Bezuinigen op het Rijk? Dat lukt dus nooit

Overheid Duizenden ambtenaren minder, minder overhead, minder bureaucratie – elk kabinet wil bezuinigen op het Rijk. Maar tot nu toe is het geen enkele coalitie gelukt. Ook het huidige kabinet niet, alle goede bedoelingen ten spijt.

Opslag van kleding en militaire uitrustingen bij Defensie, dat inkoop doet voor diverse ministeries. Foto David van Dam

‘Mijn klanten”, noemt luitenant-kolonel Rob van Arnhem de ministeries waar hij werkkleding voor inkoopt. Grootste klant is zijn eigen ministerie van Defensie, militairen hebben nu eenmaal allerlei soorten uitrustingen nodig. Maar Van Arnhem ‘doet’ ook toga’s voor rechters, douane-pakken voor de Belastingdienst en werkkleding voor Staatsbosbeheer.

In januari vorig jaar is Van Arnhem begonnen met die overkoepelende inkoop. Daarvoor hield op elk departement een plukje ambtenaren zich bezig met de inkoop van kleding, als eilandjes. Nu dat werk in één hand ligt, sluit Van Arnhem veel voordeliger deals voor de overheid, zegt hij.

Van Arnhem schreef een rapport met allerlei informatie voor potentiële leveranciers. Wanneer loopt welk contract af en voor hoeveel ambtenaren geldt dat precies? „Het Rijk was geen transparante opdrachtgever. Nu weten leveranciers beter waar ze aan toe zijn. Het werkt, ik heb nu al meer te kiezen”, zegt Van Arnhem.

Wat Van Arnhem doet, scheelt het Rijk in de kosten. En dat is een doel van elke regering, al tientallen jaren. Minder bureaucratie, minder bestuurslasten. Welke politieke partij wil dat immers niet? Het staat in elk verkiezingsprogramma.

Het lukt alleen meestal niet.

Regeringspartijen VVD en PvdA pakten het deze regeerperiode iets anders dan anders aan. Vaak spraken partijen in een regeerakkoord af dat de Rijksoverheid moest inkrimpen, met meestal heel concreet erbij opgeschreven hoeveel ambtenaren weg moesten. Het vierde kabinet-Balkenende wilde vijftienduizend minder ambtenaren. Het eerste kabinet-Rutte had als doel „het aantal ambtenaren bij alle bestuurslagen te verminderen”.

Deze coalitie koos ervoor om alleen een geldbedrag te noemen. De uitgaven van het Rijk aan zichzelf moesten naar beneden van „naar schatting ruim 17 miljard euro in 2010 naar rond de 13 miljard in 2018”. Vanaf 2018 moest het Rijk het met structureel 4,2 miljard euro minder doen. En omdat een groot deel van dat geld nu eenmaal naar salarissen van ambtenaren gaat, zou die bezuiniging neerkomen op 12.000 tot 18.000 minder ambtenaren. Die inschatting maakte verantwoordelijk minister Stef Blok (Wonen en Rijksdienst, VVD) in mei 2013. Alleen die doelen heeft de regering bij lange na niet gehaald.

Kantoorartikelen

Het goede nieuws is dit. Voor het eerst, zegt bestuurskundige Frits van der Meer, is het een kabinet gelukt om ministeries onderling meer te laten samenwerken. „Ik moet zeggen, dat gaat de laatste twee, drie jaar aardig.”

Waar eerst elk ministerie alles zelf regelde, van het printerpapier tot de salarisadministratie, gebeurt dat nu centraal. Bijna elk ministerie of grote Rijksinstelling ‘doet’ wel iets voor alle departementen gezamenlijk. Economische Zaken doet de afvalverwerking, Veiligheid en Justitie gaat over de beveiliging en het uitzendwerk, de Belastingdienst beheert de vakliteratuur en abonnementen, Rijkswaterstaat gaat over de kantoorartikelen. Ook zaken als salarisadministratie en subsidieverlening regelt het Rijk voortaan centraal.

Alleen, hoeveel geld die samenwerking scheelt, is onbekend. De Algemene Rekenkamer schreef dit jaar dat „het nog te vroeg is” om vast te stellen of de dienstverlening er inderdaad beter en goedkoper op wordt. Ook bestaat door deze nieuwe manier van werken het risico „dat departementen geen directe prikkel meer ervaren om kosten te besparen”.

