Is Erdogan bezig met een eigen coup?

President Erdogan wil van zijn land een grote mogendheid maken. Een „volkomen onrealistische” optie, meent analist Erik-Jan Zürcher. Maar voorlopig houdt niemand hem tegen.

President Recep Tayyip Erdogan. Foto Lefteris Pitarakis/AP

Met enige moeite maakt Erik-Jan Zürcher, internationaal erkend Turkije-deskundige, zich los van de computer in zijn werkkamer op het Leidse Instituut voor het Nabije Oosten. Het land dat hij al zijn hele loopbaan volgt, laat hem geen moment met rust. „Net weer 42 journalisten opgepakt”, verzucht hij. „Die worden ook weer verdacht van sympathie voor Fethullah Gülen, al is er nog altijd geen enkel bewijs dat die de hand heeft gehad in de coup.”

Al voor de staatsgreep was de hoogleraar tot de conclusie gekomen dat president Erdogan zijn land in een gevaarlijke richting stuurde, onder meer door doelbewust een nieuwe oorlog tegen de Koerden te ontketenen, intellectuelen die kritiek op hem uitoefenden te arresteren en de media aan banden te leggen. In mei besloot hij daarom uit protest een eervolle medaille die hij in 2005 van de toenmalige Turkse minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Gül had ontvangen retour te zenden.

Nu, na de mislukte staatsgreep, is de situatie aanzienlijk verslechterd. Hoewel hij niet persoonlijk is bedreigd, stelt Zürcher voor de zekerheid nieuwe bezoeken aan zijn geliefde studieobject uit. Wel blijft hij in contact met oude seculiere kennissen, van wie overigens de meesten – volgens hem deels uit zelfbehoud – het verhaal van Erdogan over de coup en de Gülen-aanhangers slikken.

Zürcher zelf is van mening dat Erdogan bezig is met een eigen coup, door tienduizenden militairen, rechters, onderwijzers en anderen te laten oppakken of op non-actief zetten. De toch al uitgeholde Turkse democratie wordt zo verder ondermijnd.

Hoe sterk is Erdogans positie na deze coup?

„Vrij sterk. Zo’n 20 tot 25 procent van de bevolking deelt zijn conservatief-religieuze en nationalistische opvattingen. Nog eens eenzelfde groep staat achter hem omdat ze een sterke leider willen, die voor stabiliteit kan zorgen. Dat is genoeg voor een meerderheid in het parlement, door een systeem dat de grootste partij extra zetels gunt. Binnen Turkije is er eigenlijk ook geen alternatief voor hem op het moment. Vooral ouderen zijn Erdogan bovendien dankbaar voor de welvaart die hij in de eerste jaren van zijn bewind bracht. Ze zien met huiver terug op de chaos van de jaren ’90 in Turkije. Niet voor niets won Erdogan de vorige verkiezingen met de leus: wilt u mij of de chaos terug?”

Maar beschouwen Turken Erdogan niet als een mislukkeling? De economie hapert, hij heeft het land in een hernieuwde oorlog met de Koerden gestort en werd bijna omver geworpen in een coup.

„Erdogan zou dat heel anders vertellen: we hebben een fantastisch project ‘Visie 2023’. Wij zijn bouwers. Turkije krijgt het grootste vliegveld ter wereld, we gaan een nieuwe Bosporus graven. In 2002 zijn we begonnen met het maken van dit nieuwe Turkije. Maar ons plan roept tegenstand op, van de oude elite, van snobs en buitenlandse krachten die niet willen dat Turkije probeert een grote mogendheid te worden. Ook in eigen land heb je verraders die daarin meegaan, nu dus de Gülenisten. Soms is de weerstand zo groot dat we keihard moeten optreden tegen de vijanden van de bevolking die het Turkse volk geen succes gunnen. En dan kunt u op mij vertrouwen. Ik ben de man van de vaste wil.”

Is Erdogan eigenlijk nog toerekeningsvatbaar, zoals sommigen zich afvragen?

„Ik denk van wel. Maar hij leeft wel steeds meer in een parallelle wereld. Hij heeft een groot plan in zijn hoofd om van Turkije een grote mogendheid te maken, in het rijtje van China en de Verenigde Staten. Maar het lukt hem niet dat te verwezenlijken, want het is volkomen onrealistisch. De schuld geeft hij aan allerlei tegenspelers. Daar komt het paranoïde aspect naar boven in zijn persoonlijkheid. Er is een enorm gebrek aan realiteitszin.”

Gaat Erdogans Turkije het Rusland van Poetin achterna?

