De wereld volgens Spong: strafpleiter mag even in een F-16 zitten

Onze tv-recensent keek naar een merkwaardig programma op NPO 1 met Gerard Spong.

De Wereld volgens Spong (NTR)

‘Weet je wat het is, jongens? Als je zo zit, dan voel je je king of the universe.’ De bekende strafpleiter Gerard Spong mag even in een F-16 zitten. Dat vindt hij machtig mooi. In De wereld volgens Spong (NTR) gaat hij op bezoek bij de luchtmachtbasis Volkel, een van de twee F-16-bases in Nederland, waar zelden gefilmd mag worden.

‘De wereld volgens Spong’ klinkt als een serie, maar bestaat uit slechts één aflevering. Bestaat de wereld van Spong uit louter F-16-piloten? Uit navraag blijkt dat dit een proefaflevering is, die te elfder ure tussen het uitzendschema is geschoven. Bij succes volgt er meer.

Dit is een vreemd programma. Het zou om Spong moeten draaien: de sensatie van een parmantig heertje dat zich onwennig in een vreemde wereld begeeft. Maar we kijken niet echt door zijn ogen. Weinig malligheid - Spong stelt zich serieus en bescheiden op, als een reporter die zijn eigen persoonlijkheid erbuiten houdt.

Verder lijkt de eerste helft een promotiefilm voor de luchtmacht. Het laat zien hoe mooi en goed de machines en het squadron werken. Het is ook een afscheid: de succesrijke Vipers worden na veertig dienstjaren vervangen door de F-35, beter bekend als de dure en gammele JSF.

In de tweede helft komt Spong met kritische vragen. „Het is een prachtige machine, maar ook een dodelijke machine.” Wat betekent het eigenlijk om missies in Afghanistan en het kalifaat IS uit te voeren? Zijn de piloten bang? Wat vinden ze ervan dat ze mensen doden, ook burgers? Regisseur Meral Uslu plakt er zelfs confronterende filmpjes tussen: de IS-video uit 2015 van de Jordaanse F-16-piloot die wordt verbrand, en LiveLeaks-filmpjes van Amerikaanse helikopteracties in Irak in 2004.

De kritische vragen slaan niet aan. Want ook hierin zijn de piloten goed getraind: ze geven redelijke, keurige antwoorden, zodat het persoonlijke verhaal niet van de grond komt. Overste Niels zegt: „Wij staan aan de goeie kant. De mannen die ik dood moet maken, dat zijn slechteriken. En als je dat laat vertroebelen, kun je dit werk niet doen.”

Spong gaat langs bij het gezin van een piloot. Ook daar geen problemen. Schoon geluk in een doorzonwoning. „Papa is naar de woestijn, papa is wegjagen.’’

Broodnodige aanvulling biedt de Herhaling van de Dag: Beer is cheaper than therapy (VPRO), een sterke documentaire van Simone de Vries uit 2011 over Amerikaanse veteranen in Killeen (Texas) die de oorlog niet uit hun kop kunnen krijgen. „Het ergste vond ik het oprapen van de hersenen. Dan dacht ik: misschien is dit het stukje waarin een herinnering aan zijn jeugd zat, of aan zijn bruiloft.”

Drank, huiselijk geweld, zelfmoord. Ze krijgen niet veel hulp, wel veel pillen. De Vries filmt het dicht op de getatoeëerde huid van de gebroken mannen. Je kunt de wanhoop bijna ruiken.

Dit gaat over grondsoldaten –vergeleken met hen hebben vliegers relatief afstandelijk en veilig werk – maar iets meer over het bloed en de modder dat de soldaten mee naar huis nemen, had Spongs programma geen kwaad gedaan.