‘Machines worden nooit ziek’

Distributiecentra

De grote webwinkels troeven elkaar af met steeds kortere levertijden. Leidt dat tot spartaanse toestanden in de distributiecentra?

Beeld Arjen Born

Horrorverhalen zijn er genoeg over de werkomstandigheden in distributiecentra. Absurde productienormen , intimidatie, uitbuiting. Vorige week nog bleek dat werknemers in de magazijnen van Sports Direct, de grootste Britse sportkledingketen, dagelijks worden gevisiteerd. Ze moeten zich soms tot op hun ondergoed uitkleden om te bewijzen dat ze niet stelen. Eén werkneemster was zelfs op het toilet bevallen, uit angst om haar baan te verliezen als ze zich ziek zou melden.

Over de Duitse webwinkel Zalando gingen jaren geleden al verhalen over misstanden. Orderpickers die in de gigantische distributiecentra bestellingen verzamelen, bleken op een werkdag van acht uur tot wel 27 kilometer te moeten lopen. Ze zouden te weinig pauzes krijgen en vaak kampen met gezondheidsklachten. Zalando bezweert dat de verhalen intussen gedateerd zijn.

Ook Nederlandse webwinkels moeten duizelingwekkende hoeveelheden pakketjes verwerken. De onlineverkoop blijft toenemen. Wat betekent dat voor hoe het er in de distributiecentra aan toegaat? Hoe zit het met de werkdruk?

Met wantoestanden lijkt het in de Nederlandse distributiecentra van onlinewinkels mee te vallen. Er zijn wel „signalen” dat de werkdruk toeneemt, zegt een woordvoerder van vakbond FNV. „Maar voor we daar uitspraken over doen, moeten we het eerst beter in kaart brengen.”

De enige consternatie over Nederlandse distributiecentra had vorig jaar betrekking op Albert Heijn en Jumbo, waar volgens FNV sprake is van een „opjaagcultuur”: als werknemers niet kunnen voldoen aan de „steeds veranderende” prestatienormen, dreigt een loonmaatregel of zelfs ontslag.

Ongeschoold werk

De druk bij distributiecentra hangt niet samen met de onlinefactor, zegt Mirjam Karmiggelt. Als consultant van IG&H jarenlang heeft zij jarenlang bedrijven begeleid bij het inrichten van hun ‘dc’s’. De arbeid is in álle distributiecentra fysiek zwaar – bij het laden en lossen van containers moet immers flink worden getild – en de lonen zijn laag, want het gaat veelal om ongeschoold werk. Toch hoeven werknemers niet zozeer bang zijn dat ze harder moeten werken, ze moeten eerder vrezen dat hun banen verdwijnen: hun werk wordt meer en meer overgenomen door machines. Grote webwinkels schakelen waar mogelijk over op gemechaniseerde distributiecentra.

160715Q_Oppervlakte_graphCOR
Enerzijds is dat bedoeld om meer pakketjes te kunnen verwerken in dezelfde tijd. Tegelijkertijd helpt mechanisatie „de druk van mensen af te halen”, zegt Karmiggelt. „Een dc gaat meer op een fabriek lijken. Zo haal je de loopkilometers eruit en hoeven mensen minder te tillen.”

De kritiek dat mechanisering banen kost, is volgens haar voor een deel misplaatst. „De arbeidsplaatsen die verdwijnen, zijn niet altijd de fijnste werkplekken. En daarvoor in de plaats komen banen terug van een iets hoger niveau, fysiek minder belastend en vaak iets beter betaald.” Een goede ontwikkeling, wil ze maar zeggen. Maar komen dezelfde werknemers voor die betere banen in aanmerking? „Als bedrijven hun de kans bieden zich te laten omscholen, wel.”

Ook supermarkten als Albert Heijn en Jumbo automatiseren hun distributiecentra. „Machines worden nooit ziek”, zegt FNV-bestuurder Peter van der Put. „Ze kunnen 24 uur per dag doorwerken, en in de weekenden. En ze klagen nooit.” Vanuit de bedrijven geredeneerd is het een logische stap, bedoelt hij. „Uiteindelijk wil iedereen, of het nu om webwinkels of supermarkten gaat, zo goedkoop en zo snel mogelijk leveren. Maar wij houden scherp in de gaten wat die race to the bottom voor de werknemers betekent. Moeten ze bijvoorbeeld vaker ’s nachts werken?”

Overigens is (volledige) mechanisatie niet voor iedere webwinkel weggelegd. Zo’n investering begint bij vijftig miljoen euro en kan oplopen tot honderden miljoenen. Voor Hema is het bijvoorbeeld nog geen optie, zegt Karmiggelt, want daarvoor is Hema’s online-omzet nog te beperkt.

Voor supermarkten met een online-omzet van 250 tot 300 miljoen euro kan mechanisatie lonen, zegt ze, voor webwinkels is de ondergrens zo’n 500 miljoen. Al hangt het nog wel af van het type goederen dat een bedrijf verkoopt. Bij Wehkamp gaat het vooral om mode. „Dat is een homogeen product, dus dat kun je goed mechaniseren.”

Wehkamp heeft in september vorig jaar een hypermodern pand van 53.000 vierkante meter in gebruik genomen aan de A28 bij Zwolle. Kosten: 100 miljoen. Vrijwel alles gaat hier geautomatiseerd. Maar er zijn uitzonderingen, vertelt Sander Bolmer, eindverantwoordelijk voor het distributiecentrum en de logistiek. „Retouren verwerken blijft mensenwerk. Je moet het product bekijken en weer opvouwen en op zo’n maner verpakken dat het er als nieuw uitziet. Een haar op een T-shirt moet ervan af voor je het shirt opnieuw verpakt.”

Bij Wehkamp komen bij het orderpicken geen mensen meer te pas. De producten zijn in 450.000 grijze kratten opgeslagen in metershoge stellingkasten in twaalf gangen van ieder 137 meter lang. Tussen die gangen schieten 468 shuttletreintjes heen en weer die de bestellingen ophalen. Via een lopende band gaan de kratten vervolgens naar één van de 24 pickstations. Dáár komen de producten pas voor het eerst in aanraking met werknemers. Zij stoppen de artikelen in dozen die vervolgens via een lopende band naar het uitgiftepunt gaan, om in een vrachtwagen te worden geladen. Per dag kan Wehkamp maximaal 80.000 pakketten versturen.

Hoewel Wehkamp dus geen orderpickers meer heeft, betekent dat niet dat in het nieuwe distributiecentrum minder mensen werken dan in het oude. Het zijn er nog steeds ruim 150. Wel is de aard van de werkzaamheden wat veranderd, zegt Bolmer. „We hebben meer operators, die kijken of alle apparatuur goed draait. En meer technisch personeel, dat machines onderhoudt of repareert.”