Franse ‘patriotten’ melden zich voor nationale garde

Reservisten

Frankrijk begint in de strijd tegen terreur een nationale garde. Sinds de aanslagen melden steeds meer jongeren zich aan als reservist om hun land te dienen.

Het tweetal jonge rekruten dat orders van een vervaarlijk ogende kaalgeschoren instructeur ontvangt, lijkt na veertien dagen militaire training totaal afgemat. Glazig staren ze voor zich uit terwijl ze handboeien aan hun riem bevestigen.

„Het is twee uur ’s nachts, er is een melding dat een blauwe auto op de afgesloten parkeerplaats van een bedrijf staat”, dicteert gendarme Thomas. „Jullie moeten de zone veiligstellen en de indringer inrekenen. Begrepen?” De twee murmelen wat, trekken hun oranje nepwapens en sjokken naar een vervallen gebouw dat als oefenbedrijf dienstdoet.

Het pand staat in een legerkamp in Beynes, een stadje op drie kwartier van Parijs. Op landerijen aan het eind van een onopvallende straat met nieuwbouwhuizen, drilt de gendarmerie deze warme zomerdagen de nieuwste lading reservisten. De groep van ruim 250 jongeren vanaf 18 jaar leert schieten, vechten en alles wat gewone gendarmes ook doen.

Sinds de reeks aanslagen in Frankrijk in 2015 neemt het aantal aanmeldingen van jongeren die reservist willen worden rap toe, zegt luitenant-kolonel Christophe (50), zelf sinds 21 jaar reservist en verantwoordelijk voor de zomerstage. Hij spreekt zelfs van een „verdubbeling” sinds „les événements”, de gebeurtenissen. Ook andere Franse legeronderdelen noteren toenemende belangstelling.

Nadat de Franse regering eerder deze maand, na de ‘vrachtwagenaanslag’ in Nice, „patriottische Fransen die dat willen” opriep zich op te geven voor de reserve, ontvouwde president François Hollande donderdag een plan om de vrijwilligers van gendarmerie, landmacht en politie onder te brengen in een nieuwe nationale garde, naar Amerikaans voorbeeld. De leden van dit uiteindelijk zo’n 65.000 man tellende korps zouden vooral ingezet moeten kunnen worden om in tijden van terreur grote evenementen te bewaken.

Wat heb ik nou gezegd?

Onder het wakend oog van hun instructeur sluipen de twee vrijwilligers langs de muren van het gebouw, hun wapen ver voor zich uit stekend. Dat voor de deur een blauwe auto staat, lijkt ze totaal te ontgaan. De acteur achter het stuur, ook een gendarme, toetert maar even. „Wat heb ik nu gezegd?”, roept instructeur Thomas geïrriteerd. De twee haasten zich naar de auto om de chauffeur in te rekenen.

„Bonjour monsieur, gendarmerie nationale”, begint de jongen zachtmoedig. Thomas zucht. „Bonjour, monsieur? Het is twee uur ’s nachts en een insluiper is illegaal het terrein van een bedrijf binnengedrongen. Dan mag het wel iets steviger.” Het meisje neemt het over, de jongen houdt de chauffeur onder schot. „Gendarmerie!” schreeuwt ze op volle kracht. „Wat doet u daar? Handen op uw hoofd!” Met verbeten blik pakt ze de boeien en rekent ze de man in.

Vrede, crisis, oorlog

Dit is een eenvoudige interventie, „het overmeesteren van de tegenstander”, legt eskadronchef Nicolas Parra uit. Maar reservisten kunnen overal voor worden ingezet, zegt hij. Ze doen alles wat fulltime gendarmes doen: ordehandhaving en transport van gevaarlijke gevangenen, maar ook buitenlandse missies in verschillende geweldsspectra. „Het werkt prettig relativerend als je zoals ik een tijdje in Afghanistan hebt gediend en vervolgens weer in Frankrijk wordt ingezet”, zegt hij. De gendarmerie, die in Frankrijk politietaken uitvoert, maar onder het leger valt, is er voor „paix-crise-guerre”, vat hij samen: vrede, crisis, oorlog. „Als het goed gaat zijn wij niet nodig. Maar in crisistijd doet men altijd een beroep op ons.”

En crisis is het. Politievakbonden klagen dat onder de voortdurende noodtoestand steeds meer agenten oververmoeid raken. Verloven zijn ingetrokken en sommige dienders werken soms twaalf uur per dag. Ook de binnenlandse militaire missie Sentinelle van permanent 10.000 soldaten die op gevoelige plaatsen patrouilleren zou met uitputtingsverschijnselen kampen. De gendarmerie klaagt niet, zegt Parra trots, maar wordt veel meer ingezet dan voorheen.

„Het is triest om in je eigen land zo veel geweld te zien”, zegt de 22-jarige Clara. Samen met de drie jaar oudere Alexandre staat ze in de rij om de oefening met de blauwe auto te doen. Beiden studeren nog, zij rechten, hij scheikunde. En daarnaast kozen ze voor een zomeropleiding tot gendarmeriereservist. „Ik wil in deze moeilijke tijden Frankrijk dienen”, zegt Clara. „De aanslagen van vorig jaar hebben me heel erg geraakt”, zegt Alexandre. „Nu het kan, verdedig ik mijn land en de waarden waar mijn land voor staat.”

30 rekruten vallen af

Makkelijk is het niet, erkennen ze. „Ze dagen je uit tot het uiterste”, zegt Clara. Wie op de eerste dag niet in de maat liep, moest zich meteen tien keer opdrukken, vertelt iemand anders. „Het is zwaar”, zegt Alexandre, „maar ik wist dat ik me niet had aangemeld voor een zomerkamp.” Ruim 30 van de 255 rekruten die twee weken geleden begonnen, zijn al afgevallen, vertelt luitenant-kolonel Christophe haast trots. „Eentje al na een uur.”

Hij zelf heeft in het burgerbestaan een eigen bedrijf. ’s Zomers accepteert hij twee maanden geen of nauwelijks omzet „voor het hogere belang”, zegt hij. Reservisten in loondienst, moeten van hun werkgever worden doorbetaald tijdens de gemiddeld 23 dagen per jaar dat ze worden ingezet. „Maar dat doen die werkgevers graag”, zegt Parra. „In de huidige omstandigheden hebben ze graag een medewerker die indringers kan overmeesteren.”

Reservisten van de gendarmerie mogen alleen met hun voornaam in de krant.