Hoop en glorie voor Nederlanders

Analyse Tour de France

Mollema en Dumoulin sneuvelden aan het slot. Wout Poels hield vol, als beschermer van Froome.

Bauke Mollema

De man die als kind liever ijshockeyer dan fietser wilde worden, stond net als in 2013 tot de laatste rustdag tweede in het algemeen klassement van de Tour. Destijds werd hij ziek. Pech. Zesde, dat was het maximale. Deze keer was het anders, Mollema was volwassener geworden, wist wat er komt kijken bij zo’n klassering in de Tour. Hij bleef de nuchterheid zelve, las boeken waar anderen nagels beten, sliep als de concurrentie lag te malen over de dag van morgen. Bauke Mollema voldeed aan alle voorwaarden om in Parijs op het podium te eindigen. Toch gebeurde het niet.

De scheurtjes ontstonden in de Alpen. Die rustdag bleek een probleem, net als vorig jaar. Hij verloor tijd op weg naar Finhaut-Emosson, en ook een dag later, in de klimtijdrit; hij was steeds de minste klassementsrenner maar behield zijn plek achter Froome. Maar vrijdag niet. Een stuurfout en het was gedaan met Mollema. Geen ploegmaat stond hem bij. En dus blies Mollema zich op bij een wanhopige poging zijn klassement te redden.

Hij zakte naar plaats tien, had het zelf verneukt, vond hij. Klare taal voor een Groninger die tot dan overal zijn schouders voor ophaalde. Hij had zelf ook wel gevoeld dat dit zijn grote kans was in de Tour, en toen die aan zijn neus voorbijging, knakte zelfs Mollema.

Zaterdag richtte hij zich nog één keer op. in de stromende regen fietste hij in de slotklim weg bij de concurrentie. Niemand ging achter hem aan. Het vogeltje mocht nog fladderen, en toen een stille dood sterven. Weg plek in de top-10, het maakte hem niet meer uit ook. De elfde plaats was zijn slechtste klassering in vier jaar. Komt hij nog terug als kopman in de Tour? Het valt te betwijfelen, met de komst van Alberto Contador naar Trek-Segafredo. Of hij moet verkassen.

Tom Dumoulin

Twee Tours, twee botbreuken. Tom Dumoulin en de Ronde van Frankrijk lijkt niet meteen een gelukkige combinatie. Toch won hij twee etappes, en dat gebeurde geen Nederlander meer sinds 2000, toen Erik Dekker er zelfs drie won. Zonder de druk van de gele trui, die hij vorig jaar in Utrecht met zich meezeulde, kon hij nu fladderend van hoogtepunt naar hoogtepunt: winst in de koninginnenrit, met kop en schouders boven de rest in de lange tijdrit, die verreden werd in een gelaten sfeer van rouw na de aanslag met een truck in Nice. Dumoulin was „fucking blij” op de Arcalis, en zoals het hoort ingetogen in La Caverne du Pont-d’Arc. Hij deed, kortom, alles goed.

Maar een val op een dag die zoveel slachtoffers eiste, de laatste vrijdag van de Tour, kon hij niet voorkomen. Was hij maar naar huis gegaan na die tweede tijdrit, die hij nipt verloor van Froome. Dumoulin huilde om zijn gebroken spaakbeen, maar was ook snel strijdbaar: de beste specialist gaat hem proberen in Rio de Janeiro te krijgen, maar „niet voor spek en bonen.” Op Twitter kon hij alweer grappen: „Trouwens, ik moet Rio wel halen! KPN Presenteert heeft mij namelijk [voor het programma Me, Myself & Rio] gevolgd op weg. Hopelijk volgt er een happy end!”

Wout Poels

De Tour was een groot feest voor Wout Poels. Guus Meeuwis aan in de teambus, lachen met teammaat Luke Row. Alles met een grijns van oor tot oor, ook vlak na een bergetappe waarin hij met verve de gele trui van zijn kopman verdedigd heeft. Zie hem staan met zijn blauwe zonnebril, als hij een dag zin heeft in zijn ‘coole look’. „Niet mooi? Waarom niet? In de ploeg moesten ze er ook al om lachen.”

Een lolbroek, maar niet als het koers is. Poels staat in de race bekend als een bikkelharde – niet iemand met wie je naar de streep wil rijden. Met hetzelfde fanatisme is hij in de Tour beschermheer van Froome. Hij schikt zich in die rol, en geniet om het hardst als hij er staat „op de sleutelmomenten” – en daarin faalde hij niet. Froome heeft Poels nodig, zeker op de dagen dat het geel in gevaar komt, zoals vrijdag, toen de leider in de wedstrijd hard op zijn schouder viel. Een 28-jarige renner uit Blitterswijck bracht hem veilig thuis en dat was niet voor het eerst. Wordt het dan niet eens tijd voor een passende beloning, in de vorm van het kopmanschap in een grote ronde? Poels kreeg die vraag de voorbije weken dagelijks.

„Zou ik leuk vinden”, zei hij zaterdag, zijn lippen blauw van de kou. „In de Giro of de Vuelta, of als tweede man in de Tour. Maar we zien wel. Ik heb de tijd.”