De ideale vogel om te tekenen

Vogels

Op de tentoonstelling Ooievaars in de kunst wordt duidelijk waarom ooievaars zo tot de verbeelding spreken.

‘Hagenaartje lief’, ets van Els Maasson (2002) op ‘Ooievaars in de kunst’. Beeld Het Petershuis Gennep

Een rode vis, een grijnzende blauwe kater en een in zwart-wit voorbij vliegende ooievaar met helrode poten: dat zijn voor kunstenares Ellen Baptist de drie dieren die ertoe doen voor de heilige Franciscus, vriend der dieren. Op de tentoonstelling Ooievaars in de kunst in museum Het Petershuis in het Limburgse Gennep hangt het felgekleurde schilderij prominent tussen kunstvoorwerpen, boekomslagen, tekeningen en schilderijen die met de ooievaar te maken hebben. Zelfs bierflesjes Code Oranje van de Gennepse brouwerij d’Ooijevaer ontbreken niet.

De werken in de expositie zijn afkomstig uit de collectie van Piet de Bakker. Ooit begon zijn liefde voor de ooievaar met de serie Ooievaar Pockets van Bert Bakker. Wie zich in de expositieruimte bevindt, hoort buiten het geklepper van de ooievaars die broeden op het stadhuis van Gennep. De tentoonstelling zelf biedt een duizelingwekkende hoeveelheid ‘ooievaarmania’. „Ooievaars spreken tot de verbeelding omdat zij als bijna geen andere vogel zo zichtbaar zijn”, zegt De Bakker, „vooral dankzij hun broedzorg. Op hun reusachtige nesten is de hele cyclus van balts tot het uitvliegen van de jongen te volgen.” Ook een reden zou kunnen zijn dat de ooievaar een ideale tekenvogel is. De lange rode poten en snavel, het zwart-witte verenkleed en de statige houding maken de vogel, hoe schetsmatig ook uitgebeeld, herkenbaar. Subtiel zijn de grafische ooievaars van Peter Vos met een lichtgrijs lijnenspel waarin de ooievaars menselijke trekken krijgen. Hij laat de dieren dansen met geheven vleugels.

De ooievaar is een huisvriend van de mens, een stads- en dorpsbewoner. Dat leidt tot het meest opvallende kenmerk van deze expositie: ooievaars zijn net mensen. Bijna alle kunstenaars geven aan ooievaars menselijke trekken. Zoals in de schoolplaten uit 1914 van Tjerk Bottema waar een ooievaar en vos bij elkaar op bezoek komen en niet uit elkaars servies kunnen eten. Maar ook in het doek Ooievaar van Cynthia Vandenbor. Zij schildert een vrouw met extreme ooievaarsbenen die doorlopen tot aan haar schouders, een snavel en zwart-witte veren aan haar handen. Hier is het dier ooievaar geheel verdwenen in een mensengedaante.

Ooievaars in de kunst. Museum Het Petershuis, Gennep. T/m 28/8.