Ineens staan ze vooraan in de rij

Faillissementen

In steeds meer faillissementen is de eigenaar óók de belangrijkste schuldeiser – en heeft hij het voor het zeggen.

Illustratie Boudewijn van Diepen

Aandeelhouders profiteren van de winst als het goed gaat, maar als hun bedrijf omvalt zijn ze hun geld kwijt. In een faillissement staan ze helemaal achteraan in de rij, na alle andere schuldeisers.

Dat is in elk geval het idee. Maar in de praktijk staan aandeelhouders soms juist vooraan. Zo’n plek krijgen ze als ze eigenaar zijn en ook leningen verstrekken en, in ruil voor hun lening, zogeheten pandrechten hebben op de bezittingen van het bedrijf. In een faillissement hebben ze dan een betere positie dan de andere schuldeisers. Een financier met pandrechten krijgt bijna de hele opbrengst van de verkoop van het failliete bedrijf én bepaalt – mits de curator instemt – wie het mag kopen.

Zo hadden de aandeelhouders van McGregor een machtige positie nadat het modebedrijf vorige maand failliet was gegaan. Een half jaar voor het faillissement hadden ze de banklening van ABN Amro overgenomen – McGregor was helemaal „schuldenvrij”, jubelde aandeelhouder Jeroen Schothorst in Quote – en zo pandrechten op zo’n beetje alle bezittingen verworven. Daardoor bepaalden de aandeelhouders na het faillissement wie met McGregor een doorstart mocht maken – en selecteerden ze, met goedvinden van de curator, zichzelf.

Ook de eigenaar van V&D, private-equitybedrijf Sun Capital, had de failliete warenhuisketen geld geleend in ruil voor pandrechten. Sun wil nu 80 miljoen euro terug en is daarmee de grootste schuldeiser. Als Sun dat geld krijgt, blijft er minder over voor andere schuldeisers, zoals leveranciers, de Belastingdienst, of uitkeringsinstantie UWV die de salarissen van de werknemers na een faillissement voorschiet. De curatoren van V&D hebben in hun laatste verslag al laten weten dat crediteuren zonder speciale status, zoals leveranciers, waarschijnlijk niets krijgen.

Lees ook over de neergang van McGregor: Goed plan. Maar geld? Dat niet

‘Misbruik ligt op de loer’

En ook in het ‘flitsfaillissement’ van kinderopvangbedrijf Estro had private-equitybedrijf HIG leningen verstrekt. In die hoedanigheid als financier had HIG een „doorslaggevende invloed”, concludeerde de curator nadien. Net als de aandeelhouders van McGregor ‘verkocht’ HIG het failliete bedrijf vervolgens aan zichzelf en zette het crèchebdrijf voort, met 1.000 werknemers minder. Vakbonden FNV en CNV proberen via een rechtszaak af te dwingen dat deze werknemers hun baan terugkrijgen of gecompenseerd worden.

Deze voorbeelden staan niet op zichzelf. Cijfers zijn er niet maar in „steeds meer faillissementen” is de aandeelhouder de belangrijkste schuldeiser, concludeerde hoogleraar insolventierecht Rolef de Weijs, die eerder deze maand aan de Universiteit van Amsterdam zijn oratie over dit onderwerp hield. De dubbele rol van aandeelhouder én schuldeiser is onwenselijk, vindt De Weijs, zelf curator en verbonden aan advocatenkantoor Houthoff Buruma. Hij vindt het prima als aandeelhouders hun bedrijf geld lenen, maar in een faillissement moeten ze dan wel achteraan aansluiten.

In Duitsland gelden regels waardoor andere schuldeisers voorrang hebben op de aandeelhouders. Het is helemaal bedenkelijk, vindt De Weijs, als deze aandeelhouder-schuldeiser het failliete bedrijf vervolgens aan zichzelf ‘verkoopt’, zoals bij McGregor gebeurde. Bij verkoop aan de oude eigenaar „ligt misbruik op de loer”. Immers: als aandeelhouders het zonder al te veel schade nog een keer kunnen proberen, wordt een faillissement een wel heel aantrekkelijke manier om van schulden en werknemers af te komen.

Geen lekker gevoel

Ook vakbonden zijn kritisch over een doorstart door dezelfde eigenaar. „Het heeft er gauw de schijn van dat de aandeelhouder de kosten op de samenleving afwentelt”, zegt bestuurder Niels Suijker van FNV Handel. „Schulden verdwijnen, leveranciers en werknemers staan in de kou. En wie wordt er níét slechter van? De aandeelhouder.”

Curatoren, die de belangen van alle schuldeisers moeten dienen, zijn verdeeld. Sommigen vinden het problematisch dat aandeelhouders steeds vaker ook financier zijn. „Een ongelukkige ontwikkeling”, zegt Willem Jan van Andel van advocatenkantoor Wijn & Stael in Utrecht. Als curator is het lastig om „tegenwicht” te bieden als zo’n aandeelhouder-financier, aan zichzelf wil verkopen. „Als verkoper en koper dezelfde zijn, wekt dat al snel de schijn van een onwenselijke belangenvermenging.”

Verkoop aan dezelfde eigenaar „voelt gewoon niet lekker”, zegt Toni van Hees, curator in het faillissement van Perry Sport en verbonden aan advocatenkantoor Stibbe in Amsterdam. Het risico bestaat dat het faillissement misbruikt wordt om „op een heel goedkope manier te saneren”. Curatoren moeten „terughoudend” zijn om hieraan mee te werken, vindt hij.

‘Niet bij de neus laten nemen’

Andere curatoren zijn pragmatischer. De curator moet gaan voor het beste bod en soms komt dat van de oude eigenaren. Dát weigeren zou pas nadelig zijn voor schuldeisers en werknemers, zegt Nico Tollenaar van Resor Advocaten in Amsterdam. Die lopen dan potentieel terugbetaling en een baan mis. Natuurlijk, een curator moet zich niet „bij de neus laten nemen” en een „fatsoenlijk biedingsproces” organiseren, waarin iedereen dezelfde informatie krijgt. Maar: „Als je daarna concludeert dat de aandeelhouder het beste bod heeft uitgebracht, ben je toch gek als je niet aan hem verkoopt?”