‘Kritiek Europa negeren we voorlopig’

Interview Sadik Arslan, ambassadeur van Turkije in Den Haag

Arslan was teleurgesteld dat de Nederlandse regering „weinig solidariteit” toonde na de mislukte coup. „Voor ons is het een kwestie van overleven.”

Nederlandse Turken gingen, onder meer in Rotterdam, massaal de straat op na de couppoging van 15 juli in Turkije. Foto David van Dam

Toen de tanks van de coupplegers door de straten van Istanbul reden, was de Turkse ambassadeur in Nederland, Sadik Arslan, op vakantie aan de Turkse rivièra. Leden van de Turkse gemeenschap in Nederland belden hem om te vragen waar hij was en of hij ongedeerd was. „Ik zei: ik ben in Turkije en er is niets gebeurd met mij en de mensen van de ambassade”, vertelt Arslan in een interview in Ankara. Hij vond het hartverwarmend dat Turkse Nederlanders massaal de straat op gingen om de missie in Den Haag te beschermen en steun te betuigen aan de regering.

Zo’n onvoorwaardelijke uitdrukking van solidariteit miste hij bij de Nederlandse regering, die waarschuwde dat de mislukte coup niet moet ontaarden in een bijltjesdag. Arslan: „Toen Islamitische Staat een aanslag pleegde in Istanbul, was er een enorme uiting van solidariteit in Nederland, zowel vanuit het parlement als vanuit de bevolking. Daar was ik zeer door geraakt. Maar deze aanval is misschien wel honderd keer groter. We zouden nu graag dezelfde solidariteit zien. Al die mitsen en maren bij de veroordeling van de couppoging, bevredigen me niet.”

Ook andere Europese landen reageerden kritisch op de harde reactie van de Turkse regering op de mislukte machtsgreep. EU-buitenlandcommissaris Federica Mogherini noemde de zuivering van het Turkse staatsapparaat „onacceptabel”. Maar volgens Arslan is die kritiek aan dovemansoren gericht. „Voorlopig schenken we geen aandacht aan de kritiek uit Europa. Het voortbestaan van de republiek en ons democratische en seculiere systeem is nu het allerbelangrijkste. Voor ons is het een kwestie van overleven.”

Gülenbeweging

De omvang van deze couppoging vindt Arslan moeilijk te bevatten. „We waren totaal onvoorbereid. We weten dat deze organisatie [de religieuze orde van geestelijke Fethullah Gülen, red.] eerder verraad heeft gepleegd en andere overheidsinstellingen heeft geïnfiltreerd, zoals de politie en de rechterlijke macht. Sommige rechters en openbaar aanklagers waren beducht voor hun macht binnen het leger. Maar door de aanslagen van het afgelopen jaar waren we vooral gefocust op terrorisme. Dus niemand had zo’n verschrikkelijke daad van verraad door een vijand van binnenuit kunnen voorzien.”

Hoe kon de regering zo snel weten dat de Gülenbeweging achter de couppoging zat?

„Daar hebben we overweldigend bewijs voor. Dit bewijs is niet indirect, maar hard en overtuigend. Want dit keer zijn ze op heterdaad betrapt.”

Sommige mensen wellicht, maar niet 60.000 man.

„Dat aantal is een overdrijving. De meerderheid is niet opgepakt, maar geschorst met behoud van salaris. Er is een groot onderzoek aan de gang om te bepalen of ze schuldig zijn. Als ze vergiftigd zijn met de ideeën van Gülen, zullen ze gestraft worden. Daarbij hebben we verschillende bekentenissen van de daders. De coupplegers hebben generaal Akar, die ze gegijzeld hadden, onder druk gezet om met Gülen te bellen. De putschisten hebben verklaard dat ze bevelen van Gülen hebben gekregen.”

Turkije heeft de Amerikaanse regering gevraagd om Gülen uit te leveren. Maar vooralsnog weigert die, omdat ze geen bewijs hebben van zijn betrokkenheid.

„Dat zullen ze binnenkort krijgen. Duizenden pagina’s van getuigenissen.”

Wat voor invloed heeft deze omvangrijke zuivering op het functioneren van de Turkse overheid?

„Maak u geen zorgen. In tegenstelling tot Nederland, is de staat in Turkije zeer machtig en omvangrijk. Daarom probeerden de Gülenisten ook de staat over te nemen. Een derde van de legertop is gearresteerd na het Ergenekon-proces [tegen de seculiere elite in het leger, het bewijs zou zijn gefabriceerd door Gülenisten binnen de politie, red.] en zij zullen terugkeren. De staat zal weer op orde worden gebracht door de vroegere slachtoffers van Gülen.”

Waarom is met de noodtoestand het parlement buiten spel gezet?

„De Grondwet biedt de mogelijkheid om de noodtoestand af te kondigen. Is er een situatie denkbaar waarin dat meer nodig is dan nu? Ons democratische en seculiere staatsbestel werd bedreigd. Je kunt de restanten van de coupplegers niet verwijderen met gewone wetten.”

De Gülenbeweging is ook actief in Nederland. Beschouwt u die Nederlandse tak ook als een bedreiging?

„Ja, het is een bedreiging voor elk land waar ze opereren. Vroeg of laat zal jullie tijd ook komen.”

Wat moet de Nederlandse regering doen?

„Ze moet niet toestaan dat de onderwijsinstellingen van Gülen worden gefinancierd met geld van Nederlandse belastingbetalers. De meeste scholen die ze leiden, zijn eigendom van de regering. Onlangs is de Nederlandse organisatie voor het midden- en kleinbedrijf een samenwerking aangegaan met HOGIAF, een paraplu-organisatie van de Gülenbeweging. Dat bedoel ik. En controleer hun financiële situatie. Want ze hebben geen achterban en hun commerciële activiteiten staan er niet goed voor. Een groot deel van de Turkse gemeenschap in Nederland boycot hen.”

Er zijn zelfs instellingen van Gülen in Nederland aangevallen. Wat vindt u daarvan?

„Dat is een zaak van de openbare orde, die de Nederlandse autoriteiten moeten oplossen. Ik weet niet wie de daders zijn. Wij hebben iedere Turk in Nederland altijd opgeroepen om vreedzaam te reageren en hun democratische rechten te gebruiken. Het is aan de Nederlandse regering en de autoriteiten om dit soort gewelddaden te voorkomen.”

Enkele maanden geleden heeft uw consulaat Turkse Nederlanders opgeroepen om informatie te verstrekken over mensen die Erdogan belasteren. Denkt u niet dat dit eigenrichting in de hand heeft gewerkt?

„Dat was een fout van een lagere diplomaat die een brief stuurde die werd gezien als een oproep om mensen aan te geven, een hotline op te zetten. Dat hebben we meteen rechtgezet. Dit was een misstap van een onervaren jongen. Ik heb daar een officiële verklaring over gegeven. Het zou niet meer omstreden moeten zijn.”