Als het ware uit de klei getrokken

Profiel Het lichaam van Dirk Kuijt

De Feyenoord-aanvoerder is 36, zonder roestvorming. Hoe verzorgt hij zijn lijf? Zijn begeleidingsteam over magnetiseren en het timmeren van botjes. „In zijn aanpak benadert hij Seedorf.”

Foto Kay in 't Veen/ANP

Henk de Gier zit aan zijn barretje in de hoek van zijn behandelkamer in Leidschendam. De luxaflex verduistert de ruimte, de airco zoemt, de paragnost en magnetiseur steekt een sigaret op. Hij laat de handen zien waarmee hij vele artiesten en voetballers kneedde – van Anouk tot John de Wolf. De handen zijn rimpelig. „Mijn vrouw zegt altijd: het zijn net kippenpoten.”

In een andere hoek staat een klassiek houten bureau met twee stoelen. Hier neemt Feyenoord-aanvoerder Dirk Kuijt zondag plaats voor zijn behandeling, in de uren voor de Johan Cruijff Schaal tegen PSV. „Hij komt voor elke wedstrijd langs”, zegt De Gier (66), warme man met aanstekelijke lach. „De behandeling duurt nog geen tien minuten. Als hij binnenkomt weet ik direct: je onderrug ziet er moe uit, je hamstring is geïrriteerd, je kop is goed.”

Magnetiseren heet de techniek, een alternatieve geneeswijze. Al noemt De Gier het zelf ‘bibberen’. Hij aait over het lichaam van de patiënt, zijn handen beginnen vanzelf te trillen en worden automatisch naar de plek getrokken waar het mis is.

„Een gave”, zegt hij. „Ik hef blokkades op in de verstoorde magnetische velden van het lichaam. Bepaalde stofjes komen niet aan, wat zorgt voor concentratieverlies en het verminderen van de actieradius. Door het te activeren krijg je voetballers er weer bovenop.”

Kuijt leerde De Gier in 2003 kennen in zijn eerste periode bij Feyenoord. De magnetiseur behandelde van 1985 tot en met 2009 veel spelers, hij had zijn eigen werkkamer in De Kuip. „Negen van de tien keer helpt het wat hij doet”, zegt Kuijt in Zien is geloven, een boek over De Gier. Stijve kuit? De Gier bibbert het weg. „Hij kan heel goed voelen wat er in me omgaat, hoe ik er mentaal voorsta, wat voor energie er in m’n lichaam zit.”

Hij zwoegt door

Vorige week werd Kuijt 36, in het voetbal geldt dat als een pensioengerechtigde leeftijd, zeker voor aanvallers. Maar Kuijt, de schijnbare onsterfelijke, zwoegt door.

„Hij is nog zo fit en vitaal”, zegt Arno Philips, fysieke trainer bij Feyenoord, met jarenlange ervaring in het buitenland. „Hij is beresterk, hij is als het ware uit de klei getrokken. Hij behoort tot een van de sterkere spelers die ik heb meegemaakt. De Rintje Ritsma van het voetbal.”

Middendertiger zonder roestvorming, hij gaat zijn negentiende profseizoen in, speelde ruim 860 duels, is nog van essentiële waarde voor Feyenoord en gidste de club vorig seizoen naar bekerwinst. Wat maakt hem zo duurzaam?

Kuijt investeerde vanaf het begin van zijn carrière in zijn lichaam. Fysiotherapeut Leo Echteld kent zijn lijf goed. In 1998 stapte Kuijt over van de amateurs van Quick Boys naar FC Utrecht, twee jaar later klopte hij aan bij Echteld. „Hij vroeg: hoe kan ik beter worden?”

Kuijt had een krachtig lijf, maar was nog niet in balans, vertelt Echteld, jarenlang de fysiotherapeut van Oranje. „Sommige spiergroepen waren verhoudingsgewijs veel sterker ten opzichte van andere. Hij had al sterke bovenbenen en delen van de kuiten waren behoorlijk ontwikkeld. Hoe die spiergroepen ten opzichte van elkaar het best konden functioneren en hoe zijn kracht te gebruiken: daar was nog enorme winst te behalen.”

In zo’n anderhalf jaar tijd werd de basis verbeterd en het lichaam van Kuijt in evenwicht gebracht door individuele trainingsprogramma’s. Echteld: „De spierbalans gelijktrekken, de verschillen tussen links en rechts eruit werken, en optimale beweeglijkheid in bepaalde gewrichten creëren.” Dat was, zegt Echteld, een belangrijke stap naar het lijf dat hij nu heeft.

Davids en Seedorf als voorbeeld

In navolging van Edgar Davids en Clarence Seedorf investeerde Kuijt in zijn medische begeleiding. Echteld: „De donkere spelers werden rond 1996 met scepsis bekeken toen ze met hun eigen begeleidingsteam gingen werken, maar een paar jaar later deden bijna alle spelers het. Jongens als Davids en Seedorf gingen als eerste naar het buitenland, zij zagen wat nodig was in de top. Dirk had de slimmigheid dat ook te doen”

Kuijt is de ‘versie 1.0’ van de hedendaagse topspeler, zegt Echteld. „Er vanuit gaande dat Messi en Ronaldo versie 3.0 zijn. Kuijt is een van de eersten van zijn generatie die bewust inspeelde op de overgang van een tijd waar conditie, inzicht en techniek volstonden naar een periode waarin kracht en snelheid belangrijk werden.” Hij ziet gelijkenissen tussen Kuijt en Seedorf, die op zijn 37ste stopte. „In zijn aanpak benadert hij Seedorf.”

