Heb ik een slap moreel leven? Nou dat weer

maximefebruari0

Ze bedoelde het vast goed, de vrouw die me onsterfelijk beledigde. Ze stuurde zakelijke informatie over iets loffelijks en deed daar een bemoedigende brief bij, waarin ze uit hoofde van haar beroep nog eens sprak over genoemde loffelijkheid en die afzette tegen „onze eigen slappe morele levens”. Ik las de brief drie keer, en ja, ze wees me echt op mijn eigen slappe morele leven. Nou dat weer.

Het zou me minder hebben geraakt, als ik me niet al decennia lang had opgewonden over de neiging mensen te beschrijven als slampampers. De organisatiekundige Elton Mayo noemde het mensbeeld dat opgang doet in politiek, bestuur, bedrijfsleven en economische theorie de rapalje-premisse. De gedachte dat de westerse mens calculerend is, zich alleen inzet voor het eigenbelang, voor de Brexit stemt omdat hij debiel is en een slap moreel leven heeft. Het is een karakterbeschrijving met een hypnotiserend effect: als je zoiets maar lang genoeg zegt, wordt het vanzelf waar.

Groeperingen die roven, verkrachten, martelen en onthoofden hoor je nooit klagen dat ze een slap moreel leven leiden. Maar modale Nederlanders, die er een strenge belastingmoraal op na houden, die volgens de World Giving Index zeldzaam bereid zijn tot het geven aan goede doelen, die volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek meer vrijwilligerswerk doen dan wie dan ook, die groot vertrouwen hebben in instituties en elkaar, die samen onnoemelijk veel sociaal kapitaal hebben vergaard – die pruttelen over morele slapte.

Groeperingen die roven, verkrachten, martelen en onthoofden hoor je nooit klagen dat ze een slap moreel leven leiden.

Het gaat in Nederland goed. Zullen we dat ook maar eens onder ogen zien? Iedere buitenlandse toerist komt af op onze kunst en cultuur; iedere vluchteling komt af op onze welvaart en rechtsstaat. Het wordt daardoor flink druk, maar zelfs die massale bewegingen verliepen tot nu toe naar behoren. Een paar jaar geleden vroeg ik een politicus of hij niet eens zijn tevredenheid kon uitspreken over de nationale bevolking en de immigranten die zo vreedzaam met elkaar samenkomen. Hij keek me aan alsof ik gek was. „Daar zou ik enorm veel last mee krijgen”, zei hij. Kennelijk had hij er verstand van.

Nu de toekomst onzekerder lijkt dan ooit, kun je kiezen vanuit welk mensbeeld je die toekomst vorm zult geven. Je kunt kiezen voor de rabble hypothesis, de rapalje premisse, de gedachte dat de mens alleen met stokken vooruit is te slaan. Dan kies je voor Verelendung. Verwording, verharding, controle, efficiëntie. Iedereen is wel schuldig aan iets: zet er camera bij, een paar sensors, organiseer dat elke overtreding door automatische systemen meteen wordt bestraft met ontslag. Voer de druk op, de verwarring neemt toe, meer gekte, meer misdaad, meer slachtoffers, meer controle: het is een geheid businessmodel voor degenen die eraan verdienen.

Toen schrijver Douglas Coupland een paar jaar geleden de toekomst voorspelde – ‘A radical pessimist guide to the next 10 years’ – zag hij aankomen dat de banen in de middenklasse zouden verdwijnen, dat de Verenigde Staten uit elkaar zouden vallen, sla onbetaalbaar zou worden, en dat iedereen zich zou voelen „als een hond die vastgebonden zit aan een paal naast de groentewinkel – verlatingsangst wordt je permanente gemoedstoestand”. Zijn voorspelling eindigde met de vaststelling dat de mens zich deze toekomst dan zelf op de hals had gehaald.

„We will accept the obvious truth that we brought this upon ourselves.”

Je kunt er ook voor kiezen je dit niet op de hals te halen. Je kunt je realiseren dat de boel in de soep loopt als je probeert een samenleving draaiende te houden zonder burgerschap. Zonder bereidwilligheid, betrouwbaarheid, vertrouwen en zonder de bereidheid tot samenwerking. „De moderne consument”, zegt een trendwatcher bewonderend in Het Parool, is „geen koning, geen keizer, maar dictator”. Dat is een grappige uitspraak over de consument van iemand die de firma Blokker denkt te gaan redden, maar het is geen metafoor die je wilt overnemen wanneer het over de burger gaat.

Ben ik een dictator? Heb ik een slap moreel leven? Ben ik een egoïst, een Gutmensch, een xenofoob, een wegkijker? De manier waarop je mensen beschrijft heeft directe gevolgen voor de politieke en bestuurlijke beslissingen die je neemt. Het is daarom verstandig het beeld voor ogen te houden van de Nederlandse burger die niet zozeer wil dat Blokker wafels bakt en per drone aflevert, maar die een baan wil bij Blokker. Omdat werk in staat stelt waarden uit te dragen, zoals betrouwbaarheid. Omdat werk de kans geeft belasting te betalen. Zo’n lief burgerlijk mensbeeld is geen manier om onszelf voor de gek te houden in roerige tijden, het is een realistische beschrijving. En tegelijk een keuze voor behoud van sociaal kapitaal.