Wat is vier jaar later de erfenis van de Spelen?

Olympische Spelen in Londen De Britten wilden met de Spelen van 2012 onder andere meer jongeren aan het sporten krijgen en een opknapbeurt voor Oost-Londen. Wat kwam er van de beloften terecht?

Het Londense olympisch park, vorig jaar zomer: het Queen Elizabeth Park met op de achtergrond het olympisch zwemstadion. Foto Sarah Lee/HH

Het is maandagochtend in het Queen Elizabeth Park in Oost-Londen. Schaterend rennen peuters in badpak door een fontein, hun ouders zonnen in het gras. Joggers joggen langs de rivier de Lea. Ergens bestudeert een schoolklas vogels en bloemen. Vier jaar geleden was dit het olympisch park. Het schrikbeeld van Londen toen: witte olifanten. Stadions die leeg zouden blijven staan en een blok aan het been zouden worden, een park dat niet gebruikt zou worden, en een mopperende bevolking die niet begreep waar de 8,9 miljard pond (10,5 miljard euro) die de Zomerspelen kostten goed voor waren geweest.

Het overkwam andere olympische gastheren. Londen wilde anders, het Internationaal Olympisch Comité (IOC) wilde anders. Om ze te krijgen, beloofden de Britten daarom dat het de meeste duurzame Spelen ooit zouden worden. Dat ze meer Britten aan het sporten zouden krijgen, met name jongeren, en vooral dat het arme Oost-Londen herschapen zou worden. ‘Erfenis’ werd het grote woord van Londen 2012.

Londen krijgt de Spelen van 2012 toegewezen:

Buurtbewoners positief

„Ik heb gezocht naar witte olifanten, maar ik heb er geen gevonden”, zegt hoogleraar Allan Brimicombe. Hij is de olympische erfenis-adviseur van het Hogerhuis en voerde in opdracht van het IOC voor, tijdens en na de Olympische Spelen impactstudies uit: wat was de netto-invloed van het mega-evenement? Brimicombe zegt: „Alle acht stadions zijn overgenomen en in gebruik, het park is populair en de zes wijken er omheen zijn opgebloeid.”

Dat is de meest zichtbare verandering. In de elf jaar tussen het krijgen van de Spelen en nu is dit tot dan doe vergeten deel van Londen veranderd van een industrieterrein met kleine familiebedrijfjes, in een park met daar omheen flats, een groot overdekt winkelcentrum, en metrostations. Dependances van het Victoria & Albert Museum, danstheater Sadler’s Wells en een universiteit zullen zich er de komende jaren vestigen, en er worden nog altijd huizen gebouwd.

De buurtbewoners zijn overwegend positief. Paul Denton, producent op de Southbank, het theatercomplex aan de Theems, zegt: „Ik kom voortdurend in het park.” Hij woont in een voormalige atletenflat, hij sport in de Copperbox, waar tijdens de Spelen onder meer werd gehandbald en geschermd, en laat de hond uit over wat eens de olympische avenue was.

„Dit is het beste dat Stratford kon overkomen”, zegt ook ambtenaar Jeffrey Garrets. Hij en echtgenote Tracy wonen al vijftig jaar in de wijk. „Ik zal eerlijk zijn: voor mij hoefden die Olympische Spelen er niet te komen.” Hij wijst om zich heen. „Ik ben bekeerd: het was hier vervallen, armoedig. Kijk nu eens.”

Lees ook over de aankomende Olympische Spelen: Een snippertje thuisgevoel in de sambastad

Een timelapse van verbouwingen rond de Spelen in 2012:

Er zijn ook klachten

Maar het ligt aan wie je het vraagt. Loop door het park, door het nieuwe winkelcentrum, naar de oude kern van de wijk Stratford, en daar klinkt een ander geluid. Hier is nog veel hetzelfde gebleven: een winkelcentrum met discount- en belwinkels, kraampjes met goedkope dekbedovertrekken.

Kevin Omwenga, die ruimtevaarttechniek studeert, en vrijwilliger was tijdens de Spelen, zegt: „Het idee dat ik dankbaar moet zijn dat we hier nu goede transportverbindingen hebben. Dat recht had ik toch?” Hij meent dat er sprake is van vervreemding in de eigen wijk: „Er is het gesteriliseerde deel en wij. Alles rondom het park hebben ze een nieuwe postcode gegeven, symbolisch is het al anders. En ik kan het me niet veroorloven er te wonen.”

Dat is een veelgehoorde klacht onder buurtbewoners. 35 procent van de woningen in het voormalige sportersdorp zou ‘betaalbaar’ worden. Dat was al een optimistische benaming voor deelgemeentes met de hoogste werkloosheid van de stad, maar in de tussenliggende jaren veranderde de overheidsdefinitie van ‘betaalbaar’ naar 80 procent van de marktwaarde of -huur.

„Betaalbaarheid is in heel Londen een achilleshiel”, zegt hoogleraar Brimicombe. „Overal zijn de huizen- en huurprijzen gestegen. Bedenk dat het park op dezelfde afstand ligt van de City als [de chique wijk, red] Kensington.”

Er zijn andere beloftes waarvan hij vindt dat ze echt niet zijn nagekomen. Zo beloofde de regering één miljoen Britten regelmatig – drie keer per week minimaal een half uur – aan het bewegen te krijgen. Dat doel werd al voor de Spelen bijgesteld naar één keer minimaal een half uur. „De regering bazuinde rond dat het een succes was. Maar als je rekening houdt met de bevolkingsgroei, is het nettovoordeel 600.000 Britten. Die actieve levensstijl-belofte is een sof.”

Of kijk naar de 8,9 miljard pond die de regering investeerde in de Spelen, 60 procent ging daarvan naar infrastructuur. Brimicombe noemt de transportverbindingen in Stratford „exemplarisch”. „Maar het plan lag er al, het is alleen tien jaar eerder uitgevoerd door de Spelen. Het komt de regering goed uit, nu past het bij de ‘erfenis’.”

Dat er winst zou zijn gemaakt – de regering zei in 2013 dat er dankzij de Spelen voor 9,9 miljard pond aan investeringen en handelsakkoorden waren gesloten – noemt hij „fantasie- en lala-land”. Meer kan hij er niet over zeggen, het rapport over de financiën zit achter slot en grendel, zelfs een verzoek van BBC tot openbaarheid haalde niets uit. Maar, zegt Brimicombe ook: „Waar hebben we het over: Montreal en Athene gingen failliet door de Spelen.”

Is Rio wel klaar voor de Spelen? Lees: Het onbewoonbare olympisch dorp

Tienjarig project

„We hebben nog een lange weg te gaan”, erkent Paul Brickell van de London Legacy Development Corporation, de instelling die de ‘erfenis’ moet opleveren. „Er zijn nog niet genoeg huizen, en zeker nog niet genoeg betaalbare. Maar het is makkelijk pessimistisch te zijn: kijk wat er is bereikt.”

Hij komt met een anekdote over het zwembad, waar een groep tieners met ontzag naar schoonspringer Tom Daley keken. „Je mag het niet hardop zeggen, maar olympische ontwerpen werken naderhand niet altijd even goed. Wij wilden elitesporters behouden, maar tegelijkertijd inspiratie bieden.” Dat is volgens hem gelukt.

Brickell parafraseert Seb Coe, de oud-voorzitter van het organiserend comité. Die zei dat de Spelen tien jaar kostten om te plannen: „De ‘erfenis’ zal ook een tienjarig project zijn”.