met de nieuwe centrale in Hinkley Point, aan de Britse westkust. Zo verrassend was de Britse reactie dat, meldde de BBC, er al een feesttent was opgezet waar het contract vrijdag zou worden ondertekend. Maar de regering-May zei het contract nog eens te willen bestuderen.

In het Verenigd Koninkrijk bestaat al langer grote kritiek op het project, dat 18 miljard pond (21,4 miljard euro) gaat kosten. Hinkley Point zou moeten voorzien in 7 procent van de Britse elektriciteitproductie. De expertise en financiering komt voor het grootste deel van EDF en voor eenderde van het Chinese staatsbedrijf CDN.

De Chinese betrokkenheid roept onder Britten vragen op over staatsveiligheid. De Franse deelname is echter ook omstreden. Enkele uren voor het besluit viel, trad een lid van de raad van bestuur van EDF af. In zijn ontslagbrief noemde Gérard Magnin de aanleg „financieel riskant”. In april van dit jaar lekte een interne brief uit van ingenieurs van EDF die het ontwerp van de nieuwe EPR-reactor „veel te complex” noemden. Zij wezen erop dat de nieuwe reactor nog nergens feitelijk in bedrijf is. De drie projecten in aanbouw, twee in Finland en in het Franse Flamanville, lopen grote vertraging op.

Mogelijk wil de Britse regering met het uitstel de Fransen onder druk zetten de prijs te verlagen. Zij zou 11 eurocent per kilowattuur moeten gaan betalen, bijna drie keer zoveel als de marktprijs. Veel ruimte voor alternatieven is niet: andere kerncentrales zijn verouderd, kolencentrales gaan dicht, duurzame energieprojecten leveren onvoldoende op om in de Britse behoefte te voorzien.