Daders kerkaanslag beiden in beeld bij autoriteiten

Adel Kermiche en Abdel-Malik Petitjean Eind juni kwam de tweede dader pas in beeld bij de diensten. Een „aardige jongen”, aldus zijn moeder. Dinsdag sloeg hij toe.

Fransen leggen bloemen neer bij de Saint-Etienne du Rouvray kerk na de moord op de priester Jacques Hamel. Foto Charly Triballeau / AFP

„Ik ken mijn jongen, hij is aardig. Ik heb geen duivel voortgebracht”, zei de moeder van Abdel-Malik Petitjean donderdag tegen de Franse nieuwszender BFMTV. Haar zoon, geboren en getogen in de Savoie, was toen net door de Franse politie geïdentificeerd als de tweede dader van het bloedbad dinsdag in de kerk in het Normandische plaatsje Saint-Étienne-du-Rouvray. Eerder vertelde ze Franse media dat hij in het weekend naar een neef in Nancy was vertrokken. „Ik hoop dat hij snel naar huis komt”, zei ze.

De politie vermoedde al sinds dinsdag dat de 19-jarige Petitjean met de eerder herkende Adel Kermiche, ook 19, dinsdag de bejaarde priester Jacques Hamel in de kerk gedood had. Op de kamer in het ouderlijk huis van Kermiche werd zijn identiteitskaart gevonden. Maar aanvankelijke berichten dat hij onbekend was bij de inlichtingendiensten, bleken niet te kloppen. Begin juni zou hij geprobeerd hebben via Turkije in Syrië te komen, maar omdat hij voor de douane in Istanbul contact had met een verdacht persoon werd hij door de Turkse autoriteiten verhoord, meldt een plaatselijke bron. Een dag later reisde hij terug naar Frankrijk.

Franse inlichtingendiensten zeggen echter pas eind juni een signalement met foto te hebben ontvangen. Zonder zijn precieze naam en verblijfplaats te kennen, werd Petitjean op 29 juni aan het register van geradicaliseerden toegevoegd.

Op 22 juli, vier dagen voor de aanslag, ontvingen de Franse diensten bericht dat hij „klaar zou zijn om deel te nemen aan een aanslag op nationaal grondgebied”. De jongen rondde net een beroepsopleiding af. „Hij is niet teruggetrokken, hij heeft geen psychologische problemen”, zei zijn moeder.

Kermiche zat al eerder vast

Dat gold niet voor Kermiche. Toen die tien maanden vastzat omdat hij in 2015 twee keer had geprobeerd naar Syrië te gaan, gelastte justitie een persoonlijkheidsonderzoek. Het was volgens zijn omgeving opvallend hoe snel hij uit het niets gelovig was geworden en radicaliseerde. In Saint-Étienne-du-Rouvray maakte hij kennis met de 26-jarige Adel Bouaoun. Een maand later leende hij hem zijn id-kaart uit om mee naar Syrië te reizen. Zelf probeerde hij later op het paspoort van zijn broer Kevin naar Syrië te gaan.

Op jonge leeftijd, tussen zijn zesde en dertiende, werd Kermiche door psychologen gevolgd omdat hij „hyperactief” zou zijn. Hij slikte hiervoor medicijnen. Le Monde citeert uit een evaluatie op de lagere school: „Engel of duivel? Afhankelijk van de dag. Soms modelleerling, het vaakst agressief, opgewonden en niet in staat te werken.” Wegens gedragsproblemen werd hij op zijn twaalfde opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en een jaar later twee weken in een gesloten inrichting.

Afgelopen maart kwam Kermiche vervroegd vrij. Hij had de rechter ervan weten te overtuigen dat hij tot inkeer was gekomen. „Ik ben geen extremist”, zei hij in een verhoor. „Ik heb zin om mijn leven weer te herpakken, mijn vrienden te zien, te trouwen.” Hij kreeg huisarrest en een enkelband waarmee hij op doordeweekse ochtenden, zoals afgelopen dinsdag, de deur uit mocht.

M.m.v. Marloes de Koning (in Istanbul)