Een snippertje thuisgevoel in de sambastad

Vervoer voor Rio

Tonnen spullen worden verscheept om de olympische sporters zo goed mogelijk te laten presteren.

Illustratie Pepijn Barnard/Studio NRC

Zesduizend kilogram aan krachtvoer en kuilhooi, voor de paarden. Pakken stroopwafels, zakken drop, dozen energierepen en voedingssupplementen, voor de Nederlandse olympiërs in Rio de Janeiro. Vliegtuigen en schepen vol materiaal om het de sporters op de eerste Olympische Spelen in Zuid-Amerika naar de zin te maken.

O ja, er is ook een container met 108 oranje fietsen verscheept. Alles voor een snippertje thuisgevoel in de sambastad. En het mag wat kosten: alleen al het vervoer van mensen – 241 olympische sporters en 114 paralympiërs plus hun begeleiders – bedraagt grofweg 1,75 miljoen euro. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het bedrag deels – sportkoepel NOC*NSF rekent op zo’n 75 procent – wordt vergoed door het organisatiecomité Rio 2016. De totale vrachtprijs van vijf containers, plus de paarden en boten, bedraagt 500.000 euro. Dat regelt de sportkoepel via het Freight Support Plan van de Rio-organisatie, anders zou het fors duurder worden.

Een uitzondering vormt het vervoer van zeilboten, dat grotendeels door het Watersportverbond wordt bekostigd. De mogelijkheden die de Rio-organisatie bood, pasten de Nederlandse zeilers niet. Omdat ze al enige jaren op Braziliaans water trainen, wilden ze ruimschoots op tijd in Rio over de wedstrijdboten beschikken, en niet pas tien dagen voor de Spelen. De kosten voor een retourtje, inclusief het laden en lossen, komen op 10.000 euro per container. In totaal heeft het verbond vijf containers verscheept: vier voor eigen rekening, één met het voordelige tarief van Rio 2016.

Dan de paarden, dat is een ander verhaal. Die vliegen vanaf vliegveld Luik, het centrale Europese vertrekpunt. Niet allemaal tegelijk overigens, maar per discipline in een Boeing 777. De reis voor vier eventingpaarden begint eind juli, kort daarop gevolgd door vijf springpaarden, vijf dressuurpaarden en later vijf paralympische paarden. De dieren worden, twee per box, overgevlogen in wide stalls van 112 centimeter breed. Naast de grooms en veeartsen gaat ook vierduizend kilo aan zadelkisten, dekens en materiaal mee.

Manager Topsport

NOC*NSF heeft veel werk aan het transport en de inrichting van de aan Nederland toegewezen flat in het olympisch dorp. De verantwoordelijke persoon, manager Topsport Jeroen Bijl, vertelt dat er een team van drie projectleiders fulltime mee bezig is. Zij dragen ook zorg voor de accreditaties, de reisschema’s, de kledingpakketten, de aankleding van de appartementen in het olympisch dorp en alle bijeenkomsten ter voorbereiding op de Spelen.

Projectleider José Jansen vertelt dat alle bonden spullen voor vervoer konden aanleveren. Dat varieert van massagetafels en roeiboten tot een extra coachboot voor de zeilploeg. NOC*NSF voegt daar kantoorartikelen aan toe: pennen, nietjes en paperclips. Met een hoop administratieve rompslomp tot gevolg. Jansen: „De invoerrechten voor Brazilië zijn aanzienlijk strenger dan die voor Groot-Brittannië, vier jaar geleden. We moesten nu alle dozen punaises en plakband afzonderlijk vermelden. Daar zijn twee medewerksters drie weken lang druk mee geweest.”

Over de inrichting van de flat in het olympisch dorp is uitgebreid gebrainstormd, met als kernvraag: wat moet de uitstraling van het Nederlandse team zijn? Gekozen is voor een grote atletenlounge op de benedenverdieping. In het gebouw krijgt ook het zogeheten high performance center, oftewel de gym annex het krachthonk, een plaats.

