Laagste moordcijfer in twintig jaar

Moord en doodslag

In 2015 werden 120 mensen vermoord: het kleinste aantal in 20 jaar. De politie verwacht moeite te hebben dat aantal zo laag te houden.

Het aantal mensen dat in Nederland door moord of doodslag om het leven kwam is gedaald tot het laagste cijfer in twintig jaar, zo blijkt uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2015 ging het om 120 mensen: 77 mannen en 43 vrouwen.

Vooral bij mannen is de daling spectaculair. Het aantal vermoorde mannen daalde in een jaar tijd met 36. Bij zeven op de tien mannen die tussen 2011 en 2015 zijn vermoord was een dader in beeld. Deze (vermoedelijke) dader was in 32 procent van de gevallen een vriend of kennis van het slachtoffer. Bij 13 procent ging het om een afrekening in het criminele circuit. Ruim één op de tien vermoorde mannen of jongens is door zijn vader of moeder om het leven gebracht.

Het aantal vermoorde vrouwen lag in 2015 met 43 slachtoffers iets hoger, na een forse daling in 2014. Ruim de helft van de vrouwen die de afgelopen vijf jaar zijn vermoord, werd omgebracht door de partner of een ex. Relationele omstandigheden (zoals een echtelijke ruzie) of jaloezie van de dader waren de meest voorkomende motieven om vrouwen van het leven te beroven.

Daling door toeval én beleid

De nu bekend geworden cijfers passen „in de licht dalende trend die we al jaren op dit terrein zien”, zegt Arjan de Zwart, hoofd recherche van de politie-eenheid Rotterdam. De daling is volgens hem voor een deel toeval maar ook te danken aan beleid van de politie. „Vooral op het gebied van huiselijk en eergerelateerd geweld proberen we samen met de gemeente en andere instanties eerder te interveniëren. Vroeger ging de politie kijken na een melding, probeerde ze even te bemiddelen en ging dan weer weg. Nu wordt bij een mishandeling op heterdaad de dader vrijwel standaard aangehouden, wordt de hulpverlening ingeschakeld en volgt er een huisverbod voor de verdachte”, zegt De Zwart.

Relatief gezien overlijden meer allochtonen door moord of doodslag dan autochtonen. Bij mannen van niet-westerse afkomst ligt het moordcijfer ruim vijf keer hoger dan bij autochtonen. Onder mannen van Antilliaanse herkomst is het risico slachtoffer te worden veertien keer hoger dan onder autochtone mannen.

Bij vrouwen van niet-westerse herkomst ligt het risico om slachtoffer te worden van moord of doodslag 2,8 keer hoger dan bij autochtone vrouwen. Ook bij vrouwen is het risico om vermoord te worden het hoogst bij vrouwen van Antilliaanse en Arubaanse afkomst. Dit ligt zes keer hoger dan onder autochtone vrouwen.

Het voorkomen van liquidaties krijgt bij de politie eveneens meer aandacht, zegt de Rotterdamse recherchechef De Zwart. „We hebben het team ‘sluimerende schietconflicten’. Dat verdiept zich in ruzies met vuurwapengeweld die blijken doordat bijvoorbeeld op een plek een aantal lege hulzen ligt.”

Impulsief Antilliaans geweld

De Zwart zegt „geschrokken” te zijn van de „bereidheid in sommige subculturen om meer geweld te gebruiken bij het uit de weg ruimen van concurrenten of bij zogeheten ripdeals”.

„In de Rotterdamse criminele samenwerkingsverbanden met relatief veel Antillianen wordt veel impulsief geweld gebruikt. Het aantal automatische vuurwapens dat op de markt is, stijgt. De kogels vliegen soms in het rond. We zullen enorm ons best moeten doen om ervoor te zorgen dat de moordcijfers laag blijven.”

De meeste moorden in 2015 werden in de twee grootste steden gepleegd: 13 in Amsterdam, 12 in Rotterdam. Relatief gezien waren de afgelopen vijf jaar 2,3 op de 100.000 mensen in Amsterdam slachtoffer van moord of doodslag. Ook in Rotterdam lag dit cijfer met 2,0 beduidend hoger dan het gemiddelde van 0,9.

In Europa behoort Nederland tot de landen waar relatief de minste moorden worden gepleegd. In Zwitserland en Oostenrijk is het moordcijfer het laagst. Het moordcijfer van België ligt 2,5 keer hoger dan dat van Nederland. Rusland staat in Europa op de eerste plek met 9,5 moorden per 100.000 inwoners, gevolgd door Bulgarije met 3,6 per 100.000 inwoners.