Wat wel vaststaat is dat het reorganiseren geld heeft gekost. In 2015 gaf het ministerie van Binnenlandse Zaken veel meer geld uit aan externe inhuur dan begroot, dat ging vooral naar die samenwerkingsprojecten en naar ICT. De regel is dat een ministerie ongeveer tien procent van de totale personele kosten aan externe inhuur mag uitgeven en anders moet uitleggen waarom het méér is geworden. Bij al die projecten die tot meer samenwerking moeten leiden kwam vorig jaar de externe inhuur veel hoger uit, op 31 procent: 150,3 miljoen euro.

Ongebruikte schoenen

Luitenant-kolonel Rob van Arnhem vindt het ook moeilijk inschatten hoeveel geld hij bespaart. In zijn plannen staat een schatting van 3,3 miljoen euro, verdeeld over vijf jaar. „Maar de markt verandert ook, en snel.”

Van Arnhem weet wel wat echt geld scheelt: een slim retourbeleid. Van alle spullen die militairen inleveren als ze die niet meer nodig hebben, gaat 35 procent terug de voorraad in. Denk aan ongebruikte kistjes: „Elke soldaat heeft een favoriet paar, dat helemaal kapot is gelopen. Dat andere paar heeft jaren onderin een kast gelegen en is dus nog gloednieuw.”

260716BIN_opbouwoverhied_IG44

Het inleverbeleid is vooral vanwege de veiligheid. Spullen van Defensie, met Nederlandse vlaggetjes erop of met namen van militairen, mogen niet zomaar ergens in omloop komen. Maar het scheelt dus ook geld, volgens Van Arnhem jaarlijks 12,5 miljoen euro. En wat niet gerepareerd kan worden, gaat mee in de recycle-molen die Defensie heeft opgezet. Vanaf volgend jaar gaat hij zulk retourbeleid ook voor zijn andere ‘klanten’ regelen. „Die had ik vorig jaar over de vloer en ze hadden géén idee dat wij al zo ver zijn met recycling.”

Belastingdienst kreeg extra geld

Dat doel van een kleinere overheid ‘verloor’ het afgelopen jaren geregeld van andere politieke keuzes. Het kabinet stelde zijn plannen steeds bij, meestal onder druk van de Tweede Kamer. Want wat is belangrijker: dat de kosten binnen de perken blijven, of dat een acuut maatschappelijk probleem verholpen wordt?

De coalitie besloot al snel, vanaf 2013, om sommige bezuinigingen deels terug te draaien. Zoals de bezuinigingen op de geheime dienst AIVD. Ook de Belastingdienst, het ministerie van Defensie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit hoefden minder te bezuinigen dan gepland. En daar kwamen de extra kosten voor de onverwacht hoge aantallen asielzoekers nog bij.

Geen wonder dus dat zowel de uitgaven aan het Rijk als het aantal ambtenaren lang niet zoveel zijn gedaald als Blok in 2013 had geschat. Vorig jaar gaf het kabinet 18,5 miljard euro uit aan het Rijk. En de geschatte uitgaven voor 2018 liggen nu op 16,5 miljard euro, dat is 3,5 miljard méér dan het kabinet in 2013 dacht. Het aantal Rijksambtenaren schommelt afgelopen jaren rond de 109.000. In 2013 waren het er iets minder, de twee jaar erna juist weer wat meer.

Wat een overheid wel en niet regelt

De aantallen ambtenaren zeggen uiteindelijk maar weinig over de kwaliteit van het openbaar bestuur, legt bestuurskundige Frits van der Meer uit. Je moet vooral kijken naar de gevolgen van het personeelsbeleid, zegt hij. „De politiek moet bepalen welk soort openbaar bestuur ze wil hebben en wat voor mensen daar dan voor nodig zijn.”

Zo’n visie ontbreekt er bij deze coalitie aan, zegt Van der Meer. „Logisch, toen deze regering begon moest de tering naar de nering gezet worden. De kosten moesten naar beneden, dat was het belangrijkst.” Nu is de vraag volgens Van der Meer wat een overheid allemaal wel of niet voor haar burgers moet doen. Dáár moet het Rijk dan de organisatie op aanpassen.

Van der Meer voorziet voor een volgend kabinet wel dat het extra lastig wordt om dit soort vragen te beantwoorden, omdat de disciplinerende werking van bezuinigingen waarschijnlijk ontbreekt. Want nu het beter gaat met de economie zou een nieuwe regering niet per se nog méér hoeven bezuinigen op de ministeries.

Als een nieuwe coalitie echt lef heeft, gaat die voor een nog veel grotere hervorming, zegt Van der Meer. „Dit stelsel, met al die individuele ministeriële verantwoordelijkheden is oud. Maak één grote Rijksdienst van alle departementen, met aparte beleidsgroepen. Het is een gigantische verandering, maar uiteindelijk kun je dan wel heel efficiënt werken.”