Zijn we in Nederland nu banger voor terreur?

Nederland Recente aanslagen in Europa hebben niet geleid tot gedragsverandering bij Nederlanders. Festivals worden volop bezocht. Maar dat betekent niet dat mensen niet bezorgd zijn.

‘Vraagje: wij zouden met Gay Pride op een boot gaan langs de kant van de Prinsengracht. Nu is Europride in Amsterdam dit jaar nog grootser dan andere jaren. Met alle aanslagen en ellende de laatste dagen: zouden jullie gaan? Ik weet het even niet zo goed.’

Het is zomaar een vraag in een groepsgesprek op WhatsApp. En deze vrouw is niet de enige. Twijfelen of je naar een concert gaat. In een zaal vol mensen alvast checken waar de nooduitgang zich bevindt. In een trein uit de coupé lopen als een moslim een gebed prevelt. En je angst weglachen met grapjes.

Hoe bang zijn Nederlanders voor een aanslag? Na Nice, na München, na elke week een andere schietpartij?

Op het eerste gezicht lijken Nederlanders niet bereid hun leven drastisch om te gooien.

Festivals en andere evenementen, bijvoorbeeld, lijden allerminst onder dalende bezoekersaantallen. De Zwarte Cross in Gelderland trok afgelopen weekeinde liefst 220.000 bezoekers, opnieuw meer dan vorig jaar toen er ruim 197.000 mensen op af kwamen. „We schrokken wel van het nieuws over München. Maar bezoekers zijn daar toch niet erg mee bezig. Ze hebben een mooi feestje gehad”, zegt een woordvoerder van het festival.

De organisatie had „geen andere veiligheidsmaatregelen” genomen dan de gebruikelijke, zoals afgesproken met politie en gemeente. Over de aard van de maatregelen wil de organisatie niets zeggen.

Hoe anders is dat in België. Daar heeft de Federatie van Muziekfestivals in Vlaanderen festival-organisatoren opgeroepen dezelfde maatregelen te nemen als voetbalclubs: rugzakken en tassen zijn in stadions niet meer toegestaan.

Dat is in Nederland niet aan de orde. De Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals heeft „geen signalen” gekregen dat mensen wegblijven uit angst voor terreur, zegt directeur Berend Schans. Er zijn dit jaar niet meer evenementen afgelast dan voorgaande jaren, meldt onderzoeksbureau Respons.

Een woordvoerder laat weten dat luchthaven Schiphol in reizigersaantallen niets merkt van recente aanslagen. Het aantal passagiers is harder gestegen dan verwacht, bleek uit cijfers begin deze maand.

Liever naar Spanje of Italië

Wél een gevolg van terreurdreiging, en ook van de vluchtelingenstroom, is de keuze van de vakantiebestemming. Turkije en Griekenland zijn bij Nederlanders minder in trek, zo bleek eerder uit onderzoek van NBTC-NIPO Research.

Het aantal vakanties naar Turkije nam af met 39 procent, volgens het onderzoek, en naar Griekenland met 29 procent. Meer mensen vieren hun vakantie in landen die „relatief veilig” worden gevonden, zoals Spanje, Portugal en Italië. Ook is een vakantie in eigen land populairder geworden. Dit jaar vieren zo’n 2,6 miljoen Nederlanders de zomer in eigen land; dat wil zeggen 5 procent meer dan het jaar ervoor. „Ook dat heeft wellicht met de angst voor veiligheid te maken”, zegt een woordvoerder.

Dat mensen zich niet laten weerhouden feest of vakantie te vieren, betekent niet dat ze niet bezorgd zijn. Kinderen bijvoorbeeld. Na elke aanslag waarvan in de media verslag wordt gedaan, ziet kinderpsycholoog Roxanne Hosemans van kinderpsychologenpraktijk PsychoWijs in Utrecht een toename van het aantal kinderen met angst. De angst onder kinderen is vooral groot, zegt de psycholoog, als zij zich gemakkelijk kunnen identificeren met de slachtoffers van eerdere terreurdaden, bijvoorbeeld als het gaat om Nederlandse slachtoffers. „Ze hadden zelf in dat vliegtuig kunnen zitten.” Het gaat om angst die in het dagelijks leven verlammend werkt, vertelt Hosemans.

„Kinderen hebben bijvoorbeeld een vliegangst ontwikkeld na de aanslag met MH17, en weigeren mee te gaan op vakantie. En als er een terrorist in een internationale trein heeft gezeten, dan willen ze niet meer reizen met de trein, terwijl ze dat soms wel dagelijks moeten.”

Signalen van gevaar vergroot

Kinderen zijn minder dan volwassenen in staat rationeel over gevaren na te denken, en zijn in sommige gevallen geneigd signalen van gevaar te vergroten. Ze zijn na gebeurtenissen „extra alert” en voeden hun angst doordat ze vervolgens meer „verdachte signalen” opmerken. „Ze zien een onschuldige koffer staan, en beschouwen dat ineens als een groot gevaar.” Cognitieve gedragstherapie kan helpen deze „vicieuze cirkel” te doorbreken. Met oefeningen. Met hulp van ouders, want die zijn „een belangrijk voorbeeld”, aldus de psycholoog. Angstige kinderen „gaan zich erg vastklampen” aan hun ouders, die vertrouwd zijn en weten wat veilig is. „Ik had ooit een jongen in behandeling die eigenlijk niet eens alleen naar school durfde te lopen. Een afstand van 250 meter.” Tip: „Help je kind te nuanceren en relativeren door de achtergronden goed uit te leggen.”