Onderhoudend, maar ook wel tikje routineus

Jason Bourne is de nieuwe James Bond, maar met één groot verschil: hij kan door niemand anders worden gespeeld dan door Matt Damon. Want op het moment dat er films gemaakt gaan worden zoals The Bourne Legacy (2012) waarin Jeremy Renner een Bourne-achtig personage speelt, dan gaat het mis. Matt Damon is steeds meer in zijn rol gegroeid van CIA-agent met geheugenverlies.

Bourne is ook onlosmakelijk verbonden met regisseur Paul Greengrass en zijn beweeglijke, desoriënterende stijl van filmmaken: handheld, en sneller gemonteerd dan je met je ogen kunt knipperen. De filmserie heeft inmiddels zijn eigen regels: Bourne is een soort moderne Elcerlyc in een mondiaal superlandschap waarin in dit geval Griekenland, Berlijn en Londen naadloos aan elkaar zijn gesmeed. We zien Bourne maar één keer daadwerkelijk de douane passeren. Zijn vaardigheden zijn zo vanzelfsprekend en routineus dat ze werken als de knock-out waarmee de film begint: doeltreffend, maar als je niet oppast ook onzichtbaar en van elke vorm van spanning of suspense ontdaan.

Jason Bourne is met z’n wraakverhaal en een op onthullingen van klokkenluider Edward Snowden geïnsipreerde gegeven vooral een opwarmertje voor een nieuwe reeks die Greengrass en Damon op dit moment aan het uitonderhandelen zijn.