Een interpretatie van sonates die baat had bij rijping

In 2014 namen Hannes Minnaar en Isabelle van Keulen al Beethovens sonates voor piano en viool op. Het resultaat was ietwat wisselvallig, met positieve uitschieters (de Zevende en Tiende), maar ook uitvoeringen die je af deden vragen of er wel overeenstemming was over het plan van aanpak en of de musici niet te vroeg aan het opnameproject waren begonnen (zoals de Kreutzersonate). Oorspronkelijk wilde Van Keulen de sonates met haar ‘vaste’ partner Ronald Brautigam doen, maar die pianist wilde het alleen op een authentieke fortepiano.

Dinsdagavond speelden Minnaar en Van Keulen drie van de tien sonates in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Daar kreeg je de indruk dat hun interpretaties inderdaad baat hebben gehad bij rijping – in ieder geval is hun samenspel hechter en levendiger dan voorheen, de scherzo’s waren lekker bont. Maar helemaal overtuigend was het nog steeds niet.

Isabelle van Keulen is anno 2016 een grillige violiste, die het ene moment verbluft en het andere moment – juist in op papier eenvoudigere maten – onvolkomen intoneert en zomaar wat nootjes kan wegmoffelen. Haar toon kan aan de schelle kant zijn, maar haar intense muzikaliteit en het gezamenlijke spelplezier maken veel goed. Het werk waarin ze de meeste indruk maakte, was de Zevende sonate, dat een subliem slotdeel kreeg. Maandag speelt het duo wederom Beethoven-sonates in de Kleine Zaal, maar een complete integrale komt er niet: ook maandag houdt het duo het bij drie stuks.