Geen vervolging agent voor doodschieten Mitchel Winters

Volgens het OM in Rotterdam heeft de politieman die schoot “volgens de regels gebruik gemaakt van zijn vuurwapen”.

Foto Koen van Weel / ANP

De politieman die op 30 mei in het Schiedamse Beatrixpark de 21-jarige Mitchel Winters uit Capelle aan den IJssel doodschoot, zal daarvoor niet vervolgd worden. Volgens het Openbaar Ministerie in Rotterdam heeft de politieman die schoot “volgens de regels gebruik gemaakt van zijn vuurwapen”.

Uit onderzoek van de rijksrecherche is gebleken dat het slachtoffer naar alle waarschijnlijkheid zelf bewust de confrontatie met de politie heeft gezocht. Hij heeft zelf 112 gemeld om door te geven dat er in het park een beroving en schietpartij gaande was. Het OM:

“Uit het onderzoek kwam vrijwel meteen naar voren dat de neergeschoten jongen zelf de melding had gedaan en zijn eigen signalement als zijnde dat van de berover had doorgegeven. Zijn stem werd herkend door een familielid. Ook de telefoon waarmee de melding was gedaan, werd bij de jongen gevonden.”

Dreigend gevaar

De agent die de verdachte benaderde in het park heeft volgens het OM Winters onder schot gehouden met de sommatie dat hij zijn handen moest laten zien.

“Hij zag zich pas genoodzaakt te schieten (uit noodweer) toen de man op hem afrende. De jongeman werd één keer geraakt en overleed ondanks pogingen hem te reanimeren.”

Volgens het onderzoek heeft de agent terecht ingeschat dat er sprake was van “dreigend gevaar en kon hij handelen zoals hij gedaan heeft”. Een vuurwapen werd niet gevonden, maar de politieman kon volgens de officier van justitie in redelijkheid denken dat hij werd aangevallen met een vuurwapen en dat zijn leven in gevaar was. Juridisch gezien komt de agent dan ook een beroep op putatief noodweer toe.

Het vermoeden dat Winters bewust de confrontatie met de politie heeft gezocht, wordt volgens het OM verder ondersteund door enkele uitlatingen van het slachtoffer en mensen uit zijn omgeving die kunnen duiden op een voorgenomen afscheid. De nabestaanden van de jongen kunnen via een zogenoemde artikel 12-procedure het gerechtshof in Den Haag een klacht indienen over de beslissing van de officier.