Luisteren: Dit zijn de albums die NRC deze week bespreekt

De mokerslagen die Swans in de jaren tachtig introduceerde, zijn – aangevuld met vrouwenzang en cello-intermezzo – een stuk eleganter geworden. De Zuid-Afrikaanse Pumeza Matshikiza probeert haar rauwheid ook te verhullen, met wild haar en een zachte huid, maar bereikt het tegenovergestelde effect.

  • ●●●●

    Swans: The Glowing Man

    gate

    Pop: Swans bestaat al sinds 1982, als muzikaal experimenteel project van voorman Michael Gira. De band stond in de jaren tachtig bekend om het destijds nog ongekende volume van hun repetitieve gitaarriffs die ze als langzame mokerslagen het bewustzijn in dreven. Dat doet Swans nog steeds, maar de zeven muzikanten die de band nu bevolken, spelen hun muziekstukken eleganter, en met verfijndere opbouw. De nieuwe cd The Glowing Man duurt bijna twee uur en wisselt repetitieve beukmuziek af met lichtere stukken, waarin lang aangehouden akkoorden plotseling worden doorbroken met ontspannen vrouwenzang of een cello-intermezzo. Een enkel nummer, zoals het twintig minuten durende ‘Frankie M’, klinkt beklemmend. Daar staat een zonnig ‘When Will I Return?’ tegenover, waardoor het Swans-terrein ineens verrassend uitdijt. Nog altijd is dit zware kost, maar de vasthoudende en consequente toewijding aan het langzame tempo is ook bedwelmend. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Diverse artiesten: Gate 16

    gate

    Hiphop: De buzz rond label Rotterdam Airlines ontstond na drie mixtapes vol sfeervolle, eigenzinnige straatrap van de 19-jarige rapper-van-het-moment Sevn Alias. Met dit verzamelalbum, dat vorige week op nummer twee binnenkwam in de albumlijst, zet het platenlabel een volgende stap. Op Gate 16 presenteren artiesten als Sevn Alias, Kevin, Lil Saint en label-oprichter Jairzinho de populaire popsound van nu, een mengeling van trap, bubbling- en dancehallinvloeden, house-varianten en R&B, vol melodische zang met elektronische effecten. Rauw wanneer gastrapper Hef achteloos poneert: ‘Ik eet alleen maar stokbrood/einde van de rit dan ga je toch dood.’ En zoet en catchy wanneer de auto-tune-zang zich op alle mogelijke manieren richt op vrouwelijk schoon: ‘Schatje op jou ben ik verliefd/jou vind ik mooi.’. Saul van Stapele

  • ●●●●●

    Pumeza Matshikiza: Arias

    gate

    Klassiek: Haar verhaal doet denken aan dat van Kiri te Kanawa of Tania Kross. De Zuid-Afrikaanse sopraan Pumeza Matshikiza (1978) raakte per ongeluk betoverd door opera, toen ze Mozarts Nozze op de radio hoorde. Maar in de townships had je geen zangleraren. Wel kerkkoren, en zo klom ze op tot de opera van Stuttgart. Haar tweede cd is gewijd aan uiteenlopende opera-aria’s – van Purcell tot Catalani - en licht klassiek met een zwoele bite. Die passen haar stem, die stevig is, niet overal even stabiel en wat kelig - geen allemansvriend. Het recital stuitert alle kanten op. Ook de wat sensatiebewuste fotografie – uitgegekamd haar, geoliede naakte schouders – lijkt vooral gericht op het verleiden van nieuwe liefhebbers. Die zullen zo’n hapsnap zaprecital misschien innemend vinden. Maar het is waarschijnlijker dat je meer zielen wint voor opera met onversneden wereldklasse. Precies zoals dat bij Pumeza zelf is gegaan. Mischa Spel

  • ●●●●

    Beyond The Wizards Sleeve: The Soft Bounce

    gate

    Dance: Cross-overbands zijn populair. Floating Points en James Zoo zoeken de verbinding tussen house en jazz. Voor een artiest uit de electrohoek ligt kruisbestuiving met rock meer voor de hand. De Britse dj en producer Erol Alkan richtte eind jaren nul Beyond The Wizards Sleeve (BTWS) op met acid-housepionier Richard Norrison. Op hun eerste album uit 2009 verpakten ze dance van artiesten als The Chemical Brothers in een jaren 60-jasje. Nu is er opvolger The Soft Bounce met eigen nummers die het beste van beide werelden combineren: opzwepende drumsessies, schurende gitaren en trage synthesizers met veel galm-effect. Op ‘Third Mynd’ draagt de Britse punkcriticus en psychonaut Jon Savage voor wat XTC met je doet, ‘Iron Age’ had beter Iron Rage kunnen heten qua gitaargeweld, maar dan is er ook ineens de mistige geluidswolk ‘Tomorrow, Forever’. Zo ergens tussen dj Koze en The Doors creërt BTWS een wereld die pas echt bedwelmend is. Rolinde Hoorntje

  • ●●●●●

    Bear’s Den: Red Earth & Pouring Rain

    gate

    Pop: Het Britse duo Bear’s Den, live uitgebreid tot een zestal, kwam op in de folkrockexplosie die volgde op het fenomenale succes van Mumford & Sons. Op hun tweede album Red Earth & Pouring Rain hebben zanger Andrew Davie en toetsenman Kev Jones de akoestische instrumenten merendeels ingewisseld voor een magistrale, bombastische jaren-tachtigsound die ze zelf treffend omschrijven als ‘Don Henley aan de Theems’. Naast de invloed van de autoradiopop van The Eagles en Fleetwood Mac ademt Bear’s Dens bloedserieuze muziek een Britse statigheid, met Peter Gabriel en The Blue Nile als meest aanwijsbare inspiraties. De monumentaal geconstrueerde muziek trekt een onwankelbaar fundament op voor melancholieke zang met de thema’s verlies, verlangen en vluchtgedrag. Knap gedaan en nogal gezwollen in zijn hoogdravende ambities. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Norbert von Hannenheim: Werken voor altviool en piano

    gate

    Klassiek: Het leven van deze vergeten Von Hannenheim (1898-1945) wordt in het begeleidend albumboekje vergeleken met het personage Adrian Leverkühn uit Thomas Manns Dr. Faustus. Ga maar na: ook de avant-gardistisch componerende Von Nannenheim leefde in grote armoede geheel voor zijn kunst, werd krankzinnig en stierf onder treurige omstandigheden. Toch was de in Transsylvanië geboren componist ooit een veelbelovende leerling van Arnold Schönberg, die zijn talent en ernst prees.Lees de hele recensie: Pleidooi voor een ‘entartete’ componist Floris Don