Rechtbanken in Nederland, bevries verzoeken uit Turkije

De Turkse rechtsstaat is in verval, betoogt . „Besef dat rechtshulp aan Turkije ons tot vazal van een dictator maakt.”

Het Turkse staatshoofd Erdogan ontsloeg na de afgeslagen staatsgreep duizenden rechters. Een zuiveringsmaatregel die doet denken aan de maatregelen van de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is zonneklaar dat de rechtsstaatgedachte in Turkije daarmee ernstig beschadigd is.

De Amsterdamse rechter Ronny van de Water wil op grond hiervan geen medewerking meer verlenen aan uitleverings- en rechtshulpverzoeken uit Turkije. Ook advocaat Bart Stapert pleit hiervoor. Mr. Naves, president van de Amsterdamse rechtbank, reageerde zuinig. Hij benadrukte dat Van de Water op persoonlijke titel sprak. Van een standpunt van de rechtbank was geen sprake.

Van een vergelijkbare zuinigheid is sprake in het vorige week gepubliceerde standpunt van de Raad voor de rechtspraak. Die heeft geen bemoeienis met concrete rechterlijke uitspraken. Deze Raad vond dat het aan individuele rechters is om te beslissen over uitlevering of rechtshulp aan Turkije. Een fermer standpunt is dringend gewenst. Het voorstel van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) voor een persoonlijke steunbetuiging aan Turkse collega’s is een stap in de goede richting, maar nog wel erg vrijblijvend.

Hoogste tijd dus dat onze rechterlijke macht als geheel kleur bekent en zijn ambtgenoten in Turkije morele steun verleent. Temeer omdat het al een bloody shame is dat de Nederlandse rechter tot voor kort gewoon Turkse uitleveringsverzoeken, ondanks grote vraagtekens over de onafhankelijkheid van de Turkse rechterlijke macht en wat daar nog van over is, honoreerde.

Het rechtsstatelijke deficit is reeds door de Europese Commissie onthuld in een rapport uit 2004. Toen al werd alarm geslagen over massaal ontslag van Turkse rechters. In 2014 werden 96 magistraten ontslagen of overgeplaatst vanwege een onderzoek in zaken waarin van mogelijke verwijtbare betrokkenheid van Erdogan sprake was. In 2015 werd de aanhouding bevolen van twee rechters, Baser en Özcelik, vanwege hun vermeende sympathie met Fethullah Gülen. Alleen al zo’n sympathie is in Turkije reden voor ontslag op staande voet. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelde dat er in 94 van de 101 Turkse zaken uit 2004 sprake was van een mensenrechtenschending. 42 van de 176 gegronde klachten betrof een schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, EVRM). In 11 gevallen ging het om schending van de redelijke termijn voor berechting. Schending van het recht op ‘effective remedy’ werd in 7 gevallen aangenomen. Het track record van Turkije bij dit hof is dus nogal beroerd.

Bij uitleverings- en rechtshulpverzoeken aan Nederland moeten we ervan uit kunnen gaan dat Turkije het mensenrechtenverdrag eerbiedigt. Alleen dan heeft de opgeëiste persoon een rechtsmiddel om zich te verweren. In theorie is daar sprake van, in de praktijk niet. Mensen die aan Turkije uitgeleverd worden staan vaak bloot aan het risico op flagrante inbreuk van het recht dat ze toekomt in artikel 6.

Het recht op een onbevangen en onpartijdige rechter behoort tot een van de fundamentele rechten van een eerlijk proces. Wat is dat nu, een onbevangen en onpartijdige rechter? Een die onafhankelijk van de uitvoerende macht een oordeel velt. Geen jaknikker van Erdogan dus. Het massaontslag in Turkije beschadigde dan ook de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de resterende rechterlijke macht zodanig dat het in het rechtshulpverkeer noodzakelijke vertrouwen niet meer aanwezig kan worden geacht.

Dit brengt mee dat onze rechtspraak, die helaas in de erbarmelijke toestand van de Turkse rechtspraak nog geen reden zag de steven te wenden, iedere rechtshulp aan Turkije vooralsnog moet bevriezen. Zo niet, dan wordt onze rechtsstaat gedegradeerd tot een vazal van de Turkse dictatuur.

Gerard Spong is advocaat