Aanslag op kerk schokt Fransen

Reportage Frankrijk

De gijzeling van kerkgangers en de moord op een priester is een aanslag met een niet mis te verstane symboliek.

Saint-Etienne-du-Rouvray

Het is zo’n Frans stadje waar steeds minder mensen de mis bezoeken. Toen twee mannen dinsdag rond half tien tijdens de doordeweekse ochtenddienst in Saint-Etienne-du-Rouvray met messen de plaatselijke kerk binnenstormden, troffen ze behalve voorganger Jacques Hamel slechts vier anderen. Ze dwongen de Normandische priester, 86 jaar oud, op de knieën en sneden hem de keel door. Drie anderen raakten gewond, één zwaar. Eén vrouw, een zuster, wist te ontkomen en seinde de politie in, die de mannen voor de kerk doodde.

Maar in Saint-Etienne-du-Rouvray, een gemeente van bijna 30.000 inwoners onder Rouen, neemt de katholieke kerk in het leven nog wel een centrale plaats in. „Le père Hamel heeft mijn man vijf jaar terug begraven”, zegt de 53-jarige Marie-Christine in een van de straten rond de kerk waar het drama zich afspeelde. Haar buurvrouw, madame Marreau, zegt: „Hij heeft me getrouwd, achttien jaar geleden, hij heeft mijn drie kinderen gedoopt.” Bijna iedereen heeft op een moment in zijn leven met de priester te maken gehad. „Hij was voor velen als een grootvader”, zegt priester Alexandre Joly uit het nabijgelegen Grand-Quevilly.

Antiterreureenheid

In de straat waar de vrouwen wonen doet een antiterreureenheid de middag na de aanval huiszoeking bij een familie van „immigranten” die niemand zegt te kennen. De agenten dragen bivakmutsen, de straat is afgezet voor alle verkeer. „Het is allemaal zo onwerkelijk”, zegt de fors betatoeëerde Marie-Christine. Twee weken geleden slaagde een man er in Nice met een vrachtwagen in 84 mensen te doden. „Dat zulke dingen in Parijs of Nice gebeuren is vreselijk, maar dat zijn grote steden. Dit is de provincie!”

Net als in Nice, op de nationale feestdag, is de symboliek van een aanslag in een kerk niet mis te verstaan. Daarmee „ontheiligen” de terroristen „de republiek”, zei president François Hollande in een verklaring op dinsdagavond. De twee daders, had hij eerder op de dag verklaard, „beriepen zich op Daesh” (de in Frankrijk gangbare naam voor Islamitische Staat). Niet lang daarna eiste IS de aanslag op.

De president, opgegroeid in Rouen, was snel ter plaatse en sprak de totaal verslagen communistische burgemeester moed in. Hij herhaalde dat Frankrijk „in oorlog” is met Islamitische Staat. „Wat ze willen is ons verdelen. Daarom moeten we onze eenheid tonen.” Maar terwijl het debat over Nice nog nauwelijks was uitgewoed, was die boodschap aan dovemansoren gericht. De rechtse oppositie eiste opnieuw hardere maatregelen in de strijd tegen terrorisme en verweet de Franse regering te weinig te hebben gedaan.

„We moeten onverbiddelijk zijn”, zei oud-president Nicolas Sarkozy. „Excuses voor ontoereikend optreden zijn niet toelaatbaar.” Hij riep de regering op „al onze voorstellen van de laatste maanden in te voeren”. Daarbij hoort ook het plan om de meer dan tienduizend geradicaliseerde moslims die bij de veiligheidsdiensten bekend zijn preventief op te sluiten of van een enkelband te voorzien. Premier Manuel Valls heeft al eerder laten weten niets te voelen voor zo’n ‘Frans Guantánamo’.

Anders dan bij de aanslag in Nice was tenminste een van de twee daders bij de Franse inlichtingendiensten bekend als geradicaliseerd. Hij werd herkend door een plaatselijke agent. De 19-jarige Adel Kermiche probeerde in 2015 tot twee keer toe in Syrië te komen, zei terrorismeprocureur François Molins. Hij werd vorig jaar veroordeeld, maar kwam in maart vervroegd vrij en droeg nog altijd een enkelband, ook tijdens de aanslag in de kerk. De andere dader is nog niet geïdentificeerd. Een „minderjarige” zou op verdenking van medeplichtigheid zijn gearresteerd.

Rijen voor het condoleanceregister

Na alle kritiek maant Hollande dinsdagavond tijdens de achtuurjournaals op televisie tot rust. Hij zegt dat „tegen elkaar opbieden en polemiek” vermeden moet worden om de democratie te beschermen. „Onze vrijheden inperken, afwijken van onze grondwettelijke regels (…) zou de zo waardevolle cohesie van onze natie verzwakken.”

Maar niemand in Saint-Etienne-du-Rouvray die de president heeft horen spreken. Een lange rij mensen, opvallend veel moslimvrouwen, van wie velen in tranen, staat rond acht uur ’s avonds voor het Hôtel de Ville om het condoleanceregister te tekenen en kaarsjes aan te steken. De vlaggen aan het gemeentehuis hangen halfstok. „Je hebt overal heethoofden”, zegt de 46-jarige Aristide Gauhy. „Maar dat zoiets ook bij ons kan gebeuren leek me domweg ondenkbaar.”