Repetitieve beukmuziek is zware kost

De mokerslagen die Swans in de jaren tachtig introduceerde, zijn - aangevuld met vrouwenzang en een cello-intermezzo - een stuk eleganter geworden . De Zuid-Afrikaanse Pumeza Matshikiza probeert haar rauwheid ook te verhullen, met wild haar en een zachte huid, maar bereikt het tegenovergestelde effect.

Swans bestaat al sinds 1982, als muzikaal experimenteel project van voorman Michael Gira. De band stond in de jaren tachtig bekend om het destijds nog ongekende volume van hun repetitieve gitaarriffs die ze als langzame mokerslagen het bewustzijn in dreven. Dat doet Swans nog steeds, maar de zeven muzikanten die de band nu bevolken, spelen hun muziekstukken eleganter, en met verfijndere opbouw.

De nieuwe cd The Glowing Man duurt bijna twee uur en wisselt repetitieve beukmuziek af met lichtere stukken, waarin lang aangehouden akkoorden plotseling worden doorbroken met ontspannen vrouwenzang of een cello-intermezzo. Een enkel nummer, zoals het twintig minuten durende ‘Frankie M’, klinkt beklemmend. Daar staat een zonnig ‘When Will I Return?’ tegenover, waardoor het Swans-terrein ineens verrassend uitdijt. Nog altijd is dit zware kost, maar de vasthoudende en consequente toewijding aan het langzame tempo is ook bedwelmend.