Zwarte Cross viert triomf van Nederlandse pop

Festival

Droge humor en agrarische thema’s zijn running gags op de Zwarte Cross.

Tante Rikie, de festivalmascotte, wordt als een held onthaald op het Zwarte Cross-terrein in Lichtenvoorde. Foto Andreas Terlaak

Bij het vallen van de schemer op zaterdagavond staat er midden op het veld opeens een dansende fanfare. Ze spelen ‘Under the Bridge’ van de Red Hot Chili Peppers, omringd door kermisapparaten en vlakbij de houten kerk waar de hele dag live gospelmuziek wordt gezongen. Het is typisch Zwarte Cross, het evenement dat geen gewoon popfestival wil zijn. ‘Say Yes to Apartigheid’ is dit jaar het thema, met ‘apartig’ als goed Achterhoeks voor bijzonder, apart, uitzinnig.

Droge humor en agrarische thema’s

Zwarte Cross is kermis, motorcross en muziekfeest in een. Kinderen van zes kunnen er al crossen en midden tussen de mensen voeren internationale motorduivelcoryfeeën de meest halsbrekende stunts, backflips en landingen met losse handjes uit. In de Apartigheidsklasse scheuren er de meest vreemde praalwagens over het crossterrein, actueel aangekleed zoals een achteruitrijdende Brexit-taxi.

Bij deze twintigste editie bereikte de Zwarte Cross voor het eerst in zijn bestaan de maximale ticketverkoop, met 220.000 kaarten verspreid over vier dagen waarbij er op het drukste moment 65.000 mensen op het terrein konden. Het weerhield de organisatie er niet van om voor kinderen tot en met 15 jaar tot op het laatst nog gratis kaarten beschikbaar te stellen, „op vertoon van je bibliotheekpas”.

Droge humor en agrarische thema’s zijn running gags op dit festival dat zichzelf niet te serieus wil nemen. ‘Hey Ho Baal Stro’ vermeldt een bord, en ‘Genees hier van uw stierlijke verveling’. Zwarte Cross spot met het cliché van Achterhoekers als kortzichtige boeren, in het piepkleine zaaltje De Kast waar homo’s en hetero’s samen dansten op discomuziek. Gerda Havertong hield zondag een oecumenische kerkdienst in de Megatent, die normaal gereserveerd is voor feestacts als regionale helden Bökkers en de mateloos populaire comeback van 90’s-fenomenen Party Animals en Mental Theo.

Belangrijke bijzaak

Muziek is niet meer dan een belangrijke bijzaak op Zwarte Cross, waar Typhoon op vrijdag het hoofdpodium in vuur en vlam zette met zijn inspirerende rapritueel. Cabaretier André Manuel vervulde een gruizige gastrol en spoedde zich onmiddellijk daarna naar het Theaterpodium waar hij zijn dagelijkse, live van zijn laptop gelezen column over de toestand in de wereld afstak.

De Reggaeweide, het Blagenparadijs met voorleesteam voor de kids en de Theatertent met lange rijen voor veel te weinig zitplaatsen brachten variëteit tussen schiettent en megazweefmolen. De Staat en Kensington deden recht aan hun status van publiekstrekkers en My Baby bracht bezwering met grillige voodooblues. Op de Zwarte Cross werd de triomf gevierd van de Nederlandse popmuziek, met singer/songwriters Lucas Hamming en Douwe Bob en de ruige bands John Coffey, Peter Pan Speedrock en DeWolff als het beste bewijs dat je geen hippe buitenlandse acts nodig hebt voor een geslaagd festivalprogramma.

[inbeeld]

Engelse bands en Amerikaanse bands waren in de minderheid, voor zover ze niet (zoals Circa Waves en Dub Pistols) in de file bij de boot naar Dover gestrand waren. The Darkness bracht een hilarische hardrockact waarbij zanger Justin Hawkins één-tweetjes aanging met fans in het publiek. The Wombats zongen ironische popliedjes zoals die ene over vrolijk dansen op de doemmuziek van Joy Division. De Schotse zangeres KT Tunstall slaagde er met haar inwisselbare countrypop niet in de lome sfeer van een bloedhete zondagmiddag op een uitgedund festivalveld te doorbreken. Op het Exoticana-podium sloeg het Angolees/Portugese viertal Throes & the Shine door naar de andere kant met hoogenergetische Afrorap en overdadige percussiesalvo’s. Eigenlijk was het er te warm voor, maar er werd fanatiek gedanst onder het ironische bordje ‘Eigenlijk kwam ik voor Marco Borsato’.

Tante Rikie

Coverbands met muziek van U2, Adele en AC/DC trokken een Undercover-tent vol enthousiast meezingende mensen, terwijl op het Roadhousepodium gehoor werd gegeven aan de oproep om daar vooral niet meer dan drie akkoorden te spelen. De doden werden geëerd met een David Bowie-coverset en een bord met de beeltenis van de zanger van Motörhead: ‘Lemmy entertain you’. Overal op het Zwarte Crossterrein heerste gemoedelijkheid en werd slenterend en struikelend door de tropische hitte gehoor gegeven aan het Achterhoekse fatsoen dat zelfs bij collectieve dronkenschap in stand werd gehouden: noaberschap is meesterschap.

De grote ster van dit immer sympathieke festival is de Zwarte Cross zelf, met de in generaalskostuum gehulde mascotte Tante Rikie die op een draagstoel over het terrein werd getild en het geronk van motoren overal op de achtergrond. Modder, hitte, verheffende muziek en de oneindige reeks flauwiteiten van Memphis Maniacs en de Loco Loco Disco Show: het was er allemaal. Het enige wat je er niet vindt, is hippe muziek, of bands die je gezien moet hebben omdat ze anders de rest van het jaar nergens anders meer spelen. In een geschreven manifest hekelt Zwarte Cross-mascotte Tante Rikie het gebruik van Engelse woorden wanneer dat niet nodig is: hipstertaal als epic (zeg liever gewoon mooi) of weird (zeg maar apartig).

In die apartigheid excelleert de Zwarte Cross, waar de mensen vol met bier en sympathie zijn en waar plek is voor jong en oud, blank en zwart, mannen in motorpak of in bodysuit met blote billen. Na de Roze Cross van twee jaar geleden kijkt daar niemand meer vreemd van op.