Dit is nou Tangoet, wees goed voor haar

Xu Zechen

Wat is de aantrekkingskracht van Beijing als je als goed opgeleide student niet aan het bruisende stadsleven meedoet, maar een basaal leven leidt dat je ook in de plattelandsstreek van je jeugd had kunnen leiden?

Ochtendspits in de metro in Bejing Foto beijngstory

Op veel Chinezen heeft Beijing een enorme aantrekkingskracht, het is de plek waar het allemaal gebeurt, naast Shanghai natuurlijk, en sinds begin jaren negentig is de stad dan ook explosief gegroeid. Buiten het centrum is veel oudbouw afgebroken en nieuwe flats zoals je ze overal ter wereld vindt, vormen nu het decor; inmiddels zijn er ook al vijf rondwegen. Officieel heeft Beijing nu een bevolking van ruim twintig miljoen, en daar zijn de illegale immigranten natuurlijk niet bijgeteld.

In de bundel Rennend door Beijing van Xu Zechen (1978), een auteur die in China sterk in opkomst is, staan die stad en de migranten centraal, maar opmerkelijk genoeg voelt de metropool daarin heel klein, omdat de verhalen zich afspelen in één district en geconcentreerd zijn rond een paar personages. Xu schetst ons het portret van Haidian, het district in het noordwesten waar veel universiteiten zijn gevestigd, en van een paar jongeren aldaar.

In elk verhaal bewegen de hoofdpersonages zich door dezelfde straatjes en wijken, langs dezelfde holle wilg. Meestal lopen ze, want auto’s of taxi’s kunnen ze zich niet veroorloven; ze leiden eenvoudige, basale levens. Het gaat hier niet om laaggeschoolde arbeiders die hun geluk zijn komen beproeven, maar om jongeren die na hun studie Beijing niet meer willen verlaten, migranten met een goede, universitaire opleiding, met interesse voor literatuur en film, maar die moeite hebben het hoofd boven water te houden.

Een tweedehands boekverkoper, een werkzoekende schrijver die vertelt over een kameraad die handelt in valse papieren en een verkoper van illegale dvd’s; deze jongeren volgen we een tijdje in hun dagelijkse routine, die anekdotisch en vrij rechttoe rechtaan wordt beschreven. Een mooischrijver is Xu niet.

Knusheid

Wat hen precies beweegt, of waarom ze zo door Beijing worden aangetrokken dat ze de zwendelarij verkiezen boven terugkeer naar hun plaats van herkomst, blijft een beetje vaag, net als de vraag waarom deze jonge mensen met een goede opleiding geen betere, legale baan zoeken.

Het komt niet verder dan een nonchalante opmerking als ‘Ik weet dat de valse papierenhandel een naar luchtje heeft, […] Maar wat doe je eraan, ik wil ook alleen maar een beter leven.’ Wat is de aantrekkingskracht van Beijing als je niet aan het bruisende stadsleven meedoet, maar een leven leidt dat je ook in je vroegere plattelandsstreek had kunnen leiden?

Duidelijk is wel dat ze uiteindelijk allemaal niet gedreven worden door geld of een carrière, eerder zoeken ze knusheid, genegenheid en warmte, die ze misschien hebben verloren door uit hun geboortestreek weg te trekken. Al zijn het kleine oplichters, ze houden er wel duidelijk hun eigen ethiek op na en hebben een goed hart.

Zo wordt de dvd-verkoper, die aan het begin van het verhaal net uit de gevangenis komt, aan het einde weer door de politie opgepakt wanneer hij probeert te voorkomen dat de man van een zwangere vriendin wordt gearresteerd. Zodra mensen elkaar leren kennen voelen ze zich betrokken.

Gehecht

Vooral in het eerste verhaal, dat een beetje los van de andere twee staat omdat er niet wordt gezwendeld, komt de onderlinge relatie tussen mensen sterk naar voren: hoewel boekverkoper Wang Yiding door een agent zomaar wordt opgezadeld met een hem onbekende jonge vrouw die niet kan praten – ze had een briefje bij zich waarop stond ‘Wang Yiding, dit is nou Tangoet. Wees goed voor haar’ – ontwikkelt zich langzaamaan een band tussen de twee. Het heeft een wat irreëel kantje: de hoofdpersoon komt behalve haar naam nooit meer over de vrouw te weten, omdat ze nu eenmaal niet kan praten, en je blijft je afvragen waarom hij haar niet gewoon laat schrijven.

In het begin probeert hij ook wel van alles, zij het halfslachtig, om van haar af te komen, maar dat lukt niet en gaandeweg raakt hij aan haar gehecht. Het gaat haast van zelf, tegen wil en dank, alsof hij wordt meegevoerd op een stroom en inziet dat het weinig zin heeft daar tegenin te roeien.

En juist dat geldt ook voor de hoofdpersonages in de andere verhalen. Ze komen iemand tegen of raken ergens in verzeild, dat kunnen ze dan nog een beetje bijsturen, maar de stroom gaat toch door. Voor hen geen rigoureuze plannen, ze houden liever vast aan het oude en vertrouwde in Beijing.