‘Alle rijksmusea krijgen ten minste 3 euro subsidie per bezoek’

Blijkt uit een uitspraak van Léon Hubert, waarnemend directeur Glasmuseum.

De aanleiding

Begin juli publiceerde NRC de resultaten van een enquête onder kleine en middelgrote musea. Daarbij stonden ook reportages over enkele van die musea, waaronder het Glasmuseum in Leerdam. Dat museum had na een verbouwing en uitbreiding in 2011 een topjaar, maar raakte daarna in een negatieve spiraal en ging zelfs bijna failliet. Waarnemend directeur Léon Huberts deed in de reportage een uitspraak die onze interesse wekt: „Geen enkel ander rijksmuseum krijgt zo weinig subsidie per bezoeker als wij: 3 euro.”

Dat zou betekenen dat het Glasmuseum met weinig subsidie relatief veel bezoekers bedient. Een prestatie – als het waar is. Dit gaan we checken en dan willen we ook weten of grote musea zoals het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum en het Mauritshuis veel meer subsidie krijgen.

Waar is het op gebaseerd?

We bellen met de woordvoerder van het Glasmuseum, Fleur Potters. Zij verwijst naar Cultuur in Beeld 2015, een publicatie van het ministerie van OCW. In het rapport vinden we een tabel met onder meer bezoekcijfers van rijksmusea en de subsidies die de musea krijgen van het ministerie van OCW en gemeenten.

En, klopt het?

In 2014 registreerde het Glasmuseum 63.471 bezoeken (niet ‘bezoekers’, want dan zou het museum bij elk bezoek moeten registreren of het gaat om een nieuwe bezoeker). Van het ministerie ontving het museum dat jaar 160.708 euro subsidie en van de gemeente Leerdam 53.820 euro. Opgeteld is dat 214.528 euro. Deel je het subsidiebedrag door het aantal bezoeken, dan kom je uit op een bedrag van ruim 3 euro subsidie per bezoek.

We hebben dit nu zelf even uitgerekend, om uit te leggen hoe het werkt, maar in de laatste kolom van de tabel staat voor alle rijksmusea het subsidiebedrag per bezoek al kant-en-klaar vermeld. Zo kunnen we het Glasmuseum gemakkelijk vergelijken met andere musea. Huberts heeft niet overdreven: zijn museum is het karigst bedeeld van allemaal, al krijgen het Muiderslot en Slot Loevestein met 4 euro per bezoek nauwelijks meer. Het gemiddelde subsidiebedrag dat de musea per bezoek krijgen is 19 euro. Er zijn ook uitschieters naar boven. Naturalis in Leiden blijkt het meest te krijgen: 88 euro per bezoek. Maar het is niet zo dat grote musea per definitie veel meer subsidie krijgen per bezoek. Het Van Gogh Museum krijgt ook maar 5 euro subsidie per bezoek en het Mauritshuis 6 euro. Het Rijksmuseum krijgt iets meer: 14 euro.

We zijn benieuwd of de Raad voor Cultuur deze cijfers meeweegt bij de beoordeling van nieuwe subsidieaanvragen. Huberts stelt dat zijn museum ondernemender is dan menig ander museum. Moet het daarvoor niet beloond worden?

De directeur van de Raad voor Cultuur, Jeroen Bartelse, zegt dat hij de cijfers kent. „Maar ze zijn niet de enige indicatoren om het functioneren van musea te beoordelen.” Als het gaat om het ondernemerschap van het Glasmuseum is de Raad een tikkeltje kritisch. In het advies over de subsidieaanvraag voor 2017-2020 staat: „Het museum heeft risicovol ondernomen en verloren.” Toch wil de raad het museum een bonus geven. Niet wegens het ondernemerschap, maar omdat de programmering vernieuwend is en daarmee een voorbeeld voor andere musea.

Conclusie

Gemiddeld krijgt een rijksmuseum 19 euro subsidie per bezoek, blijkt uit een overzicht van het ministerie van OCW. Een uitschieter naar boven is Naturalis in Leiden met 88 euro per bezoek. Het Glasmuseum krijgt met 3 euro het laagste bedrag per bezoek. We beoordelen de stelling als waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt