Parade serveert voer voor de fantasie

Parade in Utrecht Theatrale verrassingen horen bij de Parade. Soms positief, maar soms kies je per ongeluk tegenvallers uit het aanbod. Maar wat kon er misgaan met horrorclowns?

Scène uit De meisjes van de kapsalon, over de ambities en dromen van drie moderne Marokkaanse vrouwen, werkzaam in kapsalon Lala L’Rosa. Foto de artiestenfabriek

Met tachtig voorstellingen verspreid over vier steden is het bijna onmogelijk om een conclusie te trekken over het algehele ‘niveau’ van rondreizend theaterfestival de Parade. Hoog naast laag en kunst naast kolder, dat blijft de – aantrekkelijke en succesvolle – formule van het zomerfestival. Slenterend over het sfeervolle terrein van circustenten, eetzaakjes en drankbarretjes kun je zomaar onverhoeds op theaterpareltjes stuiten. Maar de kans is ook groot dat je een avondlang verstrikt raakt in malle mislukkingen en gemakzuchtige gekkigheid.

Op de tweede dag dat het festival in het Moreelsepark in Utrecht stond, betrof de toevallige oogst vooral die tweede categorie. Neem Gilminder van Jos Nargy en Tommy Ventevogel. Nargy staat als een soort libidineuze Ken in een roze plastic verpakking buiten een minuscuul tentje, terwijl hij heupwiegend en droogneukend vrouwen naar binnen lokt, zo nu en dan likkend aan het plastic. Hij speelt nympho-man en ‘Pik-up artist’ Gilminder, in een absurdistische en licht ontregelende tekst van Tommy Ventevogel. Eerder spoken word dan traditionele theatermonoloog, vraagt de tekst echter om een strakkere, meer gevarieerde regie. Nu missen verrassend poëtische passages hun doel en lossen op in de – overvloedig toegepaste - theaterrook. Ook de opbouw is vlak, en daardoor blijft het geheel wat loos. Jammer, want zowel Nargy als Ventevogel hebben talent. En een show die eerst verleidt en dan ontregelt, die heeft potentie, op de Parade.

Minder vanzelfsprekend binnen het aanbod is Kaspar van Guy en Roni’s Poetic Disasters Club. Hierin beelden tien – goeddeels naakte – dansers, performers en musici, op dramatisch-hysterische wijze het verhaal uit van Kaspar Hauser - de jongen die vijftien jaar in een donkere cel leefde en in 1828 opdook, verwaarloosd en met de ontwikkeling van een vierjarige. Elk op zijn of haar eigen wijze zijn de performers hier ‘Kaspars’, primair, dierlijk, spastisch en zonder spraak. Ze kronkelen, beven, schokken en stuipen zonder gene met hun naakte lijf, terwijl spookachtige grime (witte gezichten, uitgelopen zwarte ogen, bloedende monden) ze het voorkomen geeft van horrorclowns. Op momenten is Kaspar de ergste uitwas van moderne dans denkbaar – met de materialisatie van elk denkbaar danscliché - dan weer grijpt de gruwel je plots, en kun je je even dankbaar onderdompelen in een griezelig, onbegrijpelijk en redeloos universum.

Even verderop speelt de Theatertroep toevallig een geestige en intelligente dansparodie. Het ‘Amsterdams Mannenballet’ danst hun (viriele) versie van Het Zwanenmeer: met gespierde, harige mannenbenen onder tuttige tutu’s. Net als de parodie al te voorspelbaar wordt, geeft de Theatertroep het geheel een slimme draai met het commentaar van twee verslaggeefsters. In volleerd voetbaljargon en op precies de juiste, quasi-ernstige toon bespreken de twee de prestaties van de ‘ballerino’s’, onder wie het talent Mullering – ‘onlangs weggekocht bij het Mexicaans staatsballet’. Ook volgen kleedkamerinterviews en koddige herhalingen. Het is geestig op het flauwe af, maar prikkelt stiekem toch het denken, door de slimme omkering: kunst wordt sport en man wordt vrouw. Zo serveert de Theatertroep smakelijk voer voor de fantasie.

De Artiestenfabriek laat met De meisjes van de kapsalon weer te weinig aan de verbeelding over. Prima premisse: de ambities en dromen van drie moderne Marokkaanse vrouwen, werkzaam in kapsalon Lala L’Rosa, maar de uitwerking is tenenkrommend cliché – foute man belazert de drie vrouwtjes, die zich uiteindelijk wreken met stripboekgeweld - en de dialogen zijn van bordkarton. Dat euvel kunnen zelfs de energieke, innemende actrices, die vol overgave joelen en dansen, niet verhelpen. Het opgewekt-benevelde Parade-publiek kan het weinig schelen, dat joelt en danst al even vrolijk mee.