Liefdesdrama verdampt in ideeënoverschot

Theater

Zelfs het schokkende en tragische slot van Shakespeares klassieke liefdesdrama ‘Romeo en Julia’ weet hier nauwelijks te raken.

Yara Alink en Ward Kerremans Foto Ben van Duin ©

‘Romeo, Romeo, hoezo ben jij Romeo?’ Het klinkt verbolgen. Want de ‘jij’ waar Julia hier over mijmert, is de knappe jongeling die net op haar verjaardagsfeestje haar hart stal. Maar zijn voornaam, ‘Romeo’, hoort bij de familienaam Montague: gezworen vijanden van háár clan, de Capulets. Waarom moest nu juist hij een Montague zijn? Het is een mooie scène, Julia zwijmelend op haar balkon, Romeo eronder, pardoes bereid om naam, eer en familie voor haar op te geven. Yara Alink speelt Julia verfrissend aards en een beetje hoekig, als de veertienjarige puber die ze is. Ward Kerremans is met zijn hertenogen en Vlaamse tongval helemaal de zoetgevooisde amant. De beroemde balkonscène klopt en ontroert.

Het is, helaas, een zeldzaam mooi moment, in een ronduit rammelende enscenering van Shakespeares liefdesdrama in het Amsterdamse Bos. De regie van Ingejan Ligthart Schenk is een ratjetoe van ideetjes. Om te beginnen is er het merkwaardige decor van afgedankte vliegtuigslurven. Cadeautje van hoofdsponsor Schiphol, en dat is attent, maar het levert niet automatisch een mooi of passend decor op. Deze assemblage van plastic schroot blokkeert alle verbeelding.

Het vele geklauter van de spelers in en op de slurven is onnodig en vertraagt. Zoals in de scène waarin Julia’s (schijn-)dode lichaam door haar rouwende familie omslachtig uit de ene slurf via een andere naar de speelvloer wordt getild, gewenteld en gehesen – nodeloos ingewikkeld.

Dan is er de keuze om acrobaten toe te voegen aan de cast. Nadat ze een aardige surplus vormen op het feest en met wat vrolijk gooi- en smijtwerk de gevechten tussen Montagues en Capulets aanscherpen, verliest hun aanwezigheid elke relevantie. Het samengeraapte ensemble lijdt onder een gebrek aan spelregie en kwestieuze castingkeuzes.

Dat wil niet zeggen dat er niets te genieten valt. De bevreemdende elektronische muziek van de Veenfabriek schuurt en ontregelt. Erik Bindervoet maakte een even malse als poëtische bewerking, aangenaam eigentijds zonder aan eeuwigheidswaarde in te boeten. Beide hoofdrolspelers zijn sterk in hun tekstbehandeling. Kerremans wordt soms gehinderd door iets te veel eerbied voor de bard, maar de Julia van Alink is geestig, hedendaags en herkenbaar. Grappig is ook Camilla Siegertsz in de bijrol van de min, die ze tot een komisch clownsnummer maakt. Sander Plukaard (Mercutio) en Jurriën Remkes (Benvolio) geven Romeo’s vechtlustige vriendenclub een komisch vleugje Oh oh Cherso. Maar de tournure van komedie naar tragedie wordt niet bevredigend volbracht: zelfs het schokkende slot – de dubbele zelfmoord van twee verliefde tieners – weet hier nauwelijks te raken.