De dood van twee zoons overleven (1)

©

Een mailtje van Jack Keijzer, 4 juli: „Bij dezen wilde ik je laten weten dat ook mijn jongste zoon is overleden. Hij kon het verdriet om zijn grote broer Pascal niet meer aan. Na twee jaar zwaar psychisch lijden heeft Remy op 10 mei zichzelf van het leven beroofd.”

Vorige zomer was ik met Jack Keijzer, leraar economie op een vmbo-school, mee naar de gevangenis in Arnhem, waar hij aan gedetineerden vertelde hoe het voelt om een vermoorde zoon te hebben. Jaren eerder had hij me bij hem thuis in Hoogkarspel verteld hoe Pascal, 16 jaar, op 30 april 2007 langs een verlaten weg in de kop van Noord-Holland was gedood door twee drugsdealers. Ze hadden hem met een snoeischaar in zijn hals gestoken. Daarna waren ze drie keer over hem heen gereden. Zijn ouders hadden er alles aan gedaan om hem op het goede spoor te houden – psychiater, politie – maar het had niet geholpen. En nu is Remy dus ook dood.

Op een warme woensdag zit ik tegenover Jack Keijzer aan tafel in een Amsterdams etablissement en ik heb geen idee wat ik moet zeggen. Zo’n aardige, rustige man, zo verslagen. Hij zegt: „Gisteren was Remy’s geboortedag. Hij zou 23 jaar geworden zijn. Dat was niet gemakkelijk. Maar het komt niet in ons op om boos op hem te zijn. Hij is zo verschrikkelijk ziek in zijn hoofd geweest. Hij kon niet meer.”

Ik vraag wanneer het begonnen was. „Drieënvijftig weken geleden”, antwoordt hij. „Remy was op zijn werk in Medemblik – hij was tegelzetter – en belde of hij ’s avonds kon komen eten. Wij waren op de camping en ik zei: natuurlijk, leuk. We drinken een biertje, we praten wat en opeens zegt hij: pap, weet jij wie de nieuwe koning wordt? Ik uitleggen: Willem-Alexander zit er nog maar net… Nee, nee, zegt hij en hij wijst naar zichzelf: híér zit de nieuwe koning. Ik begon te lachen en hij wordt woest, echt woest.”

Een paar dagen later rijdt Remy ’s morgens niet naar Medemblik, maar naar Den Haag, want hij moet een pakketje voor Amalia afleveren. Hij loopt eindeloos rond en aan het eind van de dag kan hij zijn auto nergens meer vinden. Zijn telefoon is hij ook kwijt. De politie – hij is zelf naar het bureau gegaan – brengt hem naar de dichtstbijzijnde ggz-instelling en daar haalt zijn vader hem de volgende dag op. „Hij had het maar over God en de Messias en Sinterklaas, en dat hij een boodschap voor de wereld had. Hartverscheurend was het.” Ze gaan naar de huisarts en daar wordt Remy boos. „Híj was niet in de war, de dókter was in de war en wat dacht die wel?” De psychiater stelt vast dat Remy een ernstige psychose heeft. Maar Remy vertoont geen agressief gedrag, er is geen goede reden om hem op te nemen – nog niet.

Lees hier het vervolg op deze column: De dood van twee zoons overleven (2)

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt deze weken Jutta Chorus.