Vanwege de omvang van de ploeg – Nederland had nog nooit een grotere ploeg dan in Rio – moest extra meubilair worden aangeschaft. Had ook via de Rio-organisatie kunnen worden besteld. „Maar dan betaal je de hoofdprijs”, zegt Bijl, die ook geconfronteerd werd met in de appartementen van sporters wegbezuinigde tv’s en balkonmeubilair. Bijl: „Wij hebben besloten zelf televisies, tv-tafeltjes en balkonmeubels te kopen. Die slaan we na Rio op voor hergebruik bij daaropvolgende Spelen.”

Er is groot ingekocht, want er moesten ook nog extra zitbanken en statafels met barkrukken worden aangeschaft voor de atletenlounge. Verder zijn er koffiezetapparaten en Nespresso-machines meegegaan. De dragende kleur is, dat spreekt voor zich, oranje. Als extraatje, ter aanmoediging van de sporters, hangen in de lounge in beeld en geschrift aanmoedigingen van voormalige olympische kampioenen. En de balkons zijn voorzien van op maat gemaakte banners met de Nederlandse vlag en het logo van TeamNL.

Hoe minutieus NOC*NSF ook plande, op een chaos bij aankomst in Rio was niet gerekend. Er mankeerde werkelijk van alles aan de appartementen. Wc’s konden niet worden doorgespoeld en elektriciteit functioneerde niet naar behoren. Met een twintigtal ter plekke gearrangeerde vakmensen en vrijwilligers worden de problemen opgelost. Het was heftig, meldt een woordvoerder van NOC*NSF.

Qua behuizingen heeft de sportkoepel buiten het olympisch dorp het een en ander geregeld voor de zeilers, roeiers, triatleten en de beachvolleyballers. Die extra onderkomens liggen aan de kust. Om te voorkomen dat die sporters op weg naar hun wedstrijd verstrikt raken in het drukke verkeer kunnen ze voor hun wedstrijd in zo’n appartement overnachten.

De clusters Deodoro en Barra

De zeilers maken overigens al een aantal jaren gebruik van een huis in Rio om vertrouwd te raken met de olympische omstandigheden. Die extra appartementen, waarvan er ook een in zowel het cluster Deodoro (hockey, BMX en paardensport) als het cluster Barra (onder andere zwemmen, turnen en baanwielrennen) is gehuurd, zijn ook bedoeld als onderdak voor niet-geaccrediteerde begeleiders, zoals fysiotherapeuten en masseurs. De kosten voor die accommodaties zijn hoog: 400.000 euro, de Paralympics inbegrepen.

Vanaf de openstelling van het olympisch dorp op 18 juli stond een groep van NOC*NSF, onder wie Bijl en chef de mission Maurits Hendriks, klaar om de oplevering van de flat af te handelen, en ook om eigenhandig zo’n 54 appartementen in te richten. Zij kregen daarbij hulp van een drietal ‘handige jongens’ van het nationale sportcentrum Papendal, die speciaal waren ingevlogen.

Hendriks en zijn mensen hadden een week de tijd om stoelen en tafels in elkaar te schroeven, versterkte wifi in elk appartement aan te leggen en de televisies aan te sluiten.

De organisatie van vluchten naar Rio de Janeiro van alle sporters heeft NOC*NSF uitbesteed aan één reisbureau. Een ingewikkelde operatie, want niet alle sporters vertrekken gelijktijdig en evenmin vanaf hetzelfde vliegveld. Iedereen vliegt economyclass, tenzij men uit eigen portemonnee bijbetaalt voor businessclass. „Een aantal sporters maakt daar gebruik van”, vertelt teamcoördinator Jansen, die geen namen noemt.

De terugvlucht gaat, op een enkeling na, wel gezamenlijk, met dien verstande dat op 16 augustus de groep sporters die klaar zijn en geen medaille hebben gewonnen, verplicht eerder huiswaarts keert.

De rest van de ploeg vliegt maandag 22 augustus terug, daags na de Spelen, om bij aankomst op 23 augustus in Nederland het ‘Welkom Thuis’ op het evenemententerrein voor de Amsterdamse RAI te vieren.

En de spullen? Die worden na 18 september, als de Paralympics zijn afgelopen, ingescheept voor de terugreis naar Nederland. Als die containers terugkeren op Papendal is het al bijna november. Dan is het herfst en zijn de voorbereidingen op de Winterspelen van 2018 in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang al in volle gang.