‘Men noemt het straatrap, ik noem het poëzie’

Sevn Alias (19) is de ster van een nieuwe generatie Nederlandse rappers. ‘Veel boys uit de buurt denken dat je ineens voor iedereen moet betalen als je een beetje geld maakt.’

©

Het was wel een risico, geeft rapper Sevn Alias (19) begin deze zomer toe. Hij zit voor het eerst in weken in de studio, in de kelder van het kantoor van zijn platenmaatschappij Rotterdam Airlines. „Ik heb net voor het eerst weer een refreintje geschreven.” De afgelopen weken kon hij nauwelijks praten, laat staan raps opnemen, na een operatie aan zijn bovenkaak.

Hij liep vier jaar met een beugel. „Mijn bovenkaak is te breed en moest gekanteld worden. Mijn kiezen kwamen niet op elkaar.” Het kost hem nog wat moeite duidelijk te praten. De eerste week na de operatie had hij de meeste pijn. Een paar weken at hij alleen vloeibaar. „Pap en smoothies door een rietje. Ik ben zes kilo afgevallen”, zegt de voormalige kickbokser.

Het was een beetje eng, zegt de jonge rapper, zo vlak voor het festivalseizoen. Pinkpop, Best Kept Secret, Woo-Hah, 22Tracks, Solar, Lowlands, Encore. Vorige zomer kende nog maar weinig mensen Sevn Alias, maar na een reeks sterke mixtapes, positieve publiciteit en een bejubeld optreden op Noorderslag in Groningen, is hij dé Nederlandse rapper van het moment – en staat hij overal.

„Die kaakoperatie had vorig jaar al plaats moeten vinden,” zegt Sevn. „Maar ik herstel gelukkig snel en het is gelukt. Elke dag kan mijn mond een stukje verder open.”

Hij is blij weer in de studio te zitten, zegt hij. Boven is de winkel waar zijn platenmaatschappij shirts en truitjes verkoopt. Zodra hij zich daar laat zien, is hij de ster van het label en moet hij zich zo gedragen. In de studio sluit hij zich af, en is hij het liefst alleen. „Als er mensen zijn, ga ik in het keukentje zitten met oordopjes in. Ik kan slecht tegen drukte.”

Sevaío ‘Sevn Alias’ Mook is de ster van een nieuwe generatie Nederlandse rappers, van wie de online-buzz sneller dan ooit door de traditionele industrie werd opgepikt. Binnen een jaar groeide hij uit tot een artiest met prioriteit bij livecircuit-marktleider Mojo; het gevestigde entertainmentbedrijf Cloud 9 werkt nauw met zijn label samen. Vorige week kwam het eerste verzamelalbum Gate 16 van Rotterdam Airlines – met naast Sevn ook ander opkomend talent – op nummer 2 binnen in de nationale albumlijst.

Het snelle succes is wennen voor de rappende tiener. Tot voor kort woonde hij in Almere en reed hij zwart met de trein naar Rotterdam om zijn labelkantoor aan de Hoogstraat te bezoeken. Nu woont hij in Rotterdam „en kijken ineens alle ogen mijn kant op wanneer we in de snackbar iets bestellen. Veel boys uit de buurt denken dat je ineens voor iedereen moet betalen als je een beetje geld maakt. Maar als ik 10.000 euro verdien, investeer ik 8.000 en geef ik de rest aan mijn moeder.”


Sevn Alias maakte naam met melodieuze, sfeervolle nummers als zijn kraker ‘Ma3lish’, dat vorig jaar op FunX door professionals uit de rapscene werd uitgeroepen tot beste track van het jaar. Hij is het soort rapper dat met zijn karaktervolle stem direct een sfeer neerzet. „Vroeger waren rappers vooral verhalenvertellers”, zegt Sevn. „Nu zijn er ook artiesten naar wie je gewoon kunt luisteren omdat je de vibe voelt, zelfs als je ze niet goed kunt verstaan, zoals Future en (de Franse rapper) MHD.”

Strikte straatcodes

Zelf wil hij verhaal en sfeer combineren, zegt Sevn. Hij werd bekend met aanstekelijke nummers over een wereld waarin strikte straatcodes gelden, waar drugs wordt verhandeld en wapens snel worden getrokken. Hij kent het milieu goed via familie en eigen ervaringen, vertelt hij. Maar, zegt hij, „ik maak niet alleen keiharde gangstermuziek, zoals de media het wel omschrijven. Mensen noemen het straatrap maar ik noem het poëzie. Iedereen heeft een verhaal.”

