Wilders zal nooit Kemal en Ingrid eren

‘I will always defend your freedom!’, riep Geert Wilders met een steenkolenaccent afgelopen 20 juli in Orlando. Hij was ‘eregast’ op een LGBTrump-feestje van de rechtse, Republikeinse blogger Jim Hoft. Hoft is zelf homoseksueel en staat in Amerika bekend als onderdeel van een obscuur groepje homoseksuelen die ondanks het feit dat de Republikeinse partij een lange geschiedenis van anti-homobeleid heeft, toch Donald Trump steunt. Het feestje waar Wilders sprak was net zo marginaal als Hoft: Trump noch een andere hooggeplaatste Republikein was aanwezig.

Terwijl Wilders zich als een fanboy van Trump opstelt, is progressief Nederland bang om te ‘wennen aan President Trump en premier Wilders’, naar de kop van een recent artikel op De Correspondent door Rutger Bregman. De Nederlandse vereenzelviging van de Amerikaanse populist Trump met de Nederlandse populist Wilders is, hoewel misschien begrijpelijk, geheel onterecht. In vergelijking met Wilders is Trump namelijk een beschaafde, verlichte, progressieve intellectueel.

Vlak nadat hij zich kandidaat had gesteld legde Trump bij de rechtse talkshow van Bill O’Reilly uit dat hij „de islam een prachtig geloof vindt” en „alleen de radicale islam” hekelt. In elke speech heeft Trump het over ‘de radicale islam’ of ‘islamitische terroristen’ en niet over ‘de-islamiseren van onze samenleving’ en ‘geen islam meer’, zoals Wilders. Trump benadrukt keer op keer dat hij veel islamitische en Mexicaans-Amerikaanse vrienden heeft en zaken met ze doet. Zijn idee om moslimimmigratie te weren „totdat we kunnen achterhalen of er radicalen tussen zitten” ziet er, hoe abject het op zichzelf is, enorm mild uit naast Wilders’ doel om álle moslims, inclusief Nederlanders, uit Europa te krijgen.

De stijl van het rechts-populisme in een land is altijd een weerspiegeling van de ‘geest’ van dat land. De Amerikaanse journalist Laurie Penny ontmoette Wilders tijdens zijn fanboytour vorige week. Ze was geschokt: „Wilders is duidelijk het meest gestoorde lid van de nieuwrechtse kamikazebrigade (...). Er staat een vuilnisbak in brand achter de lege ogen van zijn menselijke pak.”

Ik denk dat Penny’s verbijstering terecht was. Voor Amerikanen is het altijd enorm stuitend om te zien wat voor karakter nieuw-rechts in Nederland heeft. Want in Amerika ligt burgerschap, in tegenstelling tot bij ons in Nederland, niet meer op tafel. Tegenwoordig ben je een Amerikaan zodra je een Amerikaan bent. Punt. Niemand kan en wil dat van je afpakken. Zelfs de meeste ultrarechtse Tea Party-aanhangers zullen nooit roepen dat Mexican Americans hun paspoort moeten inleveren als ze een handtasje stelen. Bijna iedereen, van links tot rechts, lacht je uit als je zoiets voorstelt. Het debat gaat daar over illegale immigranten, niet over Amerikaanse burgers. Bij ons in Nederland daarentegen is het afpakken van paspoorten en het uitzetten van Nederlanders die hier zijn geboren en getogen bon ton in het maatschappelijke debat.

De speech die Trump vorige week gaf nadat hij de nominatie van zijn partij officieel accepteerde was doorspekt met rechts-populistische thema’s zoals ‘law and order’ en ‘meer veiligheid’. Als voorbeelden van ‘hardwerkende Amerikanen’ die ‘slachtoffer zijn geweest van criminele illegalen’ noemde hij steeds Brandon Mendoza, Sabine Burden en Jamiel Shaw, respectievelijk een Latino Amerikaan, een witte Amerikaan en een Afrikaanse Amerikaan. Hoe waarschijnlijk is het dat Wilders ooit een speech gaat geven waarin hij Rachid, Ingrid en Kemal gaat eren als ‘hardwerkende Nederlanders’?

Zihni Özdil is historicus en auteur van Nederland mijn Vaderland (Uitgeverij De Bezige Bij).