Werken met de dood went nooit

Het sprakeloos zijn van een arts of verpleegkundige toont aan dat zij mensen zijn en geen machines, schrijft oncoloog
Foto’s Pascale Schotte

Het artikel ‘Draai niet om de dood heen’ (23 juli, NRC) van Frederiek Weeda laat op indrukwekkende wijze zien hoe moeilijk artsen en verpleegkundigen het vonden om de doodsboodschap aan haar man te brengen. Ze beschrijft hoe niemand tegen haar man de woorden uitsprak: ‘meneer, u gaat dood’ of een ‘educated guess’ deed wanneer de dood zou komen. Zij schrijft dat het taboe op de dood hier de oorzaak van is maar dat valt te betwijfelen.

Het stuk toont de onmacht van professionals in de zorg rondom de dood. Maar daarnaast wat mij betreft ook zeker de menselijke kant. Het plotseling sprakeloos zijn van een verpleegkundige bij een onverwachte vraag van haar man laat zien dat het niet om machines gaat maar om mensen.

Het dagelijks werken met de dood went nooit. Ook al weet iedereen dat tijdens een slecht nieuws gesprek de boodschapper, de specialist, niet de veroorzaker is van de ongeneselijke ziekte, toch komen de woorden wel uit jouw mond. Zodra die woorden over het bureau bij de ontvanger, de patiënt, terecht komen, voelt het alsof je die persoon knock out slaat. Je wacht en in de spreekkamer hangt een stilte tot het nieuws bij de ontvanger doordringt.

Alles wat daarna komt is onvoorspelbaar en ga je tegemoet als mens en niet als professional. Niets van wat je dan doet is aangeleerd en het is elke keer weer anders. Zo’n gesprek kost daarom heel veel energie en je gaat dan ook compleet leeg naar huis. Ik ben er van overtuigd dat een mens, ook al trek je die een witte jas aan, dit niet een ongelimiteerd aantal keren aankan.

Bij artsen maar zeker ook bij patiënten blijft helaas het hardnekkige beeld bestaan van een alles overziende specialist die met kennis en ervaring wijze beslissingen neemt. De dokter die oordeelt over leven en dood, en wiens beslissingen nooit ter discussie staan. Dit beeld, uit een voorbije tijd, is niet alleen fout maar ook schadelijk.

Wanneer de dood intreedt weten artsen niet. De doelloze zoektochten hiernaar op het internet zijn zeer begrijpelijk maar leveren helaas een jungle van getallen op die gaan over (grote) groepen achteraf bekeken patiënten, maar helaas niet over het individu of de toekomst daarvan. Die is uniek en niet te voorspellen.

Onder dokters en verpleegkundigen bestaat daarom een diep respect voor de dood en het intreden ervan want velen van ons hebben zich al een keer vergist in het ten onrechte doen van een voorspelling. Ooit stopten we alle medicatie bij een bedlegerige stervende 80-jarige vrouw en twee dagen later kon ze met ontslag. Of het verhaal van de patiënt die ten onrechte een fatale diagnose kreeg en het huis verkocht had, ontslag genomen en de begrafenis al geregeld had.

Dit verklaart de terughoudendheid van doodsvoorspellingen bij onze beroepsgroep en juist wel het gebruik van termen als ‘ongeneselijk en uitbehandeld’. Die termen gaan namelijk wel over ons handelen en waar het einde van die mogelijkheden en kunde liggen.

Uiteraard heerst er een taboe op de dood vanwege het mysterieuze en het onbegrijpelijke van het fenomeen. Maar dat dit taboe de reden is van het ontbreken van een ‘educated guess’ over haar komst en het moment daarvan, bestrijd ik.

Ik denk dat geen enkele gok iets te maken heeft met opleiding als het gaat om het voorspellen van de dood. De dood laat zich nu eenmaal door niemand voorspellen.

Dr. Schelto Kruijff is oncologisch chirurg aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).