Jan Hoeks foto’s: een rariteitenkabinet van ongelukkigen

Fotografie

Stedelijk Museum Schiedam toont gevarieerd fotowerk van Hoek uit Nederland en Afrika

Foto Jan Hoek/ Stedelijk museum Schiedam

Eerst wilde Kim niet meewerken. Fotograaf Jan Hoek vond haar voor de Albert Heijn, nadat hij zich had voorgenomen om daklozen in zijn huis te fotograferen. „Het was vrij moeilijk haar naar mijn huis te krijgen want ze dacht dat ik allemaal zieke shit met haar wou doen,” schrijft hij op de muren van zijn solotentoonstelling New Supermodels in het Stedelijk Museum Schiedam. Die angst was ongegrond en Kim, die eerder al had gedroomd van een modellencarrière, zou met hem meerdere fotoseries maken.

En toch had ze hem niet mogen vertrouwen. Want de tentoonstelling is een rariteitenkabinet dat het ongeluk van mensen uitvergroot. Hoeks foto’s tonen psychiatrische patiënten en eenzaamheid, een blote man in een morsig interieur, een vrouw die droomt van een modellenleven maar vaak is uitgelachen.

In het filmpje Me & My Models vertelt Hoek dat hij advertenties plaatste op Marktplaats en een goede vriendin pas fotografeerde toen ze door haar vriend was verlaten, en compleet radeloos was. „Picture picture picture” riep een Afrikaans meisje zonder ledematen dat hij daarom toch maar fotografeerde. Ze wilde het toch zelf?

Toch hebben twee fotoseries een positieve noot. In Tanzania gaf Hoek fotografieles aan studenten wat respectvolle foto’s opleverde, al heeft Hoek ze niet zelf gemaakt. En interessant is zijn serie over de nieuwe Masai: stedelingen, die niet traditioneel gekleed in de natuur willen worden gefotografeerd. Het leverde gevarieerde foto’s op, vol culturele referenties.

Al toont Hoek ook die ene foto waarvan de betreffende man zijn pose te vrouwelijk vond, en een portret van een westers geklede jongen die daarmee Nederlandse meisjes hoopt te strikken – wat Hoek er toch even bij wilde schrijven.

Waarom doet het museum hieraan mee? Hoek, die al verschillende prijzen won, wil volgens de tentoonstellingstekst met zijn modellen als ‘objets trouvés’ het leven tonen als een dadaïstisch theaterstuk. Maar waar Dada esthetiek wilde oprekken om ideologische redenen, zijn zulke motieven bij Hoek moeilijk voelbaar. Hij wil zwervers een koninklijke allure geven én tonen dat er ongewenste dingen gebeuren bij portretfotografie. Die twee doelstellingen zijn onverenigbaar.

En dus worden de portretten opzichtige verkleedpartijtjes, wat de modellen juist haveloos maakt. „Ik ben zo blij dat je nu eindelijk je lilliputter hebt gevonden” zei zijn assistent nadat Hoek een man had verteld hem te willen fotograferen voor een serie over predikers.