‘Slechts 1,5 procent Turkse leger betrokken bij coup’

Dat maakte het leger woensdag bekend. Beschuldigingen van Amnesty dat arrestanten worden gemarteld, worden ontkend.

Turkse soldaten blokkeren een brug over de Bosporus tijdens hun couppoging op 15 juli. Foto Emrah Gurel / AP

Volgens het Turkse leger heeft slechts een heel kleine fractie van het leger actief deelgenomen aan de mislukte staatsgreep van 15 juli. Het leger maakte woensdag bekend dat 1,5 procent van de militairen erbij betrokken was, zo meldt staatspersbureau Anadolu Agency.

De Turkse regering en het Turkse leger hebben sinds de coup meerdere malen herhaald dat slechts een klein deel van het leger de coup heeft uitgevoerd. Niet eerder werden er echter concrete cijfers openbaar gemaakt.

In totaal gaat het volgens het leger om 8.651 coupplegers. Onder hen waren 1.676 soldaten die hun dienstplicht aan het vervullen waren en 1.214 militairen in opleiding. Het Turkse leger maakte ook cijfers bekend over hoeveel en welke militaire voertuigen er volgens hen zijn ingezet. Het gaat om 35 vliegtuigen, waarvan 24 gevechtsvliegtuigen, goed voor 7 procent van het totale arsenaal.

Ook werden 27 helikopters ingezet, 172 gepantserde voertuigen en 74 tanks. In een persverklaring zegt het leger ook dat het over de kracht beschikt om alle dreigingen tegen de Turkse staat neer te slaan.

Woensdag werd ook bekend hoeveel hooggeplaatste militairen zijn ontslagen. Bij de landmacht werden 87 generaals, 726 officieren en 256 sergeanten weggestuurd. Bij de luchtmacht gaat het om 30 generaals, 314 officieren en 117 sergeanten en bij de marine om 32 admiralen, 59 officieren en 63 sergeanten.

Martelingen en verkrachtingen

Afgelopen zondag berichtte Amnesty International dat mensen die na de coup zijn opgepakt zouden worden mishandeld en gemarteld in Turkse detentiecentra. Dat concludeerde de organisatie op basis van gesprekken met advocaten, dokters en bronnen binnen de detentiecentra. Ook zouden gevangenen worden verkracht.

De Turkse regering ontkent de aantijgingen in een woensdag verzonden officiële reactie:

“Het naleven van wetten is het belangrijkste principe van de Republiek Turkije. Zelfs onder de noodtoestand worden arrestaties en detentieprocedures strikt nageleefd in lijn met nationale en internationale wetten die mensenrechten betreffen.”

Turkije beweert dat de detentiecentra worden geïnspecteerd door doktoren en openbaar aanklagers en dat internationale waarnemers welkom zijn om dat ook te doen, zoals in internationale verdragen is afgesproken die door Turkije zijn geratificeerd.

President Erdogan heeft na de coup de noodtoestand voor zeker drie maanden uitgeroepen. Daardoor is ook de naleving van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) opgeschort.

Lees ook dit profiel van Erdogan: De eeuwige straatvechter

15.000 arrestaties

In totaal zijn nu zo’n 50.000 mensen ontslagen en 15.000 mensen opgepakt in Turkije na de staatsgreep. Volgens de regering zijn zij gelieerd aan de organisatie van Fethullah Gülen, een geestelijke die door Erdogan verantwoordelijk wordt gehouden voor de coup en door hem als terrorist wordt gezien.

Woensdag werden 47 journalisten opgepakt die voor de krant Zaman hebben geschreven. Totdat die krant in maart door de regering werd overgenomen, was het de grootste oppositiekrant van Turkije. De krant had banden met Gülen. Dinsdag werden al arrestatiebevelen uitgevaardigd voor 42 journalisten.

Lees ook dit portret van Fethullah Gülen: Een machtige, broze man in de bossen van Pennsylvania