Leve de zuivere mens

Boek

In de nieuwe roman van Dave Eggers keert Josie, een wereldse vrouw, het burgerlijke leven de rug toe.

Illustratie Istock

Dave Eggers’ roman The Circle (2013) is de ultieme bestseller. Dat concludeerde althans de ‘Bestseller-ometer’, een computerprogramma dat onlangs werd ontwikkeld ten behoeve van het boek The Bestseller Code, dat in september verschijnt. Het algoritme kijkt naar plot, karakters, setting en stijlkenmerken – tot aan het gebruik van gedachtestreepjes toe. Eggers dystopische Facebookroman haalde een score van honderd procent. Zo’n hoge score is niet verwonderlijk, want de roman heeft kenmerken die mensen van vlees en bloed ook aan bestsellers toe blijken te kennen: het boek is toegankelijk, scherpzinnig en razend actueel.

Al is honderd procent wat veel. In de wereld van de echte bestsellers is The Circle verre van ultiem. Natuurlijk zouden de meeste schrijvers een moord doen voor het miljoen exemplaren dat Eggers wereldwijd verkocht (vergelijkbaar met Het diner van Herman Koch), maar het is geen getal waar J.K. Rowling, Dan Brown of E.L. James de dop van hun vulpen voor draaien. Heel verwonderlijk is dat niet: reuzenbestsellers zijn meestal boeken die iets vormgeven wat er helemaal nog niet was. Onvoorstelbaar en onvoorspelbaar – en daarin is een computer niet beter dan zijn beste programmeur.

Kosmopoliet

Dat het algoritme van The Bestseller Code bij Eggers (1970) uitkwam, zal ermee te maken hebben dat hij heel prettig uitdrukt wat wij van een moderne schrijver verwachten: hij is geestig én geëngageerd, Amerikaan én kosmopoliet. In het verlengde daarvan is zijn werk de uitdrukking van wat de progressieve mens wil zijn. Rouwend, maar niet klagend bij de dood van zijn ouders (A Heartbreaking Work of Staggering Genius, 2000), scherp geëngageerd en loyaal met de vluchteling Valentino Achak Deng (What is the what, 2006), waarschuwend voor stereotyperingen (Zeitoun, 2009). Empathie is het hart van Eggers methode, tot aan de ontvoerder in Your Fathers, Where Are They? and the Prophets, Do They Live Forever? (2014) toe. Eggers zet zich in voor van alles en nog wat: van onderwijs tot de strijd tegen de doodstraf. En hij biedt als uitgever en tijdschriftenmaker anderen een podium. Hij is een auteur die deel wil uitmaken van de wereld en zijn bijdrage wil leveren. Dat verlangen maakt hem tot een soort anti-Houellebecq, de Fransman (die ook wel eens een miljoen boeken verkocht) bij wie het juist draait om de ongeneeslijke weerzin tegen de wereld.

Uiteindelijk draait het bij Eggers zo om burgerschap, om de vraag naar wat deze wereld, deze maatschappij van ons verlangt. Wat dat betreft is de setting van zijn nieuwe Helden van de grens (Heroes of the Frontier, 2016) opmerkelijk: dit boek gaat over een vrouw die juist het burgerlijke leven de rug toekeert – al sleept ze daarbij nogal wat overblijfselen van dat leven met zich mee in een camper van het omineuze merk Chateau.

Hoofdpersoon is de veertigjarige ex-tandarts Josie, die met haar jonge kinderen Paul en Ana in die camper Alaska intrekt. Daar hoopt ze zuivere mensen in een zuiver landschap te vinden. Het lijkt op een vakantie, maar een terugreis-datum heeft Josie niet in haar hoofd. ‘Ze had een comfortabel leven gehad, maar comfort is de dood voor de ziel, die van nature zoekend, vasthoudend en onbevredigd is. Die onvrede jaagt de ziel voort, doet hem verdwalen, zich verliezen, worstelen en zich aanpassen. En aanpassing is groei en groei is leven.’

Natuurlijk blijkt er wel wat meer aan de hand te zijn, nog buiten de bosbranden die het gebied teisteren en Josie’s angst dat de vader van Paul en Ana haar zal laten vervolgen wegens ontvoering van de kinderen. Deze Carl (‘een man zonder ruggengraat en met zwakke darmen’) staat op het punt te trouwen in Florida – inderdaad, elke kilometer richting Alaska verwijdert je verder van Florida.

