Britse kaakjes

Tijdens de slakkengang naar Parijs nam Chris Froome de tijd om zijn hele team te bedanken. De ploegmaten gingen over de breedte van de weg fietsen, met beide handen op elkaars schouders. Daarna kregen ze een Belgisch biertje. Froome zette het flesje voorzichtig aan zijn mond.

Het slokje was te zuinig om te hoeven slikken.

De drievoudig winnaar van de Tour de France wordt vaak een gebrek aan uitstraling verweten. En juist nu heeft de ouderwets aandoende wielersport behoefte aan nieuwe glans.

Ik twijfelde ook vaak aan Froome. Zijn onooglijke stijl – een waggelend hoofd, dunne armen als stokken, hoge trapfrequentie – was me een doorn in het oog. Hij reed me ook te defensief en zijn teksten achteraf waren voorspelbaar. Maar tijdens de afgelopen Tour toonde Froome onverwachte kwaliteiten.

Afdalen kreeg een nieuwe dimensie; met je kont op het frame zitten en in volle vaart bijtrappen. Froome was met deze techniek niet bij te houden. Op de finishlijn balde hij een vuist: hij durfde verdomme wél iets bijzonders te ondernemen in zijn eentje.

Froome werd meer wielrenner in plaats van fietsstrateeg. Hij kan nog wat opsteken van Peter Sagan. De Slowaak is een geweldige winnaar én verliezer, onaangepast, betrokken en een tikkeltje raar. Sagan is de ideale wegberijder van de wielersport.

Froome doopt Britse kaakjes in de thee, Sagan slaat met een sabel de kop van een champagnefles en zet de kapotte hals aan zijn mond.

In de bergetappes omringde Froome zich met de klasseknechten van Sky. Hun regie was perfect en onverbidderlijk. In de laatste week was Wout Poels een grote steun voor Froome. Poels als grote broer, zorgelijk omkijkend als zijn kopman het moeilijk had. Na iedere zware bergrit kreeg Poels van zijn kopman een knikje of schouderklopje.

Na het hartstochtelijk falen van Bauke Mollema („Ik heb het verneukt”) keken Nederlandse wielerfans naar Poels. Hoe zou hij gereden hebben als kopman? Die gedachte is pure luxe voor de toekomst.

Slechts één keer was Froome de weg kwijt, in de laatste kilometers van de beklimming van de Ventoux. Geen knechten meer in de buurt, geen ploegleiderswagen en zelfs geen fiets, die na een val kapot op het asfalt lag. Froome raakte in paniek en zette het op een lopen.

De Tour is mooi als het man tegen man wordt, maar mooier nog is: één man in gevecht met het asfalt.

Minutenlang heb ik met mijn handen op mijn hoofd zitten kijken naar een hollende geletruidrager. Een wielrenner zonder fiets, ploeterend tussen een haag van mensen. Het was hét enerverende moment van deze Tour. Het draagt bij aan de lange, dramatische geschiedenis van de Ronde van Frankrijk.

Ik vergeet die passen nooit meer.

Met dank aan de ooit voor ‘saai’ versleten Chris Froome.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker