Gevaarlijk denken is sleutel tot vooruitgang

©

In Turkije zijn sinds de coup 1.577 decanen uit hun functie ontheven. Onbekende aantallen studenten en medewerkers buiten het land zijn gesommeerd terug te keren. Voor wie de eerdere ontwikkelingen volgde, is dit niet zo verbazend. Al eerder werden Turkse academici met afwijkende ideeën als terrorist bestempeld en naar verluidt ontslagen. Ook in China zijn in de recente geschiedenis hoogleraren van de universiteit verwijderd om ideeën die het regime onwelgevallig waren. De instinctieve reactie van een bewind onder stress is wel vaker het sluiten van universiteiten en het verwijderen of aan banden leggen van academisch personeel. Het is een oude geschiedenis.

Giordano Bruno, bijvoorbeeld, reizend gasthoogleraar in Europa werd in 1600 verbrand op het plein van de Campo de’Fiori. Door zijn denkbeelden over kosmologie werd hij na zijn dood de symbolische martelaar voor de vrije wetenschap. Op geen plek wordt de vrijheid van denken en spreken, in theorie, zo gekoesterd als op universiteiten. Daar worden studenten opgeleid om zelfstandig te denken, om standpunten te leren formuleren en te debatteren, dus te luisteren naar andere visies. Dat betekent leren omgaan met hypothesen en feiten, het construeren van bewijs en het weerleggen ervan.

Het is een plaats waar studenten hun beeld van de wereld ontwikkelen en tegen het licht houden en idealiter uitgroeien tot evenwichtige volwassenen. Zoals George Orwell ooit zei: „Als vrijheid iets betekent, dan is het het recht om mensen datgene te vertellen wat ze niet willen horen.” Door meningen te formuleren en aan kritiek te onderwerpen ontstaat een nieuw en beter, want getoetst beeld. Een democratie zoals we die tot nu toe kennen, zou de tegenspraak behoren te koesteren.

Lang hebben academici met trots uitgedragen dat universiteiten gevaarlijke en soms onwelgevallige plekken waren, omdat geen enkel idee er heilig was. Dat beeld staat nu op de tocht. Niet alleen door de maatregelen in Turkije en elders, maar op een onvermoede manier van binnenuit. Steeds vaker wordt met name in de Engelstalige universitaire wereld door studenten bezwaar aangetekend tegen de lesstof of tegen sprekers. Germaine Greer, feministe van onverdachte huize, werd door Britse studenten ongeschikt geacht vanwege haar ideeën over transseksuelen. In colleges over Engelse literatuur worden niet alleen „blanke, dode mannen” geweerd als eenzijdig, maar ook zogenaamde ‘trigger warnings’ geïntroduceerd die moeten voorkomen dat studenten zich gekwetst of geïntimideerd voelen.

Dergelijke waarschuwingen helpen studenten lesstof te vermijden met verwijzingen naar zelfmoord, geweld, verkrachting of slavernij, vooral in vakken als literatuur, antropologie en geschiedenis. Het grootste verzet tegen de curricula ligt in wat men gender, sexual & racial insensitivity noemt, de ongevoeligheid voor degenen die zich als ‘anders’ identificeren. Dat heeft zich in Oxford geuit in de eis om het standbeeld te verwijderen van Cecil Rhodes, koloniaal heerser en zakenman uit wiens nalatenschap nog steeds studiebeurzen worden betaald. Deze bewegingen zijn bekritiseerd omdat ze van de universiteit een speeltuin willen maken voor verwende kinderen die alleen hun eigen denkbeelden bevestigd willen zien.

Het laatste woord is niet gezegd in de oplaaiende strijd om de universiteit. Ik kan slechts Hannah Arendt citeren: „There are no dangerous thoughts, only thinking itself is dangerous.” Het gevaarlijke denken, in de zin van het durven onderzoeken en waar nodig verwerpen van iedere gedachte, is de sleutel tot vooruitgang en mag op geen enkele universiteit bedreigd worden. Niet door opportunistische landspolitiek, maar net zo min door nieuwe vormen van interne politieke correctheid.