Hoezo wapenstilstand in Oost-Oekraïne?

Juli was de bloedigste maand in de Donbas sinds in Minsk een wapenstilstand werd afgesproken, anderhalf jaar geleden. Het vuur komt van zowel het Oekraïense leger als van de separatisten.

Vlak bij de luchthaven van Donetsk, waar nog steeds wordt gevochten. Een dorpeling heeft bloemen geplant in een gat dat door artillerievuur is geslagen. Foto Konstantin Salomatin

„Het begint”, zegt Jurriaan. De Nederlandse waarnemer van de OVSE – om veiligheidsredenen houdt hij zijn achternaam voor zich – staat op een kleine verhoging bij het kapotgeschoten tankstation en kijkt uit over de lage woningen. Een luide dreun galmt over de bomen. Dan klinkt er een tweede doffe klap. Inkomend of uitgaand vuur? Jurriaan schudt het hoofd. „Onmogelijk te zeggen zo.”

We zijn in Jasinoevata, in het oosten van Oekraïne. Langs de weg bemannen pro-Russische opstandelingen het laatste checkpoint. Achter de wegversperring liggen de loopgraven en het front.


In februari 2015 zetten Kiev en pro-Russische rebellen hun handtekeningen onder de akkoorden van Minsk II, die een einde moesten maken aan de oorlog in de Donbas. Naleving van Minsk II is een van de voorwaarden van de EU voor versoepeling van de sancties tegen Rusland. Maar anderhalf jaar later is het staakt-het-vuren dat toen werd afgesproken niet meer dan fictie. Aan het front wordt elke dag geschoten, door beide partijen. Daarbij vallen dagelijks doden en gewonden.

In de afgelopen weken zijn de gevechten geëscaleerd. Een woordvoerder van de Oekraïense strijdkrachten noemde juli de „dodelijkste maand” sinds het ingaan van het bestand in 2015. Naar eigen zeggen heeft het Oekraïense leger in de periode tussen 27 juni en 25 juli 41 doden en 141 gewonden moeten incasseren. Oleksandr Toertsjynov, hoofd van de Oekraïense Nationale Veiligheidsraad, liet weten te overwegen de staat van beleg in te voeren.

Lachertje

Maar het zijn niet alleen de rebellen die het bestand tot een lachertje maken. Ook Oekraïne maakt zich schuldig aan het schenden van het staakt-het-vuren. Beide partijen brengen ook steeds meer artillerie naar voren: zware wapens die zich volgens de Minsk-akkoorden op vele tientallen kilometers van het front horen te bevinden. En ook de separatisten lijden verliezen: het militaire commando van de Volksrepubliek Donetsk meldde de afgelopen maand 8 doden aan eigen kant. De gesneuvelde militairen van de Volksrepubliek Loegansk moeten daar nog bij worden opgeteld.

Een willekeurig dagrapport van de OVSE maakt duidelijk hoe zwaar de gevechten zijn. In één etmaal noteerden de waarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking 290 explosies langs de frontlijn, die duiden op de inzet van zware houwitsers of mortieren. De OVSE telde ook honderden salvo’s van mitrailleurs, en tientallen losse schoten – waarschijnlijk het werk van sluipschutters. De totale omvang van het geweld was overigens nog groter: waarnemers op twee kilometer ten zuidwesten van de stad Marioepol hoorden even na half negen een „ontelbaar aantal” knallen.

Strategische plekken

Waarnemer Jurriaan stond in maart ook bij dit benzinestation in Jasinoevata te turven. Op een dag telde hij binnen een paar uur ruim duizend explosies. „Een complete veldslag”, zegt de ex-marinier, al ruim twintig jaar in dienst bij de politie in Amsterdam. Vandaag is het relatief rustig. Maar in Debaltseve, even ten noord-westen, komt later die dag een groep lokale journalisten onder vuur te liggen. Niemand raakt gewond.

Het Oekraïense leger en de rebellen vechten op drie strategische plekken langs het front: aan de kust bij Marioepol, rond de totaal verwoeste luchthaven van Donetsk en bij Debaltseve. Het zijn de drie plekken waar één van de partijen een doorbraak zou kunnen forceren. Juist hier, zo vertelt Marco Kirschbaum, liggen de loopgraven dicht bij elkaar. In Minsk wordt nu gepraat over voorstellen om juist op deze ‘hotspots’ de twee partijen verder uit elkaar te brengen, zegt de plaatsvervangend teamleider van de OVSE in Donetsk. „Dat is nuttig. Want de directe nabijheid is een belangrijke oorzaak van de bombardementen.” Tot nu toe hebben die besprekingen niets opgeleverd.

Naar voren en naar achteren

Willen de partijen eigenlijk wel vrede? Zowel de separatisten als het Oekraïense regeringsleger begeven zich steeds weer in de ‘grijze zone’: het niemandsland tussen de linies. De Oekraïners, zo zeggen de opstandelingen in Donetsk, proberen hun posities naar voren te schuiven. De rebellen op hun beurt „voeren verkenningen uit” in niemandsland. Vorig jaar werden twee Russische commando’s krijgsgevangen gemaakt toen ze even ten noorden van Loegansk tegen een Oekraïense stelling aanliepen die ze daar niet hadden verwacht.

„Ze gaan naar voren, en dan weer naar achteren”, zegt OVSE-waarnemer Jurriaan bij zijn tweede observatiepost, direct bij het station van Jasinoevata. „Ondanks de akkoorden van Minsk bevechten ze elkaar. En waarom? Ik heb geen idee. En de lokale bevolking hier snapt het ook niet.”

Een vrouw onderbreekt het gesprek. Lena Malysjeva heeft een vraag. Ze heeft gehoord dat de Oekraïners op 1 augustus gaan aanvallen. „Klopt dat?”

De geruchten over een aanstaand Oekraïens offensief zijn hardnekkig. En de burgers die dicht tegen het front wonen, hebben toch al veel te verduren. Volgens de Verenigde Naties kwamen er in juni 12 burgers om het leven en raakten er 57 gewond. Dit was het „hoogste aantal slachtoffers in één maand sinds 2015”, zo schrijft de VN. De meeste slachtoffers vielen door artilleriesystemen die verboden zijn volgens de akkoorden van Minsk.

Lena is de wanhoop nabij. „We liggen elke nacht te luisteren naar de inkomende granaten.” Alleen naar granaten? Lena kijkt cynisch. „De rest merken we al niet eens.”