De kenmerken van het lichaam van Kuijt zijn vaak geprezen; oersterk, longen als een paard en hij blijft rennen en sleuren. „Dat klopt allemaal”, zegt Echteld. Maar Kuijt is meer dan dat – in tegenstelling tot het beeld wat van hem bestaat. „Hij is geen Robben of Van Persie die in de sprint bepaalde acties maken. Dirk zijn handelingssnelheid oogt misschien trager, maar het is niet zo dat je te maken hebt met een duursporter. Dat is een misvatting, zijn spiervezels zijn in staat om snel te handelen.”

Kuijt laat zich ook mentaal bijstaan. Na het overlijden van zijn vader in 2007 liet hij De Gier voor iedere thuiswedstrijd van Liverpool – waar hij destijds speelde – overkomen. Zijn vader was een hardwerkende visser en inspireerde Kuijt alles uit zijn loopbaan te halen. De Gier: „Ik heb hem door die periode heen moeten slepen, we hebben veel gepraat. Hij moest zijn kop zo leeg mogelijk krijgen, zodat zijn verwerking niet ging stagneren.”

De Gier vloog ruim vier jaar op en neer naar Liverpool, zijn vrouw ging regelmatig mee. „We hadden daar een appartement, dat had Dirk geregeld.” Kuijt liet in die tijd om de week ook zijn haptonoom Peter van den Beld naar Engeland komen. Van den Beld, waar hij sinds 2003 mee samenwerkt, speelde eveneens een belangrijke rol in de verwerking. „Hoe houd je zijn lichaam en geest zo optimaal mogelijk in tijden van verdriet? Door ruimte te geven aan het verlies.”

De Gier en Van den Beld – die elkaar maar één keer ontmoet hebben – groeiden in die jaren uit tot de vertrouwensmannen van Kuijt. Toen hij in 2012 van Liverpool naar Fenerbahçe vertrok eindigden de bezoekjes. Istanbul was te ver weg. De Gier: „Ik was acht uur onderweg, dat trek ik niet. Henkie wordt ook een dagje ouder.”

Er bleef wel contact: Kuijt belde De Gier en Van den Beld voor iedere wedstrijd vanuit Turkije. Sinds de terugkeer naar Feyenoord vorige zomer ziet Kuijt ze weer. Van den Beld gaat zo’n twee dagen voor iedere wedstrijd langs bij Kuijt thuis in Noordwijk. De behandeling duurt doorgaans minimaal een uur. De haptonoom: „Dan zetten we de puntjes op de i, we kijken waar eventuele fysieke ongemakken zitten.”

‘Jan-Jan de hamerman’

Kuijt heeft nauwelijks langdurige, zware blessures gehad. Hij is zuinig op zijn lichaam, vertelt fysiotherapeut Echteld, die tot 2011 intensief met hem werkte. „Hij weet feilloos aan te geven wanneer hij fysiek en mentaal moe raakt en even de stekker eruit moet trekken. Zo voorkomt hij het risico op zware blessures.”

Hij verzorgt zijn lijf goed, zegt Jan-Jan de Bruijne, sinds zeven jaar zijn orthomanueel arts. „Het is net als een oude auto, als je die netjes onderhoudt kan je er heel lang mee doorrijden. Doe je dat niet, dan gaat ’ie roesten en rammelen en rijd je hem de vernieling in.”

Kuijt heeft De Bruijne de bijnaam ‘Jan-Jan de hamerman’ gegeven – met een hamer en een drevel ‘timmert’ de arts botjes weer op de goede plek. Kuijt kwam het afgelopen seizoen slechts twee keer bij De Bruijne, voor klein onderhoudswerk aan zijn bekken, knie en enkel.

Hij heeft het figuur van een „mannetjesputter”, zegt De Bruijne. „Hij heeft harde, zware botten. Iemand als Arjen Robben heeft veel lichtere botten.” De Gier: „Hij heeft een lichaam van staal. Als je zijn spieren voelt, dat is zo stevig.” Echteld: „Ik heb niet gemerkt dat zijn botten harder zijn dan die van Davids. Maar hij is door de jaren goed getraind en gehard.”

In de conditietesten bij Feyenoord scoort Kuijt nog goed en zijn herstel is uitstekend. „Je hartslag is een paramater van hoeveel energie iets kost, bij Dirk zie je dat hij erg efficiënt is”, zegt Philips. „Hij herstelt snel na wedstrijden, met zijn 36 jaar als een van de besten.”

Bij Feyenoord wordt rekening gehouden met zijn leeftijd, soms doet hij wat minder in trainingen. „Maar tot nu toe laat hij nog geen veroudering zien”, zegt Philips. „Hij heeft zoveel wedstrijduren in zijn benen. Hij is heel snel weer fit, ook na vijf weken vakantie. Zijn lichaam is gewend aan een bepaalde mate van inspanning, hij kan dat heel makkelijk continueren. Dat is die enorme basis die hij heeft.”

Kuijt heeft voor één seizoen bijgetekend. Zelf spiegelt hij zich qua houdbaarheid graag aan Manchester United-legende Ryan Giggs, die op zijn 40ste stopte. Waar ligt zijn grens? „Zijn lichaam kan op zich nog wel een paar jaar vooruit”, zegt De Bruijne. „Maar dan moet hij niet meer elke dag gaan trainen, hij moet dan meer rustmomenten gaan inbouwen.”

Het lichaam hoeft het probleem niet te zijn, zegt Echteld. „De bovenkamer is nu de belangrijkste factor. Kan hij nog de focus en het enthousiasme opbrengen om als topsporter te blijven leven? Het kan zomaar een keer op zijn.” Philips, zonder twijfel: „Hij kan nog jaren vooruit.”

Dirk Kuijt, de onverwoestbare.