Ook voelt Josie zich verantwoordelijk voor de dood van een jonge soldaat in Afghanistan en is aangeklaagd omdat ze een gevaarlijk gezwel in de mond van een patiënte over het hoofd zag. En dan zijn er nog de verschrikkingen die een alleenstaande moeder moet doorstaan in een overgeorganiseerde gemeenschap van ‘hoogglansmensen die vreugde en verplichting moeiteloos combineerden’, waar de ene ‘cupcakesoiree’ de volgende aflost – je zou inderdaad voor minder de donkere bossen in vluchten. Al blijken niet alleen de anderen de hel.

Josie leefde een flink deel van haar jeugd bij adoptie-moeders, bracht een tijd met het Peace Corps in het buitenland door – en dat alles heeft zijn sporen nagelaten. Ook heeft ze de gewoonte om wel een heel groot deel van de zorg voor de kleine Ana over te laten aan de nog niet tienjarige Paul. En dan is er nog het fanatisme waarmee Josie zich aan het eind van de dag volgiet met rode of witte wijn.

Zo kun je Josie op verschillende manieren bekijken: is zij iemand die vooral beschadigd is en door een doldrieste reis ook haar eigen kinderen tekort dreigt te doen? Of als iemand die juist het goede doet door zichzelf en haar kinderen te bevrijden van de knellende banden van de burgerlijke maatschappij? Wat is hier idealisme en wat is hier angst? Als je het goede wilt doen, moet je dan naar Afghanistan gaan en daar getraumatiseerd vandaan komen? Of niemand tot last zijn ergens in de vrije natuur? Of toch maar met een schaal cupcakes naar de school van je kinderen?

Eggers’ roadnovel wordt aanvankelijk gedomineerd door de weerzin van Josie tegen bijna alles en iedereen. Een verblijf bij een voormalige adoptie-zus duurt maar kort omdat ze zich niet kan verzoenen met de dingen die goed gaan in het leven van deze Sam. Dus trekt het drietal verder langs campings en truckstops. Daarin brengt Eggers een knap evenwicht aan tussen de aardige mensen en gevaarlijke situaties: zoals het leuke en open gezin waarvan de man om de haverklap zijn vuurwapen afvuurt.

Moedige mensen maken

In Helden van de grens is het onheil nooit ver weg. Deels door de (vaak, maar niet altijd) ingebeelde angsten van Josie, deels omdat er soms echt iets aan de hand is. Symbolisch zijn wat dat betreft de bosbranden die de paradijselijke omgeving bedreigen – branden die Josie op een ongelukkig moment recht tegemoet rijdt.

Stap voor stap verwijderen de drie helden uit de titel (bij Eggers weet je dat je die niet ironisch hoeft te lezen) zich steeds verder van de gebaande paden, Eggers geeft steeds minder geografische informatie, de Chateau verdwijnt uit beeld, naar drank wordt niet meer omgekeken. Josie, Paul en Ana worden steeds meer een met de natuur. En ze komen in die natuur in de problemen, want het bos is een onverschillige gastheer.

Eggers laat zijn heldin conclusies trekken, een paar maal in verschillende bewoordingen: ‘Op dat ogenblik begreep Josie dat in plaats van een moedig mens te zoeken – en daar was ze al jaren naar op zoek, besefte ze – het veel beter was om mensen moedig te maken. Ze moest geen integere, moedige mensen zoeken. Ze moest ze zelf maken.’

Josie komt tot een mystiek aandoende loutering als ze een gezelschap muzikanten ontmoet, waarna Eggers de roman erg zoet laat eindigen – het glazuur springt je nog net niet van de tanden.

Een heel groot bezwaar is dat niet, ook al omdat Eggers onderweg al meer dan genoeg vragen heeft opgeworpen en dilemma’s heeft getoond. Die zijn over het algemeen zeer vertrouwd; ook als romancier is Eggers meer een verslaggever dan een visionair. Maar met een goede reporter is niets mis; het bestaan van de 21ste-eeuwse burger is ingewikkeld genoeg. En er is veel wat computerprogramma’s van ons kunnen overnemen, maar het maken van romans hoort daar hoe dan ook niet bij.

Al is het maar omdat we apparaten niet kunnen uitleggen waarom we soms verlangen naar een plaats zonder bereik.