Sorry Tom, Epkeen Dorian

Nederland is niet het land van de sportman, maar van de sportvrouw. Vrouwen leverden de beste prestaties op de Olympische Spelen.

Laten we beginnen met een korte quiz.

1 Welke Nederlander voert de ranglijst aan van de meeste medailles ooit op de Zomerspelen?

Zij is een zwemster: Inge de Bruijn met vier keer goud, twee keer zilver en twee keer brons.

2 Welke Nederlander behaalde de meeste medailles bij de Winterspelen?

Zij is een schaatsster. Ireen Wüst deed het met vier keer goud, vier keer zilver en een keer brons net iets beter dan Sven Kramer die vier keer goud, drie keer zilver en twee keer brons behaalde.

3Welke Nederlandse wielrenner behaalde de meeste medailles op de Spelen?

Zij is een wielrenster. Leontien van Moorsel behaalde vier keer goud, een keer zilver en een keer brons. Op de tweede plaats staat Marianne Vos met twee keer goud.

4Welke Nederlandse atleet voert het medailleklassement aan?

Het is een loopster. De legendarische Fanny Blankers-Koen sleepte in 1948 vier gouden medailles binnen.

5De beste Nederlandse kunstrijder?

Het is een kunstrijdster: Sjoukje Dijkstra. De beste Nederlandse snowboarder? De snowboardster Nicolien Sauerbreij. De beste Nederlandse ruiter? De amazone Anky van Grunsven die de enige Nederlandse is die op Zomerspelen negen medailles (drie goud, vijf zilver, een brons) verzamelde.

Toegegeven; Nederland bracht met mannen als Sven Kramer, Pieter van den Hoogenband, Ard Schenk en Teun de Nooijer geweldige sportmensen voort. Maar Nederland, beste heren, is niet het land van de sportman, wel dat van de sportvrouw. Zeker, ook ik zit op 10 augustus op het puntje van mijn stoel wanneer Tom Dumoulin, die zo imponeerde in de Tour, zich klaarmaakt voor die belangrijke 24,2 kilometer tegen de klok. Wanneer Epke Zonderland door de lucht zweeft en perfect neerkomt, zal ik de eerste zijn om te roepen ‘Hij stáát wéér’. En natuurlijk hoop ik dat surfer Dorian van Rijsselberghe zijn gouden medaille van Londen met zwier verdedigt.

Maar meer nog dan voor de mannen worden dit voor Nederland opnieuw de Spelen voor de vrouwen. De Spelen van Marit, Marianne, Anouk, Nouchka, Dafne en vele andere Hollandse dames. Ik juich straks voor de zeilster Marit Bouwmeester, bij wie de ontgoocheling zo groot was toen ze vier jaar geleden in Londen ‘slechts’ zilver haalde. Die gouden plak moet er nu komen. Stilletjes hoop ik dat die frêle maar zo sympathieke wielrenster Marianne Vos, die de voorbije tijden tegen blessures en zichzelf streed, op het podium staat. Ik ben zeker dat Anouk Vetter, nauwelijks 23, die begin deze maand in Amsterdam Europees kampioene werd op de zevenkamp, ook in Rio bewijst dat ze een van Nederlands’ meest veelzijdige atletes is.

Ik kijk nu al uit naar die brede lach van Kim Polling die op haar Twitter-profiel van zichzelf schrijft dat ze een „25-jarige is die andere judoka’s op hun rug probeert te gooien”. Ze heeft vooral de faalangst, waarmee ze vorig jaar nog worstelde, van zich af gegooid en, zo weet ik, ze stapt niet van die mat zonder een medaille. Ik wil aan de rand van de ring staan als Nouchka Fontijn zich met haar gevreesde rechter naar een medaille bokst. Ik wil aan de kant van het zwembad juichen voor de beste Nederlandse zwemster van haar generatie, Ranomi Kromowidjojo, als zij haar titels op de 50 en de 100 meter prolongeert. Ik zal juichen voor de Nederlandse hockeydames (‘go for it Naomi van As, Eva de Goede, Ellen Hoog en Lidewij Welten’) die voor de derde Spelen op rij na Beijing 2008 en Londen 2012 goud halen. En waarom zouden de Nederlandse handbaldames (met de prachtige Estavana Polman) ook geen podiumplaats in de wacht slepen?

Maar twee momenten staan extra-dik aangestreept in mijn agenda. Zondagochtend 14 augustus en donderdagochtend 18 augustus, telkens om 3.30 uur in de ochtend. Het wordt dus opstaan midden in de nacht. Maar dat ga ik met plezier doen. Want dan loopt een van de grootste Nederlandse sportvrouwen ooit meer dan waarschijnlijk de finale van de 100 en de 200 meter. Dafne Schippers. Een meid van 24 uit Utrecht die Nederland op de sprintkaart heeft gezet. De eerste race zal iets minder dan elf seconden duren, de tweede iets minder dan 22 seconden. En toch zou het voor Nederland de mooiste halve minuut van Rio kunnen worden. Misschien wel honderd keer heb ik intussen gekeken naar die beelden van Schippers’ gouden 200 meter op het WK vorig jaar. En honderd keer zit ik op het puntje van mijn stoel en denk ik dat Dafne op veertig meter van de meet het net niet zal halen. Honderd keer juich ik als ze over die streep komt. Straks moet ze dat weer doen. Op de 100 en, vooral, op de 200 meter.

In Rio kan Dafne Schippers haar naam op het palmares van de mooiste sportmanifestatie ter wereld schrijven. En daarmee nog eens aan de wereld tonen dat Nederland het land is waar sportvrouwen heersen boven sportmannen.

Sorry Tom, Epke en Dorian.