„Dat was al drie jaar aan de gang. Maar door de staatsgreep wordt dat proces versneld. Het hele begrip democratie wordt tot verkiezingen versmald. Maar je hebt ook onafhankelijke rechtspraak en vrije media nodig. En die ontbreken. Alleen de stembus is nog over en de oppositie wordt het voorafgaand aan verkiezingen heel moeilijk gemaakt. Als ze dan de verkiezingen winnen, zeggen ze namens de hele natie te kunnen spreken. Het enige verschil is dat Poetins stemmenpercentage wat hoger ligt dan dat van Erdogan. Het is ook heel goed mogelijk dat Turkije en Rusland nu meer toenadering tot elkaar zoeken.”

Zal Erdogan, nu hij zijn machtspositie heeft versterkt, Turkije verder islamiseren?

„Erdogan heeft een verleden als activist van een echte fundamentalistische partij, zoals eigenlijk alle kopstukken uit zijn AK Partij. Hoewel hij een geslepen machtspoliticus is, is het niet zo dat hij religie op een cynische manier manipuleert voor zijn politieke doeleinden, zoals Poetin dat lijkt te doen. Erdogan is echt diepgelovig en wordt meer gedreven door de wens om conservatieve en nationalistische waarden ingang in de maatschappij te doen vinden.”

Hoe ver zal dat in de praktijk gaan?

„Er is sprake van sluipende islamisering. Dankzij de AKP kunnen vrouwen nu overal hoofddoeken dragen. Dat was een terechte maatregel. Maar er zijn ook veel meer beperkingen gekomen op het gebruik van alcohol. De prijs is verhoogd, je kunt drank maar op beperkte uren kopen en die mag niet in de buurt van moskeeën of scholen worden gesleten. In het onderwijs is een cursus over het leven van de profeet Mohammed ingevoerd, die theoretisch facultatief is maar waaraan ouders hun kind moeilijk kunnen onttrekken. Nu is de vraag of de zondag bijvoorbeeld de vrije dag blijft in Turkije en of de seksen op scholen en in het openbaar vervoer meer van elkaar gescheiden zullen worden.”

Volgt Turkije Iran, met geestelijken die politici de wet voorschrijven?

„De situatie in Turkije is heel anders dan in Iran. Al sinds 1924 staat religie onder staatscontrole. Alle religieuze professionals, zo’n 100.000 man, van mufti’s tot de muezzin die oproepen tot het gebed, zijn staatsdienaren en staan op de loonlijst van de overheid. De boodschap van alle predikers is dus altijd die van de staat en er is geen onafhankelijke clerus. Erdogan heeft dus al de controle over geestelijken, zoals hij tijdens de staatsgreep liet zien, toen de moskeeën zijn volgelingen op straat brachten. Maar het ziet er niet naar uit dat hij de shari’a wil omarmen. Het probleem met Erdogan is niet zozeer van religieuze aard en valt meer te vergelijken met het probleem Poetin: een autoritaire leider die zijn positie versterkt door zijn band met de conservatief-nationalistische stroming in zijn land aan te halen.”

Is het leger definitief uitgespeeld als machtsfactor in de Turkse politiek?

„Ja, ik denk het wel. Het leger was in de periode 2008 tot 2010 al onder de duim gebracht. Dit was ook geen coup van de hele legertop maar slechts van een deel van de strijdkrachten. Maar het heeft het prestige van het leger een ongelooflijke opduvel gegeven. Het leger was altijd de meest vertrouwde instelling, veel meer dan politici. Maar ditmaal gingen veel mensen de straat op om de tanks te stoppen en de democratie te verdedigen. De Turken bezien het uniform nu met andere ogen.”

Keert Turkije zich af van het Westen?

„De verdenking bij velen in Turkije is dat het Westen niet onsympathiek stond tegenover de militaire coup. Voor de AK Partij van Erdogan past dat ook in het verhaal dat zijn binnenlandse vijanden worden gemanipuleerd door buitenlandse machten. Die machten – met name Europa, de Verenigde Staten en Israël – verdenken ze ervan Erdogan en Turkije stelselmatig te saboteren.”

Wat kan het Westen doen tegen het ‘afdrijven’ van Turkije?

„Niet veel, er is geen plan B. De VS hebben weinig mogelijkheden om pressie op Turkije uit te oefenen. Voor Washington is de relatie met Ankara ook vooral een veiligheidskwestie. Daar denkt men waarschijnlijk: dan maar geen democratie, we moeten werken met Turkije, omwille van de strijd tegen IS en de stabiliteit in het Midden-Oosten, wie er ook aan de bak is.”

En Europa?

„Voor Europa ligt het anders. Er is een lange geschiedenis van praten over of Turkije bij de Europese Unie dient te komen. Dus de EU kan niet zo makkelijk zeggen: dan maar geen democratie. Tegelijk is de deal over Syrische vluchtelingen van te veel waarde om Turkije buiten de deur te zetten. Tenzij Erdogan heel extreme dingen doet. De conclusie is eigenlijk dat Erdogan wel zijn gang kan gaan.”