‘Chinezen zijn harde werkers’

Deze zomer zijn onze correspondenten factcheckers. Vandaag: Oscar Garschagen over de hardwerkende Chinees.

Foto AFP

De aanleiding

Het zal aan de nog altijd hoge groeicijfers liggen en de snelheid waarmee China de op een na grootste economie ter wereld is geworden. Of misschien aan het etiket Made in China achterop allerhande electronica. Chinezen hebben het imago noeste werkers te zijn. Dat vinden zij zelf ook en dat blijkt uit complimenteuze uitdrukkingen als „hij/zij werkt als een paard én een oude waterbuffel”.

Waar is het op gebaseerd?

Chinezen, althans de 760 miljoen werkenden, maken zichtbaar lange uren. Winkels, restaurants en markten zijn dag-in, dag-uit, week-in, week-uit open. Als regel van een uur of acht ’s ochtends – zes uur voor groenteboeren en bakkers – tot tien uur ’s avonds, de sluitingstijd van de meeste winkelcentra. Op de kantoren gaat het licht meestal ook rond die tijd uit. Productiebedrijven draaien de klok rond door, en datzelfde gebeurt op bouwplaatsen.

En, klopt het?

China barst van de dadendrang en dat is vaak te ruiken en te zien aan horizonnen met dampende schoorstenen en in groene stofnetten verpakte woontorens-in-aanbouw. Dit soort anekdotische impressies worden ondersteund door onderzoeken van Chinese universiteiten en de OESO. De officiële 40-urige werkweek die in 1995 werd ingesteld werd in 2015 in negentig procent van de bedrijven overschreden, gemiddeld met tien uur per week. Per jaar werken Chinezen ongeveer 2.200 uur, tegen 1.645 uur in de EU. In Azië werken alleen Japanners langer (en ze zijn efficiënter en productiever).

In bedrijven, niet alleen oude, maar ook nieuwe it-ondernemingen bestaan weekends zelden uit de twee volle wettelijk vastgelegde vrije dagen. Verreweg de meeste bedrijven beginnen al weer op zondag. Slechts 22 procent van alle werkers geniet van een volledig weekend. Vierdaagse werkweken, ouderschapsverlof en dergelijke bestaan in China niet. Alleen ministeries, universiteiten en instellingen houden zich aan de officiële werktijden die de in 2011 gewijzigde Arbeidswet voorschrijft.

Die stelt sinds dat jaar dat iedere werker recht heeft op minimaal vijf vakantiedagen en maximaal vijftien als iemand langer dan tien jaar bij een bedrijf werkt. Op de 11 nationale feestdagen hebben Chinese werkers ook vrij, maar ze moeten deze dagen compenseren door op even zoveel zondagen te werken. Overwerken is normaal, zeker voor degenen die een uitgebreide familie (niet alleen partner en kind, maar ook ouders en grootouders) moeten onderhouden.

Dat massale overwerken leidt regelmatig tot commotie als in een van de grote fabrieken jongens of meisjes uitgeput neervallen. Volgens de staatsmedia sterven jaarlijks 600.000 mensen voortijdig aan de gevolgen van stress en vermoeidheid door vijftienurige werkdagen, zeven dagen per werk, jaar-in, jaar-uit. Dat cijfer keert steeds terug – hoewel wetenschappelijke wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt.

Maar hoe is dit beeld van „werken, werken en nog eens werken” (dixit Jack Ma van Alibaba) te rijmen met de vele dansende, kaartende en mahjongende mensen in parken, theehuizen en de overvolle vakantiebestemmingen? Simpel, China vergrijst snel en telt 220 miljoen gepensioneerden. Vrouwen gaan al op hun 55-ste en mannen op hun 60-ste met pensioen.

Conclusie

Chinezen hebben terecht het imago van harde werkers. In negentig procent van de bedrijven werd in 2015 de officiële veertigurige werkweek overschreden, gemiddeld met tien uur per week. Als Chinezen vrij zijn op een Nationale Feestdag, halen zij die werkdagen in op een zondag. Wel gaan ze relatief jong met pensioen, vrouwen op hun 55ste en mannen op hun zestigste. Wij beoordelen de stelling: Chinezen zijn noeste werkers als waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt