Jeugdige Australiërs enthousiast maar wel een beetje wisselvallig

Als het om internationaal tourende symfonieorkesten gaat, blijft het vanuit Australië meestal een beetje stil. Interessant dus om woensdagavond The Australian Youth Orchestra in het Concertgebouw te horen spelen, met een overrompelend enthousiasme dat voor de Europese gezelschappen niet onderdoet.

Het groots bezette orkest – muziektalent tussen de 12 en 30 jaar – heeft duidelijke balansproblemen. Carl Vines Celebrare Celeberrime (1993) begint met trage tromboneglissandi en glinsterende loopjes, maar slipte algauw compleet dicht. In Ravels Pianoconcert in G staken soloblazers fier boven het geheel uit, dat echter helaas niet meer werd dan de som der delen. De slotsprint van het eerste deel was te traag.

Pianiste Hélène Grimaud kon varen op haar eigen stevige interpretatie vol elastische ritmiek. In het dromerig voort dansende middendeel vond ze een middenweg tussen zakelijk en mierzoet, al kon enige routine niet worden uitgesloten.

Dirigent Manfred Honeck zag geen enkele noodzaak tot het inbinden van zijn jeugdige troepen. Hij plaatste daar immers ook schitterende pianissimopassages tegenover, met name in Dvoráks Negende symfonie. Imponerend was het contrast tussen fluisterstrijkers en massieve erupties, met pauken als kanonnen. Fraai waren tegendraadse accenten in het daardoor nog volksere Scherzo. Het mooist was het Largo, waar een donzige warmte hing en Honeck even de handen vouwde in stil gebed.