Linkse kinderen voor linkse kinderen

kan het engagement in kinderliedjes en -boeken niet meer verdragen. „Iets meer diversiteit graag.”

Na mijn twaalfde ben ik erin geslaagd ze te vermijden. Maar deze zomer ontkom ik er toch echt niet meer aan. Vooral tijdens de vakantieritjes. De liedjes van Kinderen voor Kinderen. En ineens weet ik weer wat me er altijd aan tegen heeft gestaan.

Ook in het laatste album, uit 2015, is het weer of het partijprogramma van GroenLinks op muziek is gezet. Vóór het milieu (‘Begin bij jezelf en recycle waar het kan / Want een gezonde aarde, dat is in ons belang’), vóór de vluchtelingen (‘Het is niet veilig in mijn land / Toch word ik weggestuurd’), vóór de gelijkwaardigheid der seksen (‘Jongensdingen, meidendingen / Ik zie geen verschil’), enzovoorts.

Op zichzelf zijn zulke standpunten nog niet compleet verwerpelijk. Dat is het niet. Wat me stoort is het onderliggende wereldbeeld, kernachtig verwoord in deze strofe: ‘Deze wereld is een mooi en prachtig kleurfestijn (…) Maar de mensen die verpesten het zwaar.’

Al vanaf mijn kindertijd is het hetzelfde liedje: die grote mensen, die maken er toch een soepzooitje van, met hun oorlogen, hun hebzucht, hun vervuiling…! We hebben de religie uitgezwaaid als een miskleun van halvegaren, maar laten onze kinderen nog wel dezelfde christelijke moraal playbacken.

Om de zoveel tijd roepen bevlogen zielen dat onze literatuur meer ‘geëngageerd’ moet zijn. Doorgaans bedoelen ze dan: ‘links geëngageerd’.

We vergeten graag dat het pamflet van Anders Breivik het summum is van ‘maatschappelijk engagement’. Ten onrechte gebruiken wij die term liever als synoniem voor betogen tegen het kapitalisme, tegen de verdrukking van minderheden, voor de vluchtelingen, voor het milieu.

In het publieke debat mag dat al wat sleets en vervelend zijn, voor de kunst is het simpelweg fataal. Die voorgevormde politieke standpunten sluiten de dubbelzinnigheid, de twijfel en het grensdoorbrekende uit die kunst tot kunst maken.

Een van de redenen dat Soumission van Michel Houellebecq zo’n krachtig boek is, dat nu dagelijks aan relevantie wint, is de dubbelzinnigheid: het bekritiseert zowel de islam als het Westen, even genadeloos. Het analyseert, parodieert en extrapoleert virtuoos, maar poneert niets.

Ik weet ook wel dat jeugdliteratuur meer moraliserend van aard is, maar het engagement is er akelig eenzijdig. De halve Lemniscaatbibliotheek uit mijn jeugd – van Jan Terlouw tot Thea Beckman – was al doortrokken van de post-christelijke linkse moraal, die inmiddels bepaald niet meer de enige stem in onze samenleving is. Hoe lang moeten we dan het fabeltje van de slechte grote mensen tegenover de goede kinderen nog blijven doorgeven?

Maar wat dan? Nietzsche op muziek laten zetten door Henny Vrienten? Jenseits von Gut und Böse, The Musical? Laten we beginnen met iets meer verschillende stemmen toe te laten in de kindercultuur. Gewoon iets meer diversiteit.

Christiaan Weijts is schrijver.