Trapveldjes in wereld van geweld

Olympische Spelen

In Rio de Janeiro zijn in het kader van de Olympische Spelen speciale openbare scholen opgezet met de focus op sport. „Ik ben verlegen. Maar op de baan verander ik.”

Voetballers ronden een training af op een veld in Rio de Janeiro. Foto Ricardo Moraes / Reuters

Bezweet komt Mairla (12) op de atletiekbaan aanrennen in een snelle sprint. Het roodbruine zand stuift op, de pas geverfde witte strepen van de baan glinsteren in de zon. Mairla veegt het zweet van haar voorhoofd. „Sporten is alles voor me. Als ik hier op de baan sta dan vergeet ik de wereld om me heen, alleen de atletiekbaan telt dan nog”, zegt ze. Iedere middag heeft ze hier samen met haar klasgenoten een paar uur sportles. Daarna vaak nog judo- of zwemles.

Mairla zit in de wijk Santa Teresa in Rio de Janeiro op een zogenoemde Ginasio Experimental Olimpico (GEO), een speciale openbare school met de focus op sport. Iedere dag krijgen de leerlingen naast de reguliere vakken zoals rekenen, taal, aardrijkskunde en geschiedenis, ook nog twee tot drie uur sportonderwijs en vijf maaltijden per dag. De scholen zijn de afgelopen jaren in heel Rio opgezet in het kader van de Olympische Spelen. Er zijn nu vier GEO-scholen, maar de bedoeling is dat het aantal de komende jaren wordt uitgebreid, mogelijk naar elf. Een vijfde school wordt vrijwel direct na de Spelen in een van de gebouwen op het olympisch park geopend.

Sportpedagoog José Edmilson da Silva, die aan de basis van het GEOproject stond, is enthousiast. „Gymnastiekles is niet iets dat standaard in het lespakket zit op Braziliaanse scholen. Vaak is het een luxe. Er is geen ruimte of geen geld voor een gymzaal. En niet alle kinderen kunnen sporten: in sloppenwijken zijn voetbalveldjes, maar er is ook het gevaar van geweld en rondvliegende kogels. Nu kunnen kinderen in een veilige omgeving leren en sporten.”

Meer zelfvertrouwen

Inmiddels zitten er bijna 2.000 leerlingen op de verschillende scholen. De resultaten zijn positief, zo blijkt uit diverse onderzoeken. „Veel van de kinderen op deze scholen komen uit achterstandswijken en favela’s en hebben het niet makkelijk”, zegt Edmilson da Silva. „Door het sporten krijgen ze meer zelfvertrouwen en kunnen zich ook beter concentreren. Het is aantoonbaar bewezen dat lichamelijke beweging schoolprestaties positief beïnvloedt.”

De scholen liggen voornamelijk in de buurt van sloppenwijken. Er wordt geselecteerd: de scholieren moeten enig sporttalent hebben. Het lukte Mairla, om na een selectie, een plek op de school te verwerven. Haar droom is olympische atlete worden. „Ik ben heel verlegen, ik praat weinig. Maar op de baan verander ik. Ik word fanatiek en wil alles uit mezelf halen”, zegt ze. Iedere dag daalt ze de sloppenwijk af, die boven de school tegen een berg is aangebouwd, om les te krijgen.

Naast de atletiekbaan ligt een voetbalveld, waar klasgenootje Pedro (12) voetbalt. Nog niet zolang geleden was dit een stuk braakliggend terrein. Het gras stond tot kniehoogte en de grond was kurkdroog. Met financiële steun en op initiatief van de KNVB werd de plek omgetoverd in een voetbalveldje dat in 2014 tijdens de WK werd opgeleverd. Pedro trapte er toen nog een balletje met oud-prof Aron Winter die het veld, als ambassadeur van het KNVB project ‘Worldcoaches’, opende.

De Nederlandse betrokkenheid bij de GEO-scholen in Rio bestaat sinds 2012. Na de Spelen in Londen dat jaar begon NOC*NSF zich voor te bereiden op ‘Rio’. De sportkoepel wilde iets blijvends achterlaten in de stad. „Het is onze intentie dat we in de olympische steden niet alleen medailles halen en wedstrijden winnen, maar ook iets teruggeven. Dat heeft ook te maken met de olympische gedachte”, zegt NOC*NSF-directeur Gerard Dielessen.

Marlou van Rhijn

De Nederlandse steun hield de afgelopen jaren vooral in dat verschillende olympische en paralympische sporters naar Rio vlogen om op de scholen trainingen te geven.

Sinds 2013 zijn er 11 atleten naar Rio gekomen. Bladerunster Marlou van Rhijn die op de Paralympische Spelen in Londen in 2012 goud en zilver won, gaf een workshop op de school in Santa Teresa.

In een volle collegezaal liet van Rhijn de filmbeelden zien van haar paralympische successen en vertelde ze haar levensverhaal. Hoe ze als gehandicapt meisje in eerste instantie naar een gewone basisschool ging, waar de gymleraren niet goed wisten wat ze met haar handicap (haar onderbenen waren misvormd, en zijn later geamputeerd) aan moesten.

„Pas toen ik een jaar naar een mytylschool ging waar sport zoals zwemmen een onderdeel van de therapie was, ontdekte ik dat ik heel fanatiek was en ook goed in sport”, zei van Rhijn.

Geboeid keken de Braziliaanse kinderen hoe de atlete haar prothese verwisselde voor de supersnelle blades en op de atletiekbaan haar snelheid liet zien. „Zij is een voorbeeld voor me. Na dit verhaal denk ik echt: alles is mogelijk!” zei Mairla.

De start van de Spelen op 5 augustus, is tevens de eindfase van de betrokkenheid van het NOC*NSF bij de GEO-scholen in Rio. Maar particulieren, onder wie judoka Elisabeth Willeboordse, zetten het project voort. Ze richtte er een speciale stichting voor op. GEO-scholieren zoals Mairla en Pedro kunnen binnenkort naar Nederland komen om daar door Willeboordse te worden getraind. Willeboordse: „Je merkt dat de kinderen nu gaan nadenken over hun toekomst en zien dat ze kansen krijgen. Dat ik daar een rol in kan spelen is heel bijzonder.”