Vluchtelingen geworteld in rustig Crailo

Integratie

Door klik met Nederlandse vrijwilligers in Crailo willen vluchtelingen dáár terugkeren. „Het is zonde om ze ergens anders te laten inburgeren.”

©

Ze zijn terug. Imad, Larmy, Abu George, Murhaf, zijn vrouw Heba en hun zoon Atalla van tien. Ze zitten lachend aan de formica tafel voor het raam. Atallah ligt op het onderste bed van een van de stapelbedden in de kamer, en kijkt een filmpje op zijn tablet. Ze zijn zo blij dat net het lijkt alsof ze de eengezinswoning van hun dromen al bezitten. Maar daarvan is nog geen sprake. Ze zijn simpelweg blij terug te zijn op Crailo.

Ze zaten hier afgelopen najaar en winter ook, deze vluchtelingen uit Syrië. Abu George, die in Syrië een lunchroom had, kookte toen voor de groep van honderd hier neergestreken asielzoekers. Crailo was nog een noodopvang, de vluchtelingen hadden de asielprocedure nog niet doorlopen. Maar het was wel de eerste plek in Nederland die wat rust bood na een reis langs stretchers in tal van sporthallen.

Hier waren kamers die ze een beetje naar eigen inzicht konden inrichten. Ze leerden vrijwilligers kennen, die hen naar de tandarts reden, met hen dineerden. De asielzoekers leerden de weg kennen naar de Bussumse Lidl, naar uitgiftepunt van gebruikte kleding Gooisch Matras. Atalla leerde Nederlands in een klasje op een Bussumse basisschool. Imad verbouwde groenten in de nieuw aangelegde moestuin. Ze aten poffertjes op het dorpsplein in Laren, ze wandelden op de hei bij Huizen, gingen naar het zwembad in Hilversum, naar de bibliotheek, de markt, het museum, de sportclub.

Ter Apel. Wageningen. Doetinchem

En toen, deze lente, verliet de groep van honderd Crailo. De asielprocedure begon: het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) verspreidde de asielzoekers over tal van locaties in het land. Ter Apel. Wageningen. Doetinchem. Budel. Ze kregen, in de meeste gevallen, een verblijfsvergunning, en belandden op azc’s in weer een ander deel van Nederland. Musselkanaal, Overloon, Katwijk. Om daar als statushouder te wachten totdat het COA hun een woning zou toebedelen in weer een andere Nederlandse gemeente.

Maar de meesten van de groep van honderd wilden niet naar zomaar een gemeente: ze wilden terug naar Crailo. Met dat doel hield de groep al die tijd contact met elkaar, via WhatsApp. En ze bleven in contact met vrijwilligers in het Gooi. Die vrijwilligers bestookten op hun beurt wethouders en burgemeesters van de Gooise gemeenten. Laat die vluchtelingen toch híér integreren. Waarom hen neerplanten in een ander deel van het land?

Leen van der Pols, wethouder in Laren (sociale zaken, CDA) zag en ziet brood in de terugkeer. „Mits ze dat zelf willen uiteraard”, zegt hij op zijn werkkamer in het gemeentehuis. „Die mensen zijn gewend aan het wonen hier, hebben een klik met vrijwilligers. Dan is het zonde om hen ergens anders te laten inburgeren. Dat lijkt me de integratie niet ten goede komen.”

Ook logistiek zijn de lichten op groen gesprongen: het COA is Crailo aan het ombouwen van een bescheiden noodopvang naar een azc voor eerst driehonderd en volgend jaar zeshonderd mensen. Crailo – dat nu officieel ‘azc Laren’ het – is dus een plek waar nieuwe statushouders inmiddels ook kunnen neerstrijken om te wachten op een huis.

De terugkerende Crailoërs helpen elkaar. Toen Imad en zijn dochter Larmy als een van de eersten terugverhuisden, verzochten zij het COA dringend om ook Abu George terug te halen. Dat lukte, waarna Abu George het COA, zo zegt hij lachend, „net zolang aan de kop heeft gezeurd” om ook Murhaf en zijn gezin vanuit het azc in Katwijk hierheen te krijgen. Ook dat had succes.

Zo zijn inmiddels zo’n 25 mensen van de oude groep hier teruggekeerd. De Syriërs lachen. „Hier voel ik me thuis”, zegt Murhaf. Een grijnzende Imad: „Ik ken hier in het Gooi meer Nederlanders dan Syriërs.”

Elk werk is goed

De gemeenten van het Gooi werken nu een plan uit om die integratie in goede banen te leiden: van onderwijs tot werk, van zorg tot vrije tijd. Eind augustus moet het plan bij alle colleges liggen. Bedoeling is dat de statushouders straks worden gekoppeld aan een vast contactpersoon bij de gemeente, en aan één vrijwilliger die hen helpt bij de integratie.

Imad, in Syrië loodgieter, heeft echter geen haast met het vinden van werk. Totdat hij een huis krijgt toegewezen maakt hij zich liever nuttig op Crailo zelf. Groenten kweken in de moestuin, het gebouw helpen schoonmaken, grasmaaien. Abu George wil juist graag aan het werk. Bij een Syrisch restaurant in Utrecht heeft hij zijn naam en nummer achtergelaten, maar hij heeft nog niets teruggehoord. Elk werk is goed, zegt hij. „Kok, afwasser. Of chauffeur. Maakt niet uit.”

Voor Murhaf en Heba is het zoeken van werk tot hun spijt nog niet mogelijk. Hun asielprocedure is, om hun onduidelijke redenen, in de wachtstand beland. „Het enige wat ik nu kan doen is Nederlands leren”, zegt Murhaf, ict-ingenieur. Maar voortvarend gaat dat nog niet. „Ik was vooral bezig om ons van Katwijk naar hier te krijgen. En het geeft stress om de uitkomst van de asielprocedure nog niet te kennen.”

Het meest geïntegreerd van de aanwezigen is de jonge Atalla. Hij spreekt al Nederlands. En op zijn tiende verjaardag, een paar weken geleden, heeft hij kennis gemaakt met zaklopen en koekhappen. Op de Gooise hei, uiteraard.