Arno Nollen reduceert een mens tot een plaatje

Intiem

Fotograaf Arno Nollen maakt foto’s van vrouwen die hij op straat ontmoet. Daarbij is hij voelbaar aanwezig. Kijken, aaien, weg.

Zonder titel, uit installatie ‘Just’. Foto Arno Nollen

Vele foto’s van Arno Nollen aan de muur, foto’s in boeken en één filmpje. Daarin zien we de jonge vrouw die in de tentoonstelling vaker opduikt, dit keer bezig met een blouse. Ze kijkt licht geïrriteerd, alsof Nollen haar moest overhalen: ‘joh, even maar, het is maar een blouse’. En dus trekt ze hem aan, draait een rondje, trekt hem uit, betast hem, en gooit hem weg. Die paar tellen heeft Nollen gesneden en herhaald, opgerekt tot een loop van bijna twee minuten. Telkens weer betast ze die blouse, gooit ze hem weg. Dat filmpje is exemplarisch voor de rest van de expositie: kijken, aaien, weg.

Nollen fotografeert vrouwen. Hij streelt met de camera over hun gelaat, over hun lijf, gekleed of naakt, over hun borsten, benen of billen, maakt veel foto’s, rekt elk vluchtig moment tot lange fotoseries, en dan op naar de volgende schoonheid.

De hoofdzaal toont enkel de muze uit het filmpje. Tientallen keren staart ze jou – of eigenlijk de fotograaf – aan, meestal gekleed en soms naakt. Af en toe lacht ze maar vaker kijkt ze boos, afwerend, indringend. Meekijkend via zijn ogen zien we hoe ze een façade optrekt en zich niet laat zien – alleen haar uiterlijk. Dat maakt het ongemakkelijke foto’s om naar te kijken.

In de achterkamer volgen meer modellen, hun foto’s in tekstloze syllabi. Het zijn vrouwen die Nollen terloops op straat fotografeert – benen, truitjes – of bij hen thuis. Daar kleden ze zich voor hem uit. Hij fotografeert ze op bed, volgt ze bij het tandenpoetsen, of de keuken in. Het zijn erotische foto’s, intiem thuis, geportretteerd alsof ze seksuele veroveringen zijn. Eén toont de hand van een man die een truitje opentrekt om een borst te laten zien, waarop de vrouw in kwestie sensueel haar hoofd naar achteren werpt – klik, foto.

Het Fotomuseum noemt Nollen een verhalenverteller. Hij wisselt weliswaar foto’s van vrouwen af met landschappen en interieurs, maar dat maakt nog geen verhaal. Er zijn cosmetische verschillen maar slechts één visie en één onderwerp – vrouwelijk schoon. De foto’s laten wel iets anders zien. Ze tonen dat fotografie niet zo passief en registrerend is als het vaak lijkt. De man achter de camera is hier voelbaar aanwezig. Hij loert, volgt, begeert en erotiseert.

Nollen laat zien hoe fotografie een mens reduceert tot plaatje. Zo bezien gaat de expositie over de mannelijke blik, de vrouw als object, wat versterkt wordt door de museale omgeving. Iets wat privé is, maakt Nollen publiek en door dat in een museum te doen, past het vanzelf in de hele kunstgeschiedenis met eeuwen vol naakte zwijgende vrouwen. Geen stem, geen naam, enkel lichamen. Geen wonder dat zijn muze boos kijkt.