Het ging goed met Sevn totdat hij een jaar of tien was, vertelt hij. Hij werd opgevoed door zijn moeder, die hem op haar 18e kreeg. Zijn vader was er wel, vertelt hij, „maar niet in huiselijke situaties.” Sevn Alias groeide op in de door liquidaties geteisterde Amsterdamse Staatsliedenbuurt. „En dat is anders dan in het Gooi”, zegt hij. „Je hebt andere mensen om je heen. De een gaat vanavond een overval plegen, de ander gaat naar zijn werk en het zijn allebei je vrienden. In die buurten kies je eerder voor het snelle geld.”

Hij heeft altijd familieleden gehad die hun geld in de criminaliteit verdienden, vertelt Sevn. „Ik heb als kind gezien hoe bolletjes werden gemaakt, die vervolgens geslikt werden voor transport. Ik heb junkies de spullen van familieleden zien verkopen. Ik heb invallen meegemaakt. Maar mijn familie hield me er ook vandaan. Als je oom een grote dealer is, zegt hij niet: ga ook drugs verkopen.”

In zijn puberteit kampte Sevn met veel problemen. Hij was agressief, prikkelbaar, en gevoelig voor de druk van leeftijdsgenoten in het criminele circuit. „Ik zag alles negatief, wilde me tegenover iedereen bewijzen, en ging met slechte vrienden om. Ik wilde geld hebben zodat ik niet altijd alles aan mijn moeder hoefde te vragen. Het was een tijd waarin veel mensen om me heen overleden. Ik voelde me altijd veel te stoer om erover te praten. Muziek werd een uitlaatklep. Ik hou niet van praten over pijn, maar op een beat kan ik het wel.”

In zijn teksten rapt Sevn dat zijn geld „op straat ligt met dieven”, dat hij wiethokken heeft in de bouw en gewapende mannen om zich heen. Hij benadrukt vaak dat zijn teksten geen fictie zijn. „Dat is belangrijk voor de jongens op straat,” zegt Sevn. „Ik leef nu voor de muziek maar toen ik die teksten schreef, zat ik er nog middenin. Voor hen is het belangrijk dat ze horen dat je het ook echt hebt meegemaakt. Jij rapt erover maar zij beleven het.”

Het straatleven wordt in Nederland onderschat, zegt Sevn Alias. De realiteit die hij om zich heen kent, ziet hij nauwelijks terug in de media. Hij kent veel jongens die muziek willen maken of een andere carrière ambiëren maar die, na een paar afwijzingen op sollicitatiegesprekken of als ze snel geld nodig hebben, toch weer de straat op gaan. „Dat leven is zo dichtbij, dan is de verleiding groot. Het is gewoon híer.”

Hij pakt zijn telefoon van tafel en tikt met zijn duim op het scherm. „Als ik het rappen zat ben, kan ik op dit moment zo dat leven weer instappen.”

Het verhaal van zijn familie en buurt

Zijn muziek vertelt zijn verhaal, zegt Sevn. En van zijn vrienden, van zijn familie, van de buurt waarin hij opgroeide. „Ik wil niemand aansporen het slechte pad op te gaan, maar heb ook niemand iets uit te leggen. Ik schep niet op, het is onderdeel van mijn leven. Ik ben niet trots op wat ik gedaan heb. Maar ik heb mijn mannetje gestaan en ben er nog steeds.”

Op zijn dit najaar te verschijnen officiële debuutalbum zal het straatleven een minder prominente rol spelen, verwacht Sevn. Hij is inmiddels een succesvolle popartiest. Zijn grootste bron van stress vormen nu al die jongeren die op straat met hem op de foto willen. „Dat is een struggle”, zegt hij. „Ik heb een deel van mijn vrijheid opgeofferd. Ik ben nu Sevaìo maar zodra ik de deur uitloop, ben ik voor iedereen Sevn.” Het succes is zo snel gekomen, dat het maar langzaam tot hem doordringt. „De afgelopen weken, na mijn operatie, had ik pas tijd erover na te denken. En ervan te genieten. Ik gaf drie, vier shows per week en was er ook wel even moe van. Nu heb ik weer volop zin om op te treden.”

De inhoud van zijn muziek zal met het succes veranderen, denkt hij. „Mensen weten niet wat ik allemaal kan.” Maar de stijl waarmee hij zijn publiek veroverde, zal blijven. Sevn imponeert door zijn unieke dictie en cadans, de kracht van zijn stem, de eigen en vernieuwende manier waarop hij met klanken en ritme speelt. Ook gebruikt de rapper met Surinaamse wortels opvallend veel Marokkaanse woorden in zijn raps – zoals hij die om zich heen hoorde bij zijn vrienden in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt.

Sevn Alias: „Die woorden beïnvloeden de manier waarop ik rap. Het zijn woorden die ik in het dagelijks leven ook gebruik. Er zijn ook Mocro’s die Surinaams praten. Je leert van elkaar. Mensen noemen het straattaal maar we gebruiken gewoon woorden uit elkaars taal. Het is de flow van de straat.”